Henk Jan Ottens (Kenniscentrum Akkervogels) en Albert Boers (Landschapsbeheer Drenthe) kijken naar een broedlocatie van een wulp. Ze staan bij een greppel waar de kuikens kunnen schuilen. Foto: Gerrit Boer
In heel Nederland neemt het aantal wulpen jaarlijks met vijf procent af. Maar in Drenthe groeit de populatie van deze lijvige weidevogel al jaren. De ‘Drentse aanpak’ is befaamd in binnen- én buitenland.
Vandaag wordt hoog wuivend grasland bij een melkveehouder in Dwingeloo omgetoverd in een strak lichtgroen biljartlaken. Twee mannen staan er met de verrekijker vanaf de zijkant bij te kijken. Het zijn Henk Jan Ottens van Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels (GKA) en Albert Boers van Landschapsbeheer Drenthe.
Beide mannen zetten zich al jaren in voor een typische Drentse weidevogel: de wulp. Op het pas gemaaide veld loopt er eentje op zoek naar vlezige langpootmuggen. Als de mannen te lang blijven staan, klinkt zijn kenmerkende gejodel. Vrij vertaald uit het wulps iets als: “Blijf laag. Gevaar.”
Plekjes om te schuilen zijn hier nog wel. Want in de slootkant is het gras nog lang. De mannen kunnen met gerust hart vertrekken. De kuikens zijn hier veilig voor de grote maaimachines. De boer kan fluitend zijn gras oogsten, de vogel fluitend zijn jongen grootbrengen. Allemaal dankzij de ‘Drentse aanpak’.
Intensief gemaaide graslanden
De typisch Drentse wulp staat op de Rode Lijst. Volgens SOVON zijn er 500 tot 800 in Drenthe, maar volgens onderzoeker Ottens van GKA zo’n 400. Want de vogel heeft een grote actieradius, en kan in aantallen makkelijk overschat worden. Hoe het ook zij: voor Nederlandse begrippen zijn het er een heleboel. Vroeger broedde de steltloper op de heide, later verkaste hij naar de beekdalen, en tegenwoordig zit hij graag in het intensief bemaaide boerenland.
„Je denkt dan: hoe kun je dáár nou voor kiezen als vogel?”, zegt Boers van Landschapsbeheer Drenthe. Hij coördineert de wulpenbrigade, een stevige club vrijwilligers die wekelijks vele uren op touw is voor de vogel. Het intensieve grasland kent grote risico’s, want in de periode dat de vogel broedt en zijn jongen grootbrengt, wordt er tweemaal gemaaid, geharkt, geschud en mest geïnjecteerd. Een boel verstoring.
Al lange tijd sleutelen vrijwilligers in Drenthe aan de beste methode om wulpen door al die bedrijvigheid heen te loodsen. Hun aanpak is inmiddels vermaard in binnen- en buitenland. Friezen en Groningers komen op de koffie evenals Overijsselse, Gelderse en Zuid-Hollandse vogelaars.
Wulpen. Foto: Alexey Emelyanov
Zelfs de Duitsers hebben de Drentse aanpak in de smiezen. De Friesischer verband für Naturschutz, een natuurbeschermingsclub, plaatste recent een Facebookbericht waarin ze de “Drenther Methode” van de Brachvogel bejubelen.
Nesten beschermen
De aanpak bestaat uit twee onderdelen. Allereerst een grondige bescherming van de wulp door afrastering om het nest. De wulp is een van de weinige vogels die accepteert dat er zo’n hekwerk om zijn nest heen wordt gebouwd. Er staat ook een goeie mep stroom op, zodat das, vos noch marter erlangs durft. Dankzij zo’n raster komt 80 procent van de eieren uit. Zonder is het 20 procent.
De donsballetjes stuiteren alle kanten op in hun zoektocht naar voedsel. Waar kunnen ze rustig opgroeien?
Het klinkt trouwens simpel om het grondnest van een 60 centimeter lange wulp te vinden, maar dat valt tegen. De waakzame vogel die vanaf half april broedt, is makkelijk weggejaagd. Je moet hem echt op afstand observeren.
De vrijwilligers worden steeds bedrevener. Het gevolg: het aantal beschermde nesten nam sinds 2018 toe van 14, naar 50, naar 60, naar 80 legsels in 2025. Voorheen was de taak van een vrijwilliger volbracht als hij na ongeveer een maand constateerde dat het nest was uitgekomen. De duim ging omhoog: weer een succesgeval.
Een broedlocatie voor de Wulp. Foto: Gerrit Boer
Kuikens beschermen
Dat was een misvatting. Hoe hoog het broedsucces ook, de kuikens kwamen nog massaal onder de grasmaaier. Of ze werden opgegeten door het ontbreken van dekking op het gemaaide land. Ottens: „De donsballetjes stuiteren alle kanten op in hun zoektocht naar voedsel. Waar kunnen ze rustig opgroeien? Probeer dat maar te regelen: a hell of a job.”
En dus is er sinds enkele jaren een ‘deel twee’ van de Drentse aanpak.
Op intensief beheerde graslanden krijgen wulpenkuikens een zender op de rug, zodat ze makkelijk vindbaar zijn als de boer wil maaien. In andere gevallen wordt er met warmtebeeld-drones over het weiland gevlogen. Vrijwilligers vangen de kuikens en zetten ze in veilig grasland uit, zodat de grasmaaier zijn werk kan doen.
Ook wordt er ingezet op extra greppels en sloten in het land. Zo’n onbemeste slootkant is een goede schuilplek, met ook nog eens veel voedsel. Ottens: „Wij zien ook in de data dat die plekken van levensbelang zijn. Gezenderde kuikens zijn overdag vaak in het veld op zoek naar voedsel en ’s nachts schuilen ze in de beschutting van de greppels.”
Jammer genoeg worden er juist veel greppels en sloten dichtgegooid. Ottens en Boers proberen met boeren in hun gebied in gesprek te gaan. Ze vragen om juist greppels te maken, en het gras hierin een beetje lang te laten.
Olievlek
Het hele pakket aan kennis wordt nu als een olievlek over provinciegrenzen heen verspreid.
„Het gaat hier zo goed dat de vogels ruzie beginnen te krijgen over hun territorium”, zegt Boers. Ottens vult aan: „We hebben de wind in de zeilen, hopelijk kunnen we dat uitrollen naar andere provincies.”