Marcel Aalbers (rechts) heeft nog drie procent zicht en traint met Dirk Jan Posthumus. Foto: Jacob van Essen
Hij wil een voorbeeld zijn voor iedereen met een beperking. Marcel Aalbers uit Berltsum werd zestien jaar geleden nagenoeg blind, maar staat zondag ‘gewoon’ aan de start van Loop Leeuwarden. „Ik ben een strijder.”
Rode en zwarte stippen en een beetje kleur. Dat is ruwweg het zicht van Marcel Aalbers (43) uit Berltsum. Hij ziet maar zo’n 2 tot 3 procent, het gevolg van een zeldzame ziekte die zich in 2010 openbaarde. Sindsdien nam zijn zicht in rap tempo af en is hij ‘wettelijk blind’.
Maar een leven in het duister? Dat heeft Aalbers niet. „Ik ben een strijder en een doorzetter.” Ondanks zijn beperking voelt hij zich allesbehalve beperkt. Hij probeert zo veel mogelijk een ‘normaal’ leven te leiden en vindt zijn levensgeluk vooral in fanatiek sporten.
Zondagmiddag meldt hij zich aan de start van Loop Leeuwarden. Door zijn zeer beperkte zicht kan Aalbers de route van 10 kilometer niet alleen afleggen. In zijn hand klemt hij een zogenaamde wandelbeugel, een hulpmiddel dat aan de andere kant wordt vastgehouden door goede vriend Dirk Jan Posthumus die hem als ‘buddy’ over het parcours leidt. „We moeten binnen het uur finishen, anders ben ik teleurgesteld”, zegt Aalbers vastberaden.
Glas halfvol
Het tekent zijn karakter. Bij Aalbers is het glas altijd halfvol: hij kijkt vooral naar de dingen die hij wél kan. Neem die wandelbeugel. Die is, niet geheel verrassend, bedoeld om samen te wandelen. Maar Aalbers gebruikt hem voor het hardlopen. „Bij mijn fysio vroegen ze of ik wel goed bij mijn paasei was. Maar ik denk in oplossingen en ben niet standaard.”
Dirk Jan Posthumus en Marcel Aalbers (rechts) trainen voor LOOP Leeuwarden. Foto: Jacob van Essen
Aalbers heeft zijn handicap geaccepteerd. „Ik ben eigenlijk hartstikke gelukkig. Ik lach elke dag.” Dat neemt niet weg dat hij in 2010 door een diep dal ging. Bij het kaatsen, een van de vele sporten die hij bedreef, merkte Aalbers dat er iets niet pluis was. Steeds vaker ging zijn hand naar de bal zonder hem te raken. Daarna werd zijn zicht steeds een beetje minder.
De ziekte van Leber, een zeldzame aandoening, tastte zijn oogzenuwen aan. In korte tijd was Aalbers iemand van 27 jaar met een zware handicap voor wie de wereld steeds troebeler werd.
In drie maanden was ik alles kwijt. Ineens ging alles anders
„In drie maanden was ik alles kwijt”, zegt Aalbers. „Ineens ging alles anders. Ik raakte mijn werk kwijt, kon de auto niet meer pakken. Ik had net een elektrische fiets gekocht waar ik niet meer mee kon fietsen.” Ook met de bus reizen lukte niet meer. „Tegenwoordig heb je een stem die de haltes opleest, maar toen nog niet. Ik had het zweet op de kop staan omdat ik niet wist waar ik was en dacht: ik trek dit niet meer.”
De ziekte van Leber is niet alleen zeldzaam, maar ook erfelijk. Een paar jaar na Marcels diagnose bleek ook zijn oudere broer Nico het onder de leden te hebben. Ook bij hem nam het zicht snel af.
Zijn gedachten schoten terug naar vroeger. Naar de basisschooltijd, toen jongere broer Denny dezelfde ziekte kreeg en er binnen twee jaar van herstelde. „Ik was de ziekte daarom helemaal vergeten. Je staat er niet meer bij stil, gaat gewoon leven. Maar dan staat je wereld ineens op zijn kop.”
Marcel Aalbers (rechts) met zijn 'buddy' en goede vriend Dirk Jan Posthumus. Foto: Jacob van Essen
Hij noemt zijn broertje door de genezing van de chronische ziekte een „medisch wonder.” Zelf stortte hij zich na zijn diagnose vol op zijn behandeling. Aalbers kwam terecht bij Koninklijke Visio, een expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen. De beperking accepteren en ermee leren leven waren de kernpunten van de behandelingen.
Als een bezetene ging hij tekeer tijdens de sessies. Aalbers greep alles aan om een beter leven te krijgen en zelfstandig te zijn. Met zijn herkenningsstok ging hij zo veel mogelijk op pad. „Ik zeg altijd: als je niet valt, weet je niet hoe je op moet staan.” Hij begint te lachen. „Ik heb alles gedaan wat niet kan.” In het begin liep Aalbers ondanks zijn slechte zicht gewoon hard in Berltsum, het dorp dat hij op zijn duimpje kent.
Niet meer voetballen
„Maar ik ging twee keer door mijn enkel. Toen dacht ik: ik moet mijn grenzen afbakenen.” Ook zwemmen is inmiddels verleden tijd. Dat geldt ook voor voetballen, al heeft hij het als amateurvoetballer bij Berlikum nog tot vorig jaar volgehouden.
„Op voetbalgogme en dankzij goede coaching kon ik nog aardig meekomen. Ik kon de bal nog neerleggen waar ik wilde.” Inmiddels heeft Aalbers een nieuwe taak bij de voetbalclub: voor de thuiswedstrijden van het eerste vouwt hij de programmaboekjes.
Voetbal is nog altijd een grote hobby, maar aan de wedstrijden van zijn favoriete club Ajax beleeft hij steeds minder plezier. Niet alleen omdat hij nauwelijks ziet wat er gebeurt op het veld. „Ook omdat het niet om aan te gluren is.”
Marcel Aalbers. Foto: Jacob van Essen
Bovendien merkt hij dat zijn vrienden zijn analyses steeds minder serieus nemen. „Dan zeg ik iets over een speler, en zeggen ze: die stond daar niet eens.”
In zijn woning weet Aalbers feilloos de weg. Belangrijk is wel dat zijn vriendin zijn spullen niet verplaatst. De oven en de vaatwasser bedient hij met zijn mobiele telefoon, die geluidjes maakt bij iedere aanraking.
Ajax is niet om aan te gluren
Koken lukt ook, al waagt hij zich niet meer aan het bakken van biefstukken. „Die bakte ik altijd net te lang. Zonde van het geld.” Maar ook dat draait hij om naar het positieve. „Heb ik weer een extra reden om uit eten te gaan.”
Naast het sporten in de sportschool in Berltsum geniet hij ook van zijn vrijwilligerswerk. Hij ondersteunt het personeel van een verzorgingstehuis in Sint-Annaparochie en zit iedere week een dagdeel achter de balie bij Visio in Leeuwarden.
Voorbeeld
Vaak hebben mensen niet eens door dat hij met een handicap kampt. „Daar geniet ik echt van.” Ook komt hij vaak op scholen, waar hij lezingen geeft over hoe om te gaan met tegenslag. Veel mensen noemen hem een voorbeeld. „Dat probeer ik te zijn.”
Toch zijn er ook genoeg moeilijke momenten. Wat zou hij graag de mimiek van zijn geliefden kunnen zien. „Een mooie glimlach of een stralende blik. Je vriendin die naar je lacht als ze thuiskomt. Dat zijn geluksmomenten die ik gewoon echt mis.” Aalbers was bovendien altijd een controlfreak, maar weet dat hij niet meer zonder de hulp van anderen kan. „Ik moet de controle loslaten. Het alfamannetje moet zich rustig houden.”
Dirk Jan Posthumus en Marcel Aalbers (rechts) staan zondag aan de start van de 10 kilometer in Leeuwarden. Foto: Jacob van Essen
Ook zijn winnaarsmentaliteit is verleden tijd. „Dat moest ik afleren. Ik weet nu: meedoen is belangrijker dan winnen. Ik hoef niet meer altijd nummer één te zijn.” Dat geldt ook voor Loop Leeuwarden, waaraan hij zondag voor het eerst aan deelneemt.
Aalbers weet nu al dat hij zondag trappelend van ongeduld op de bank zal wachten op Posthumus. Hij zit altijd ruim voor de afgesproken tijd klaar, tot zijn goede vriend en ‘buddy’ arriveert om hem op te halen. De twee vrienden deden al mee aan een Hyrox en hebben ook al run-bike-runs en meerdere hardloopwedstrijden gedaan. Loop Leeuwarden moet het volgende hoogtepunt worden.
Hij is er trots op en hoopt anderen te inspireren. „Echt, je kunt meer dan je denkt.”