Jonge grutto in kruidenrijk grasland. Foto: Mark Schuurman
Er zijn gebieden waar weidevogels graag broeden. Als je daar nog meer op zou inzetten, zou het aantal kieviten en grutto’s flink kunnen stijgen. Maar dat is voor boeren te kostbaar. Een boer kan vaak hooguit 20 procent van zijn land opofferen.
Vrijdagochtend kwamen medewerkers van BoerenNatuur Groningen West en Het Groninger Landschap samen. Bij het bezoekerscentrum van Het Groninger Landschap in het Reitdiep keken betrokkenen terug op de afgelopen acht jaar. In 2018 ging het Actieplan Weidevogels in Groningen van start.
Het is in die jaren gelukt om de neergaande trend in grutto’s te laten stoppen. Het aantal kilometers met weidevogelbeheer nam in Groningen met 13 procent toe en het aantal deelnemende boeren van 249 naar 266. Grote successen, dus.
Maar de kanttekening is dat de lijn nog altijd niet omhoog gaat. In veel weidevogelgebieden worden te weinig kuikens groot om de populatie grutto’s in stand te houden. Daardoor ‘vergrijst’ de gruttopopulatie . ‘Het broedsucces baart ernstig zorgen’, concluderen de organisaties in een nieuwe brochure.
Een groot probleem is dat er soms pareltjes in het landschap zitten waar kieviten, grutto’s, tureluurs en wulpen graag naartoe vliegen. De boeren die op zulke aantrekkelijke vogelplekken een bedrijf hebben, kunnen het vaak economisch niet bolwerken om meer dan 15 tot 20 procent van hun land op te offeren voor vogels. Op die stukken land maaien boeren later, zaaien kruidenrijk gras in, of maken waterpoelen voor vogels.
Terugblik op acht jaar Actieplan Weidevogels in het bezoekerscentrum van Het Groninger Land in het Reitdiepdal. Bestuurders discussiëren over de afgelopen jaren terwijl op de achtergrond een livestream gaande is van een broedende grutto. Foto: DVHN
„Heel vaak willen boeren wel meer grond voor weidevogels gebruiken. Maar ze lopen tegen het verdienmodel aan”, vertelt Bert Dijkstra van Groninger Landschap. „20 procent van het land opofferen is voor veel boeren maximaal. Deskundigen denken dat dat op sommige plekken naar 40 procent zouden moeten om weer een stijgende lijn te krijgen voor de weidevogels.”
Een beetje weiland opofferen kan uit
Dat boeren niet te veel land kunnen opofferen, komt doordat de bedrijfsvoering dan in gevaar komt. De boer houdt dan aan het eind van het seizoen te veel gras over van slechte kwaliteit. Gras wat lang niet gemaaid is, is taaier en minder voedzaam voor melkkoeien. De boer moet daardoor extra voer aankopen en heeft minder melkopbrengst van zijn dieren.
Natuurlijk krijgen boeren wel geld voor alle maatregelen die zij treffen voor weidevogels. Maar dit is slechts een onkostenvergoeding. Wil je meer doen, dan drukt dit je winst. „Sommige boeren gaan er echt voor en die leveren er dan zelf geld op in”, zegt Freek Nieuwenhuis, voorzitter van BoerenNatuur.. „Dat geldt vooral voor boeren die al wat ouder zijn en zulke kosten kunnen dragen. Maar jonge boeren die het bedrijf net hebben overgenomen, kunnen dat niet.”
„Je zou eigenlijk willen dat weidevogels ook een verdienmodel kunnen zijn voor de boer”, zegt Nieuwenhuis. Maar dat is niet toegestaan vanwege Brusselse regels over staatsteun. Overheden moeten aan strenge regels voldoen als ze bedrijven financieel steunen, zélfs als het gaat om bescherming van de grutto.
Op zoek naar andere manieren
BoerenNatuur en Het Groninger Landschap zoeken dus naar andere mogelijkheden waarmee het voor boeren in vogelkerngebieden toch aantrekkelijk wordt om meer weilanden beschikbaar te stellen voor vogels. Geitenpaadjes eigenlijk, waarmee de boer toch een extra zakcentje beurt. Een extra vergoeding voor hun melk, is bijvoorbeeld een optie.
Wat ook kan helpen, zijn andere regelingen die weliswaar niet bedoeld zijn voor weidevogels, maar er wel goed voor uitpakken. In het gebied Gorecht (ten oosten van Groningen) is een regeling om veenoxidatie tegen te gaan. Tegen vergoeding doen boeren daar koeien weg om de uitstoot terug te brengen. De minder intensieve bedrijven hebben daardoor meer mogelijkheden voor weidevogelbeheer. Zulke regelingen zijn tijdelijk en dus kwetsbaar.
Overname van bedrijven
Voor de toekomst zit Nieuwenhuis ook te denken aan het oprichten van een gebiedsfonds. Op die manier kan er met geld van private partijen geïnvesteerd worden in een landschap vol weidevogels. Daarmee voorkom je de staatssteundiscussies.
Zo’n fonds kan ook nuttig zijn als de juiste boer zonder opvolger blijft. Nu kan het zo zijn dat een boer die altijd veel deed voor weidevogels zijn bedrijf moet verkopen aan een ‘grote jongen’. Die gaat alles vervolgens weer heel intensief maaien. Weg is dan het leefgebied voor de kievit en grutto. Boeren waarvan je eigenlijk zou willen dat ze het land zouden overkopen – mensen met hart voor de vogels – kunnen zulke pareltjes niet betalen.
„Dat zien we helaas steeds vaker gebeuren”, vertelt projectleider Jaap van Gorkum van BoerenNatuur. „Daardoor ontstaat er steeds meer gatenkaas in de weidevogelgebieden. Terwijl we die gebieden juist willen indikken. Bij de ene boer moeten we op de knieën voor een extra hectare, terwijl de andere via de achterdeur weer vertrekt.”
Met een eventueel gebiedsfonds in de toekomst kun je de juiste boer steunen bij de aankoop van nieuwe grond. Als tegenprestatie krijgt die boer dan een inspanningsverplichting voor weidevogels voor jaren.