Hoofdofficier Diederik Greive en zaaksofficier Debby Homans, die het onderzoek leidde met collega Diana Roggen. Foto: Marcel Jurian de Jong
Wanneer verpleegkundige Theodoor V. tijdens gesprekken met de GGZ aangeeft dat hij tijdens de coronapandemie zo’n twintig patiënten zou hebben omgebracht in het ziekenhuis in Assen lijkt het er op dat justitie de ‘Zaak Van De Eeuw’ in handen heeft. Een atypische zaak, zeggen de betrokken officieren van justitie over recherchedossier Altoos.
Het voelde voor hoofdofficier Diederik Greive en zaaksofficier Debby Homans een beetje als een ‘achterstevoren onderzoek’. Eerst kwam de bewering dat verpleegkundige Theodoor V. een twintigtal patiënten zou hebben omgebracht in het ziekenhuis in Assen, tijdens de coronapandemie, en daar moest de recherche dan concrete namen bij zoeken van patiënten.
Aan een lange vergadertafel in het justitiegebouw in Groningen zitten Greive en Homans. Hij is hoofdofficier van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland. Zij gaf als officier van justitie leiding aan het onderzoek naar de beruchte ‘moordbiecht’ van Theodoor V., die als verpleegkundige in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen zo’n twintig patiënten zou hebben gedood in de coronaperiode. Althans, dat beweerde hij.
Homans is een doorgewinterd officier van justitie; ze gaf leiding aan vele spraakmakende onderzoeken. Maar dít onderzoek, dat ze samen draaide met haar collega Diana Roggen en vele, vele rechercheurs, daar had ze er nog geen tweede van beleefd. Ze spreekt zonder aantekeningen; dossier Altoos zit in haar hoofd.
Ze draait er geen seconde omheen: ,,Nou, we hebben het onderzoek afgerond naar de mogelijke strafbare betrokkenheid van de verpleegkundige bij overlijdens in het Wilhelminaziekenhuis in Assen. We hebben besloten de zaak te seponeren. We leggen de zaak niet voor aan de rechtbank, want we hebben geen bewijs gevonden voor zijn betrokkenheid bij die overlijdens.”
Paf. Daar ligt de zaak nu op de vergadertafel. Ooit de ‘Zaak Van De Eeuw’. Nu zo dood als een pier.
Dat is nogal een verschil met een jaar geleden toen nieuwskoppen over elkaar buitelden:
Homans: ,,De zaak startte met de aangifte van het ziekenhuis, waarbij een brief zat van de GGZ Drenthe. De verpleegkundige had diverse uitlatingen gedaan aan diverse hulpverleners dat hij ten tijde van de coronapandemie tijdens zijn werk als longverpleegkundige van ongeveer twintig mensen het leven voortijdig zou hebben beëindigd op eigen initiatief. Mensen van wie hij dacht dat zij ondragelijk leden. En dat was heel bijzonder, omdat het allemaal begon met de uitlatingen van iemand die zegt wat hij heeft gedaan, zonder daarbij concrete patiënten of namen te noemen. We hebben uitgebreid onderzoek gedaan of zijn beweringen konden kloppen. Was hij überhaupt wel in de gelegenheid? Wat was zijn rooster? Wat staat er in de medische dossiers? Dat is natuurlijk heel anders dan bij een normaal onderzoek waarbij je begint met wat er is gebeurd, en je dan gaat kijken wie het heeft gedaan. Nu startten we andersom: met iemand die zei: ‘Ik heb het gedaan’. Heel atypisch.”
Embargo-onderzoek
De GGZ vond de beweringen zó ernstig dat het medisch beroepsgeheim bewust werd geschonden met een melding aan het Wilhelmina Ziekenhuis, dat direct aangifte deed bij de politie.
Terugdenkend aan die eerste uren dat ze hoorde van de zaak, zegt Homans: ,,Het was een schok natuurlijk: als dit écht gebeurd is, wat een enorme impact zou dit hebben op alles en iedereen?! Maar ook meteen: dit wordt een ingewikkeld onderzoek.”
Intern bij het OM Noord-Nederland kreeg het onderzoek het label ‘embargo’, wat inhoudt dat het zo’n gevoelig dossier is dat slechts een select groepje er weet van mag hebben. Ook werd het landelijke OM-bestuur gealarmeerd: de hoofdofficier belde met het college van procureurs-generaal. Dat heeft binnen justitiekringen zo’n beetje hetzelfde effect als wanneer iemand op de alarmknop ramt en vervolgens overal de zwaailichten en het brandalarm aangaan.
V. verklaarde vier keer belastend bij GGZ
Theodoor V. – nu dus ex-verdachte – deed zijn belastende verhaal tijdens vier gesprekken bij de GGZ, zegt officier Homans. ,,Bij vier verschillende gelegenheden heeft hij zijn verhaal herhaald. In detail, over zijn handelingen en beweegredenen, maar zonder te praten over concrete patiënten, tijd of plaats. Dat maakte het ook zo ingewikkeld.” Theodoor vertelde dat hij de patiënten ombracht door ze meer morfine te geven dan was voorgeschreven door de artsen, in combinatie met het terugdraaien of helemaal dichtdraaien van de zuurstoftoevoer.
Die verklaring was meteen ‘ingewikkeld’, omdat morfine- en zuurstoftoediening onderdeel waren van het normale behandelingsbeleid op de corona-afdeling. Als daarmee zou zijn gerommeld, hoe ging justitie dat ooit terugvinden? In een lichaam zou zoiets geen bewijzen achterlaten. Die zijn dan ook nooit onderzocht. ,,Daar ga je niks in terugvinden”, aldus Homans.
Er bleven twee mogelijkheden over: tactisch onderzoek rondom de verdachte en sporenonderzoek in de medische dossiers van het ziekenhuis.
Hoofdofficier van justitie Diederik Greive: ,,Het feit dat je iets niet kunt bewijzen, dat je moet zeggen: er is onvoldoende, dat hoort erbij. Het is niet onze taak zoveel mogelijk mensen veroordeeld te krijgen.” Foto: Marcel Jurian de Jong
‘Onderzoek zover als kon en mocht’
Het tactische onderzoek bestond uit het horen van naasten en collega’s en doorzoeking van zijn woning, in de hoop aantekeningen of bijvoorbeeld een dagboek te vinden. Ook zijn er ‘technische hulpmiddelen’ ingezet, maar Homans wil niet tot in detail vertellen hoe de verpleegkundige is afgeluisterd, of er bijvoorbeeld een microfoon in zijn auto is geplaatst en of er misschien rechercheurs werkend onder dekmantel zijn ingezet. In de gevangenis wordt dat wel eens gedaan; dan komt een verdachte tijdens detentie in gesprek met een ‘medegedetineerde’, die in werkelijkheid een politiemedewerker is, in de hoop dat hij een belastende verklaring aflegt.
Hoever is de recherche eigenlijk gegaan in het onderzoek tegen Theodoor V.? Hoofdofficier van justitie Diederik Greive: ,,Het ging om de meest ernstige verdenking, het ernstigste feit uit het wetboek van strafvordering. Dus we zijn zo ver gegaan als nodig was en mocht.”
Homans: ,,Het tweede deel van het onderzoek was dat we aan het ziekenhuis hebben gevraagd te kijken naar dossiers van patiënten die zijn overleden ten tijde van zijn dienst, of tot 24 uur daarna. Het zou kunnen dat hij iets had gedaan, en dat een patiënt als gevolg daarvan overleed nadat zijn dienst was afgelopen.”
45-tal medische dossiers gevorderd voor onderzoek
V.’s dienstrooster was dus leidend in het onderzoek. Medische dossiers van patiënten die tijdens of kort na zijn dienst overleden, werden voorgelegd aan externe medische deskundigen, met de vraag of zij opvallende zaken zagen in het medische verloop, die mogelijk wezen in de richting van vreemd handelen van de verpleegkundige.
Zo’n 45 medische dossiers werden geselecteerd voor nadere bestudering op basis van zijn dienstrooster. Die dossiers werden van het ziekenhuis gevorderd via de rechter-commissaris.
Homans: ,,Eigenlijk was ook dat omgekeerd rechercheren. Als we het niet konden aantonen vanuit zijn eigen verklaring en de melding, dan moesten we kijken of we vanuit de medische informatie een relatie konden leggen tussen hem en het overlijden van patiënten. Dus vanuit de patiëntendossiers hebben we ons best gedaan om naar het handelen van deze verpleegkundige te komen. Maar dat is niet gelukt. Ook dat heeft niet geleid tot concrete verdenkingen.”
,,Van een deel van de sterfgevallen kon al snel vastgesteld worden dat V. daarbij niet betrokken was, simpelweg omdat hij niet bij die patiënten aan het bed heeft gestaan. Die nabestaanden kregen dat direct te horen in persoonlijke gesprekken. Andere nabestaanden hebben deze week te horen gekregen dat we ook in hun zaken geen bewijs hebben gevonden.”
Theodoor V. heeft van meet af aan meegewerkt aan het onderzoek. Maar ontkende direct. Homans: ,,Hij zegt dat hij zijn werk altijd goed heeft gedaan en volgens protocol heeft gewerkt.”
Hoofdofficier van justitie Diederik Greive: ,,Toen deze melding kwam, moesten we alle registers opentrekken. " Foto: Marcel Jurian de Jong
‘Ik heb geen mensen vermoord’
Maar waarom heeft-ie dan zulke verhalen verteld bij de GGZ, zelfs tijdens vier verschillende gelegenheden, én diezelfde verhalen ook nog eens in zijn direct sociale kring verspreid? ,,Nou, hij zegt dat-ie dat zo niet heeft gezegd. Dat hij verkeerd is begrepen.”
Dus: hij claimt dat verkeerd is opgeschreven wat hij heeft verklaard? Homans: ,,Hij zegt verschillende dingen, maar hij ontkent dat hij het zo gezegd heeft, ja. Hij zegt: Ik heb geen mensen vermoord. Ik heb gewoon mijn werk gedaan.”
Veel collega’s van Theodoor V. zijn gehoord door de recherche: verpleegkundigen, artsen, leidinggevenden. ,,Je kunt je voorstellen dat dat onderzoek een enorme impact heeft gehad in het ziekenhuis.” Ook dat leverde geen concrete aanwijzingen op. ,,Het was natuurlijk ook allemaal lang geleden, inmiddels. Dat maakte het ook ingewikkeld. In een periode waarbij dingen sowieso anders gingen dan normaal. Er was heel veel stress, mensen moesten werken onder hele moeilijke omstandigheden.”
Wat de zaak eveneens atypisch maakte, waren de tientallen nabestaanden die betrokken waren bij de zaak. Die moesten allemaal tijdig, persoonlijk en correct worden geïnformeerd. Met alle emoties, en het risico op het uitlekken van informatie die nog moest worden gedeeld met andere betrokkenen. Om dat allemaal zo goed mogelijk te timen werden uit het hele land familierechercheurs – gespecialiseerd in de omgang met betrokkenen en nabestaanden – ingezet. ,,Het ging ook om families uit heel Nederland, want in Assen waren tijdens de coronapandemie patiënten destijds uit heel Nederland opgenomen.”
‘We moesten alle registers opentrekken’
Ook werden er individuele, persoonlijke gesprekken gevoerd door de officieren en de rechercheleiding met de nabestaanden. De reacties varieerden: van mensen die gelaten afwachtten op de uitkomst van het onderzoek tot nabestaanden wiens leven weer compleet overhoop werd gehaald, terwijl ze net emotioneel weer opkrabbelden na het overlijden van een geliefde, en toen hoorden dat onderzoek werd gedaan naar mogelijke opzet. ,,Ja, dat was intens. Er zijn hele persoonlijke verhalen met ons gedeeld.”
Had justitie dit onderzoek niet in stilte kunnen doen? Nu gilde de wereld moord en brand over de ‘horrorverpleegkundige’. Om niks, naar nu blijkt. Is justitie een fuik ingezwommen, omdat niemand de situatie relativeerde en op de noodrem durfde te trappen? Nee, absoluut niet, vinden de officieren. Het was ondenkbaar geweest zo’n groot onderzoek in stilte te doen. De chaos was niet te overzien geweest als dit niet zorgvuldig naar buiten was gebracht.
En bovendien, zegt de hoofdofficier: ,,Jullie hebben het over een fuik. Dat is niet wat wij zagen. Er kwam een melding en een verdenking van zéér ernstige feiten. Dan moet je aan de slag, om de waarheid op tafel te krijgen. Om te kijken of een strafrechtelijke grens is overschreden. Dat is ons dagelijkse werk. We zagen natuurlijk wel dat dit een grote zaak was, en dat het bewijstechnisch ingewikkeld ging worden. Alleen: de informatie was dusdanig serieus dat niks doen geen optie was. Je kunt niet achteraf zeggen: dit leidde tot een sepot, dus we hadden dit onderzoek net zo goed niet kunnen doen. Met dat soort ‘wijsheden’ achteraf kunnen wij niet zoveel. Toen deze melding kwam, moesten we alle registers opentrekken. De maatschappij, iedere burger, vraagt dat van ons.”
De vraag blijft onbeantwoord: wat bezielde V. om dit te verklaren, zo vaak, in privékring en bij hulpverleners? Was hij psychisch geknakt door de coronapandemie? Psychiatrisch onderzoek is er nooit geweest; dat zou pas worden gevraagd als justitie naar zitting zou gaan met een bewijsbare zaak. ,,Maar we hebben geen zaak, dus psychiatrisch onderzoek gaat ook niet gebeuren.”
Officier van justitie Debby Homans Foto: Marcel Jurian de Jong
Gewetensvol
Is V. een fantast? Greive vindt het niet aan hem om daar iets over te zeggen. ,,Wij gaan erover of dit een strafbare dader is, dat is onze klus. Niet om te duiden of iemand ziek is. Pas als je ermee naar zitting gaat moet je ook meer weten over de achtergrond van een verdachte. Je kunt niet zeggen: we komen niet tot het bewijs, maar willen nu toch weten hoe het nou zit met de persoonlijkheid van deze man. Hij is geen verdachte meer. De zaak is geseponeerd.”
Greive: ,,De verdachte was doorverwezen door de huisarts naar de GGZ. Ik denk dat je daar heel open naar moet kijken. Het is niet raar dat een verpleegkundige die in coronatijd onder grote druk ongelooflijk moeilijke dingen moet doen in psychische nood komt en dat hij hulp zoekt of erover moet praten. Dat vind ik volstrekt normaal.”
Is Justitie er blij mee dat hulpverleners hun medisch beroepsgeheim hebben doorbroken? Homans: ,,Het is uitzonderlijk dat hulpverleners hun geheimhouding doorbreken. Dus zij hebben het zeer serieus opgevat. En ja, op zich ben ik daar blij mee. Dat we daar uiteindelijk geen bewijs bij hebben kunnen vinden, tja, dat is iets anders. Ik ben blij dat zij hun zorgen voorop hebben gesteld, en toch zo’n melding hebben gedaan.” Greive: ,,Ik geloof niet dat wij hier het woord blij zouden kiezen, maar het is in ieder geval gewetensvol.”
‘Geen concrete aanwijzingen’
Het is nog niet helemaal afgelopen voor V. In brieven aan nabestaanden over het sepotbesluit wijst het Openbaar Ministerie op de mogelijkheid een zogeheten artikel-12-procedure te starten. Kort gezegd: nabestaanden kunnen bij het gerechtshof eisen dat V. alsnog wordt vervolgd door het Openbaar Ministeries. Als het hof dit toekent, kan het dan toch komen tot een inhoudelijke zitting, waarbij álle informatie openbaar wordt behandeld. Justitie kan dan overigens alsnog vrijspraak vragen wegens gebrek aan bewijs. Greive: ,,Dan komen we in een andere fase, maar nu is hij gewoon verdachte af.”
Kan de zaaksofficier klip en klaar zeggen: V. heeft het níet gedaan?
,,Nee. Ik kan alleen zeggen: we hebben geen bewijsmiddelen gevonden voor zijn verklaring. We kunnen niet aantonen dat het hij heeft gedaan.”
U kunt niet bewijzen dat hij het níet heeft gedaan?
Greive: ,,Daar zijn wij niet van. Wij zoeken bewijsmiddelen, en die hebben we niet gevonden. In de dossiers die we hebben onderzocht zijn er geen concrete aanwijzingen gevonden dat verdachte daar op een strafbare manier bij betrokken is geweest. Het feit dat je iets niet kunt bewijzen, dat je moet zeggen: er is onvoldoende, dat hoort erbij. Het is niet onze taak zoveel mogelijk mensen veroordeeld te krijgen.”
Officier van justitie Debby Homans: ,,Ik kan alleen zeggen: we hebben geen bewijsmiddelen gevonden voor zijn verklaring." Foto: Marcel Jurian de Jong