WZA-verpleegkundige Theodoor V. laat van zich horen. 'Als ze mij hadden vervolgd, dan hadden ze dat bij alle verpleegkundigen van de corona-afdeling moeten doen'
Voorjaar 2020. Opnieuw wordt een patiënt overgebracht naar de intensive care. Verpleegkundigen wachten tot ze de afdeling afkunnen, door de sluis. Foto: Marcel Jurian de Jong
Hoewel het soms als moord voelde, handelde Theodoor V. volgens hem altijd volgens de regels. Het is voor de voormalig verpleegkundige van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen dan ook niet te bevatten dat hij niet volledig is vrijgepleit door justitie en het WZA. De 32-jarige voormalig verpleegkundige zegt dat zaterdag in een interview met De Volkskrant.
De krant interviewde Theodoor V. in totaal elf uur en kreeg onder meer de beschikking over politieverhoren met verpleegkundigen en longartsen van het WZA, berichtjes, het onderzoek naar medische dossiers en de brief van vier kantjes die medewerkers van GGZ Drenthe stuurden waardoor hij verdachte werd van wat mogelijk een van de grootste moordzaken in de geschiedenis zou worden. V. vertelt aan de twee verslaggevers van De Volkskrant hoe hij juist om hulp vroeg en uiteindelijk twintig keer van moord werd beschuldigd. Hij geeft aan publiekelijk eenmalig zijn kant van het verhaal te willen vertellen.
,,Als ze mij hadden vervolgd”, vertelt V. in het vijf pagina’s grote interview in De Volkskrant, ,,dan hadden ze alle verpleegkundigen moeten vervolgen die in Nederland op een corona-afdeling hebben gewerkt”.
De voormalig verpleegkundige werkte tussen maart 2020 en mei 2022 tijdens de coronapandemie op de gesloten Covid-afdeling van het WZA. Hij werd op 17 april 2023 gearresteerd. De verdenking was dat hij tijdens zijn diensten ongeveer twintig coronapatiënten had gedood. Dat zou hij hebben opgebiecht tegenover meerdere medewerkers van GGZ Drenthe. De Volkskrant citeert uit de brief dat V. geen spijt zou hebben van zijn handelen en dat hij, als de situatie zich zou voordoen, het zo weer zou kunnen doen.
Maar dat is niet zo, vertelt V.. Omdat het OM openlijk vraagtekens plaatst bij zijn verklaring dat hij verkeerd is begrepen door de GGZ Drenthe en dat Hans Mulder van het WZA het in de media niet opneemt voor zijn oud-medewerker, zorgt dat er volgens hem een zweem van verdenking blijft. Dat hij niet publiekelijk wordt vrijgepleit, steekt V., zo blijkt uit het verhaal van De Volkskrant.
Ook dat het WZA zijn naam niet zuivert, vindt hij moeilijk te verkroppen. Inmiddels werkt V. niet meer - WZA-bestuurder Mulder spreekt van een vertrouwensbreuk - bij het ziekenhuis. Hij heeft een financiële compensatie ontvangen, maar V. weigerde een geheimhoudingsplicht te opnemen in zijn vaststellingsovereenkomst.
In het verhaal vertelt Theodoor V. dat hij ,,als een pitbull” met zijn kar met meetapparatuur tussen alle kamers op de Covid-afdeling B1 stond om ,,iedereen in de gaten te houden”. Een enkele collega schrikt van zijn felheid en longartsen omschrijven hem als gedreven. V. vertelt aan De Volkskrant over de zware diensten en dat hij regelmatig huilend thuis kwam. Hij zag dingen tijdens de pandemie die hij ,,nooit eerder meemaakte”.
Theodoor V. vertelt bijvoorbeeld aan De Volkskrant hoe hij samen met een collega-verpleegkundige voor een stervende patiënt tijdens de palliatieve sedatie (het bewustzijn is dan verlaagd) zorgde. Alles ging volgens hem volgens protocol. Maar opeens stond de man naast zijn bed. Wakker en al. V. vertelt hoe hij de man weer in bed krijgt en dat deze patiënt plotseling in de lucht begint te graaien en blauw aanloopt. ,,Dus ja, wat doe je dan? Terwijl de arts ergens anders is?”
V. geeft hem morfine en verhoogt de zuurstoftoevoer. De man bleef onrustig en dus gaf V. opnieuw morfine. Sneller dan gebruikelijk, erkent hij, maar wel ,,samen met een collega-verpleegkundige”. V. vertelt dat traumatische ervaringen als deze hem uiteindelijk bij GGZ Drenthe doen belanden. Hij twijfelt aan de zorg en aan het systeem, zegt hij tegen de Volkskrant-verslaggevers.
Een huisarts vermoedt dat hij PTSS heeft en verwijst hem door naar het GGZ-traumacentrum dat veteranen en geüniformeerden behandelt.
Daar vertelt hij dat hij soms ,,buiten protocol” handelde. Maar daarmee bedoelde hij volgens V. iets anders mee dan wat de GGZ-medewerkers denken. V. zegt dat er juist veel verantwoordelijkheid op zijn schouders werd gelegd en dat spoedartsen ,,retedruk” waren. Die zeiden volgens hem dat hij volgens protocol moest handelen en niet meer hoefde te bellen. En verpleegkundigen mogen bijvoorbeeld zelfstandig morfine geven en daar achteraf melding van doen (verantwoording over afleggen) bij de arts. Het toedienen van morfine en het verminderen van zuurstof zijn tijdens de stervensfase gangbare handelingen, komt naar voren in het Volkskrant-verhaal.
V. ging aanvankelijk akkoord met melden bij politie
V. stelt bij het eerste gesprek met GGZ te hebben gezegd dat hij ,,altijd volgens de regels had gehandeld”. Maar dat het ,,naar” voor hem voelde dat hij aan de knop draaide en dat het voelde als moord. V. geeft dan zelf aan dat hij zo’n twintig patiënten heeft zien overlijden. Dat getal wordt volgens hem ,,later gebruikt als het aantal patiënten dat ik volgens hen met morfine en slaapmiddel zou hebben gedood”.
Volgens hem is er sprake van meerdere spraakverwarringen geweest. Hij heeft gezegd dat hij opluchting voelde als hij zag dat morfine hielp. ,,Dit hebben ze later gezien als ‘uit hun lijden verlossen’”, denkt de voormalig verpleegkundige. Dat V. akkoord is gegaan met het voorstel van twee GGZ-psychologen en de GGZ-verpleegkundige om zich te zelf te melden bij de politie omdat er sprake zou zijn van moord kwam omdat hij zich ,,overrompeld” voelde. De dag er na komt hij op dat besluit terug omdat hij vindt dat hij niets strafbaars heeft gedaan.
De drie gesprekken met (twee) psychologen en een verpleegkundige van GGZ Drenthe waren daarnaast, blijkens het dossier, uitermate kort en gingen amper de diepte in. Beide psychologen verklaren volgens de krant uiteindelijk dat V. heeft gezegd dat hij twintig keer ,,de situatie een handje heeft geholpen”. Het OM liet vorige maand overigens nog weten dat hij soortgelijke verklaringen ook in zijn eigen sociale kring had herhaald.
Tuchtprocedure tegen GGZ
Het Openbaar Ministerie Noord-Nederland kondigde vorige maand aan dat het Theodoor V. niet zou gaan vervolgen. Justitie vond onvoldoende bewijs dat de verpleger zieke mensen om het leven had gebracht. V. kondigde via zijn advocaten al aan dat hij zou nadenken over een schadevergoeding die hij van GGZ Drenthe zou willen eisen. V. zegt nu tegen De Volkskrant dat hij een tuchtprocedure start tegen de medewerkers van GGZ Drenthe die volgens hem ,,onterecht hun beroepsgeheim” hebben doorbroken. ,,De ggz-medewerkers moeten zich achter de oren krabben en de volgende keer, als iemand zoals ik tegenover hen zit, hun werk doen: mensen onderzoeken en behandelen”.
De GGZ Drenthe stapt juist naar het WZA. Het ziekenhuis deed aangifte bij de politie en justitie startte daarop een groot onderzoek naar de voormalige WZA-verpleegkundige. Hij wordt zes weken vastgezet en er worden in totaal 49 medische dossiers van coronapatiënten die waren overleden in het WZA onderzocht.
Experts, een GGD-arts en een emeritus hoogleraar interne geneeskunde vinden een opmerkelijke kwestie. Er zou sprake zijn bij een patiënt van een overdosering (50 milligram morfine in een keer), maar de verantwoordelijk longarts heeft bij de politie gesteld dat hij dit niet goed heeft ingevoerd. Deze longarts wijst de politie ook nog op het feit dat de patiënt drie dagen later pas overleed. Als V. zo’n dosering had gegeven, had dit vrijwel direct effect moeten hebben. Niet drie dagen later, blijkt uit het verhaal van De Volkskrant.
GGZ Drenthe, het WZA en het OM vinden allen dat zij de zaak niet anders hadden moeten aanpakken, melden ze bij de krant. Theodoor V. heeft zich inmiddels laten uitschrijven als bevoegd zorgmedewerker en denkt na over een nieuwe loopbaan.