Özcan Akyol, oftewel Eus: „Je kunt echt verdwaald raken in de sociale klassen." Foto: ANP/Mischa Schoemaker
De titel ‘Mijn moeder, de kleine reus’ van Özcan Akyol is een tikkeltje misleidend, want je verwacht een roman over de moeder van Akyol, zoals hij eerder al een autobiografische roman over zijn vader schreef: ‘Turis’ (later tot ‘Toerist’ hertiteld).
Ten eerste hebben we niet te maken met een roman, maar met een verzameling columns, een aanduiding die zorgvuldig vermeden wordt. Ten tweede speelt de moederfiguur slechts een bijrol in de stukjes over Akyol, zijn vrouw en twee kinderen.
Van de moederfiguur wordt een karikatuur gemaakt. Schoonmaken is haar hobby wordt ons vele malen verzekerd en haar manier om liefde en affectie te tonen, al is het maar door de vloer te boenen. Ze wordt een beetje afgeschilderd als een rare vrouw met een voorliefde voor de Action en een afkeer van luxe artikelen. Goed voor het effect van één column, maar het doet de vrouw die voor een gezin moest zorgen met een nogal agressieve vader niet helemaal recht. Ze verdient een veel beter boek.
Onnoemelijk geteut
Naast het onnoemelijke geteut met de kinderen is het terugkerende thema in Akyols werk zijn weg als klassenmigrant. Hij tourt de maanden langs de theaters met zijn solovoorstelling De klassenmigrant. In de columns zet hij zichzelf continu in de positie van de jongen uit een arm gezin: ‘vaak liep ik in vierdehandskleding, die via de kringloopwinkel en mijn broers uiteindelijk bij mij terechtkwam, de stumper aan het einde van de rij’.
Daartegenover zet hij bijvoorbeeld het milieu van zijn vrouw ‘met hoogopgeleide hipsters die stuk voor stuk oversized kleding droegen, een racefiets bezaten, gebukt gingen onder glutenintolerantie’; opnieuw een karikatuur met als effect dat hij zichzelf in een underdogpositie kan manoeuvreren. Een plek die altijd de sympathie van de lezer opwekt.
Nare opmerking
Er zijn maar een paar columns die echt schuren. Zo beschrijft Akyol dat hij voor het eerst met zijn schoolklas naar de bioscoop gaat. Hij gaat met zijn vrienden direct op de eerste rij zitten, niet de beste plek. De juf maakt de nare opmerking ‘het is wel duidelijk welke kinderen nooit naar de bioscoop gaan’.
Het is jammer dat Akyol deze columns vaak een nogal expliciet slotwoord meegeeft. Ook hier: ‘Onderwijzers kunnen op positieve wijze belangrijk zijn in kinderlevens. Ze hebben ook het vermogen om ze blijvend te vernederen’. Hoe waar ook, dat was wel heel erg duidelijk uit het voorgaande.
Omslag van 'Mijn moeder, de kleine reus'. Foto: Prometheus