Lucas Keijzer (r.) en Mats van Sabben Foto: René Bouwman
Met goud voor de mannenacht en de vrouwendubbeltwee, zilver voor de mannendubbelvier met de Groninger Lucas Keijzer en brons voor de vrouwendubbelvier keerde Nederland niet met lege handen terug van de laatste World Cup-wedstrijd in Luzern. Toch bleef de totale prestatie van TeamNL achter bij de verwachtingen.
De wedstrijden op de Rotsee vormden de laatste internationale krachtmeting voor de wereldkampioenschappen, die over twee maanden op de Bosbaan in Amsterdam worden gehouden. Waar Nederland de afgelopen jaren steevast de medaillespiegel domineerde tijdens internationale regatta’s en op de Olympische Spelen, moesten ditmaal Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Australië worden voorgelaten.
Bondscoach Titus Weijschede had vooraf al een winstwaarschuwing gegeven dat zijn ploegen in Luzern niet in topvorm zouden zijn. De voorbereiding is volledig gericht op de wereldkampioenschappen. Toch geldt dat ook voor de belangrijkste concurrenten, waardoor de resultaten een belangrijke graadmeter blijven.
Onervaren kwartet
Een van de opvallendste Nederlandse prestaties kwam op naam van de mannendubbelvier met Mats van Sabben, Thijs Ruiken, Lucas Keijzer en Percijn van Haeringen. Het jonge en onervaren kwartet verraste door zowel de series als de halve finale te winnen en zich daarmee overtuigend voor de finale te plaatsen.
In de eindstrijd schoof de Nederlandse boot na duizend meter op naar de tweede plaats. In de slotfase kwam de ploeg nog sterk opzetten, maar de Britse boot hield stand en won met een voorsprong van slechts 0,74 seconde.
„We hadden gehoopt te winnen,” zei Keijzer na afloop. „In de halve finale waren we zelfs sneller dan de Britten. Helaas zat het er net niet in.”
Toch was de Groninger tevreden over de race. „Vier weken geleden, tijdens de World Cup in Sevilla, lukte onze eindsprint nog niet. Nu wel, alleen waren de Britten dit keer net sneller.”
Net naast het podium
Minder succesvol verliepen de finales voor enkele andere Nederlandse boten. De vrouwenvier-zonder met Nika Vos, Ymkje Clevering, Tinka Offereins en Linn van Aanholt lag lang op koers voor een bronzen medaille, maar werd in de eindsprint nog voorbijgestreefd door Groot-Brittannië en eindigde als vierde.
Ook de vrouwenacht, met onder anderen Aegir-roeister Ilse Kolkman en Gyas-stuurvrouw Richelle Rietdijk, moest in de laatste vijfhonderd meter Team USA laten gaan en finishte eveneens net naast het podium op de vierde plaats.
Melvin Twellaar en Simon van Dorp stapten voor deze World Cup tijdelijk weer in de skiff. Van Dorp bereikte de finale, maar kon in de laatste vijfhonderd meter het tempo van de concurrentie niet volgen en eindigde als vierde. Twellaar strandde in de halve finales en moest genoegen nemen met de B-finale. Die won de Groninger overtuigend door van start tot finish aan de leiding te varen.
Tijdens de wereldkampioenschappen op de Bosbaan vormen Twellaar en Van Dorp weer een duo in de dubbeltwee, waarin zij opnieuw tot de medaillekandidaten behoren.