Bauke Mollema komt over de finish tijdens de wegrace op het NK wielrennen. Foto: ANP/Iris van den Broek
Tibor Del Grosso (Eelde), Axel van der Tuuk (Assen) en Bauke Mollema (Zuidhorn) lieten zich allemaal opmerken op het NK voor profs in Nijmegen zondag, maar de oudste van het stel greep zijn allerlaatste kans op een medaille op het NK Weg.
De 30-jarige Mollema stond te stralen na afloop en schonk zijn bloemen na de huldiging aan een nieuwsgierige inwoner van Nijmegen die zich afvroeg wat de media op haar oprit deed. ‘Heb jij gewonnen?’ vroeg ze nog aan de Groninger, die op zijn 39ste dan eindelijk een medaille over zijn nek had laten glijden.
Natuurlijk was hij in Emmen in 2022 onverwacht Nederlands kampioen tijdrijden geworden. Maar op een NK op de weg stond hij nooit eerder op een ereschavot. „Nee, ik heb niet gewonnen, maar ben wel tweede geworden”, antwoordde hij beleefd. Hij was er in principe tevreden mee.
„Natuurlijk win je liever en pak je zo’n trui mee. Maar dat zat er uiteindelijk niet in. Winnaar Wilco Kelderman was gewoonweg te ver weggereden en een tweede plek was het hoogst haalbare. Er zaten best veel snelle mannen bij de achtervolgende groep, dus ik besloot mijn kans af te wachten om in de tegenaanval te gaan. Een medaille is toch mooier dan een vijfde plek, nietwaar. Toen ik even niemand in mijn wiel had, ben ik gegaan. Ik ben er best trots op om hier nu te staan met een medaille. Dat is me uiteindelijk toch ook gelukt.”
Tandje erbij in de trainingen
Waar sommigen de focus op de Tour hebben, heeft de veteraan van Lidl-Trek andere doelen. Deed hij vorig jaar nog tevergeefs een hoogtestage op eigen gelegenheid in de hoop op nog een Giro, dit jaar legde hij zich er bij neer dat een laatste grote ronde er niet in zat.
„Ik heb nu vooral een doel gemaakt van het blok met de Ronde van Zwitserland, het NK en de Ronde van Oostenrijk. Dat betekende gewoon een tandje erbij in de trainingen. Dat het parcours in Nijmegen en Berg en Dal me ligt, was natuurlijk ook een trigger om er vol voor te gaan. Ik was direct mee met de eerste kopgroep, het was zaak om hier niet achter de feiten aan te rijden. Het werd uiteindelijk een zilveren plak achter een terechte winnaar Wilco Kelderman, die hier gewoon heel overtuigend rondreed.”
Goede vorm
Gevraagd naar een volgend doel haalde Mollema zijn schouders op. „Echte grote doelen heb ik niet meer dit seizoen. Ook het WK niet, waar ik de afgelopen jaren wel altijd mijn pijlen op richtte. Het WK vorig jaar in Rwanda was normaal gezien mijn laatste internationale kampioenschap, ook omdat het parcours in Canada waar het WK nu verreden wordt – op een parcours waar ik al eens reed – me niet goed ligt. Maar misschien kan ik in de Ronde van Oostenrijk over anderhalve week nog een keer iets laten zien, ik ben in ieder geval in goede vorm nu.”
Ook ouderwets, na afloop was er nog even paniek omdat Mollema zijn licentie niet had meegenomen naar dit NK, wat wel nodig is voor de dopingcontrole, een kopie werd in allerijl nog geleverd door zijn team.
Tibor del Grosso deelt handtekeningen uit voorafgaand aan het NK wielrennen Foto: ANP/Iris van den Broek
‘Dit parcours liegt niet’
Tibor Del Grosso werd vijfde in Gelderland. De Eeldenaar had lang Allpecin-ploeggenoot Tim Marsman van voren, maar toen hij wegviel, reed hij achter de feiten aan. „Natuurlijk was dat niet ideaal, maar dit parcours liegt niet, Kelderman was gewoon heel sterk. Ik had gehoopt dat Marsman de koers kon openen en ik het kon afmaken, maar eigenlijk was de wedstrijd heel snel gelopen. En vervolgens was het rondje loodzwaar. Dit was wat erin zat.”
Del Grosso is reserve voor de Tour de France en liet weten ervan uit te gaan daar niet te rijden.
Groninger Daan Dijkman liet zich nog opmerken met zilver in de beloftenkoers, een kampioenschap waar titelverdediger Thom van der Werff uit Annen door gezondheidsklachten ontbrak. De renner uit het opleidingsteam van UAE was er niet tevreden mee. „Nee, tweede of dertigste worden is mij even veel waard. Het enige dat telde was de winst. Ik ging de sprint van ver aan, maar in de laatste twintig meter sprintte Guus van den Eijnden me nog voorbij. Ontzettend balen.”