Fans van Collin Veijer na de Moto2-race in Assen. Beeld: DVHN
Tussen de parasols in het gras van het TT-circuit vergeet je bijna dat je op een internationaal evenement met een kleine 110.000 bezoekers bent. Het is ontegenzeggelijk de charme van ‘het talud’.
Ja, het is goed warm, deze 95ste TT-racedag in Assen. Uitstekende keuze van de organisatie om paraplu’s en parasols toe te laten op de grasbulten rondom het circuit. Er zullen ongetwijfeld veiligheidsargumenten zijn, maar je zou de bezoekers gunnen dat het elk jaar kan, ongeacht het weer. Het is heerlijk knus.
Op de taluds klimmen kinderen in de hekken of verzamelen ze zakken vol statiegeldflesjes en -blikjes. De volwassenen lachen, ouwehoeren en brullen naar de voorbijvliegende motoren op het circuit. Tienduizenden glimmende voorhoofden en blote basten genieten van de sfeer.
Dat Ai Ogura er met de GP-winst vandoor gaat, is voor een deel van de bezoekers bijzaak. Die zitten met hun rug naar de baan en kijken mensen vanaf boven.
En waar journalisten steeds vaker weerzin voelen bij mensen als iemand van de krant vragen komt stellen, vindt iedereen het zondag maar wat mooi. Ze vertellen graag over hun eerste TT, voor sommigen wel 50 jaar geleden. Of de spanning die ze voelen voor hun lokale held Collin Veijer, die genoegen moet nemen met een negende plaats in de Moto2.
Een jonge fan moedigt Collin Veijer aan op 'De Bult'. Beeld: DVHN
De eerste liefhebbers krabben al voor 6.00 uur aan de poorten van het circuit. Dat moet, voor ‘hun’ vaste plek, vaak bovenop één van de grasduinen. En dat is zondag niet voor niets: op ‘de top’ waait het lekker door, zie je het meest en kun je je ook omdraaien om tussen de races door naar de mensenmassa te loeren.
Er is altijd wel iemand die een buikschuiver maakt of een gek petje draagt. Ongein is nooit ver weg.
‘Nederlanders zijn ‘crazy’, echt waar’
„Hier is meer stemming dan in Duitsland”, zegt de 68-jarige Jürgen uit Osnabrück. „De mensen zijn hier ook aangenamer.’’ Het is alsof je in een stadion zit, voegt zoon Patrick (28) eraan toe. „En Nederlanders?”, lacht hij. „Die zijn ‘crazy’, echt waar.”
Vainer (59) uit het Italiaanse Parma kan zich er helemaal in vinden, vertelt hij vanuit zijn rolstoel op het speciale deck. „I’m here for the party.”
Precies dat feestje vind je op ‘De Bult’, de Stekkenwal of het Meeuwenmeer. Bij dat laatste talud spant een grote groep uit Smilde en Zweeloo al vroeg op de ochtend een rood-wit lint. Een soort handdoekje leggen. Ooit begon de groep klein, vertelt Anjo. „Nu zijn we met wel z’n dertigen. Je groeit ermee op, hè?”
De grote groep vrouwen uit Westerbork valt eveneens op. Doorgaans wordt de TT gezien als mannenfeestje. Maar bij hen zitten juist die vandaag thuis. „Behalve Nick”, lacht Rianne (40). „Die is als enige van de aanhang mee.” Wie uit het dorp mee wil, kan zich bij hen aansluiten.
Motoren? „Ja, leuk voor erbij”, reageert Marije (37). „Maar we zijn hier ook voor de sfeer én de afterparty op de terugweg.”
Een grote groep vrouwen uit Westerbork op de racedag van de TT in Assen. Beeld: DVHN
Liefhebberij en gezelligheid gaan hand in hand
Neem Henk (56) uit Grijpskerk. Met zijn vlaggenmast van zesenhalve meter is hij voor veel bezoekers een herkenningspunt. Elk jaar weer tuigt hij zijn constructie op, niet zonder trots. „Het is een beetje een sport geworden”, legt hij uit. „Je vindt een vlag mooi en een jaar later weer één. Dan moet die stok omhoog, dus dan doen we dat.”
Liefhebberij en drang naar gezelligheid gaan hand in de hand. De grote hoeveelheid ouders die met hun kinderen naar Assen trekt, laten zien dat de TT een traditie is die nog lang zal blijven bestaan. Daar mag het Noorden best een beetje trots op zijn.
Deze verslaggever moet bekennen dat het zijn eerste TT was. Maar volgend jaar komt hij terug. Op het talud, uiteraard. Waar anders?
De vlaggenmast van Henk uit Grijpskerk langs het circuit in Assen. Beeld: DVHN