Muurvast in de modder op een berg in Albanië, verdwaald tussen rivier en modder. De mensen en de politie daar passen goed op je.
Oeps. Of in de woorden van reisgenoot en chauffeur A.: kut. Daar stonden we dan. Muurvast in de modder van een weg die die naam amper mocht dragen, ergens bovenop een Albanese berg.
En het was overduidelijk geen vierbaansweg. Smal, kronkelig, glad en modderig. Rechts de bergwand, links de afgrond. A. vertelde me later dat de auto soms doodleuk naar links gleed, ondanks een dwingend bedoelde rechtswaartse stuurbeweging zijnerzijds.
We hadden het kunnen weten. ‘s Ochtends, nog in het prachtige vestingstadje Berat, had het enorm gestortregend. Dus dan is zo’n route misschien niet de beste keus. Maar ja, we wilden naar de beroemde Sotira-waterval, onder het motto ‘te veel water is bijna genoeg’.
Nog veilig in Berat, toen we niet beter wisten. Foto: Andrew Cornelis
Bovendien had A., ervaren Balkanganger, een voorkeur voor woeste routes, we hadden tenslotte niet voor niets een 4X4 gehuurd. Een paar dagen eerder had hij ons, haast kraaiend van plezier, door een bijna drooggevallen rivier laten jakkeren. Ik zat er een beetje bleekjes naast.
Ruig Nergensland
Dus daar stonden we, in het midden van een bijzonder ruig ogend nergensland. Gelukkig hadden we nog net bereik, dus ik sloeg aan het bellen. Eerst tevergeefs: Wegenwacht en autoverhuurder konden (of wilden) niks doen. Ik stuitte via Google op een camping die Sotira heet, net als die waterval.
Die camping lag honderden kilometers verderop, maar verder was dat telefoontje een gouden greep. „I will help you”, zei de dame aan de telefoon. En dat deed ze. Inmiddels kwam A. terug met een boer, die met zijn schep ook niks uit kon richten. Hij trommelde met zijn telefoon nog een stel collega’s op, die het geval nauwlettend bestudeerden.
De communicatie verliep eerst wat stroef, maar gelukkig kon de dame van de camping tolken, via de telefoon. Zij had inmiddels ook al de politie ingeseind.
De reddende tractor. Foto: Andrew Cornelis
Uiteindelijk, na urenlange vergeefse duw- en trekpogingen waarbij de rook van onder de motorkap kwam, werd er een tractor geregeld. En ja, die wist onze ooit zo smetteloze huurauto los te wrikken, dus konden wij weer verder. Wat ons wel werd afgeraden, maar ja, wij kenden ook de griezelige staat van de weg achter ons. Lood om oud ijzer, en voorts maar weer.
Waar de weg er inderdaad niet beter op werd, maar het werd wel donkerder en we zagen al zo weinig door die bemodderde voorruit. Op zeker moment stopten we, met de moed der wanhoop.
Struikrovers en bandieten
Toen zagen we drie mannen op ons afkomen, lopend. Ai, dacht ik nog, daar heb je ze. De struikrovers en bandieten waar dat geheimzinnige Albanië zijn reputatie aan te danken heeft.
Maar nee, dom vooroordeel. De drie spraken ons aan, telefoon in de hand. Dorpspgenoot aan de lijn die wel Engels sprak. Wat bleek? De drie waren op pad gestuurd door de politie in Tirana, om uit te kijken naar twee min of meer verdwaalde vreemdelingen in dat woeste landschap. Dat gebeurde zeer waarschijnlijk naar aanleiding van de actie van onze behulpzame campingdame.
We moesten het stuur maar overgeven aan een van de mannen, „don’t worry”. En zelfs hij had moeite om onze 4x4 recht te houden op het uiterst modderige pad. Op zeker moment zette hij de auto maar weer in de achteruit om een andere route, of rivierbedding, te proberen. We passeerden nog een kudde verbaasde schapen, wreed gestoord in hun nachtrust.
Behulpzame Albaniër achter het stuur. Foto: Andrew Cornelis
Aangekomen in hun dorp werden we neergezet in een soort cafeetje, kop koffie voor ons. De paar dubbeltjes voor de koffie was het enige dat we af moesten rekenen voor hun onbaatzuchtige hulp. Op eigen kracht vervolgden we onze weg, waarbij we nog bijna in een rivier kukelden. Ons plan om Tirana, leuke stad trouwens, nog te halen lieten we varen, het werd een hotelletje in Gramsh. Alwaar de volgende ochtend een agent aan onze kamerdeur stond. Ook weer om ons welzijn te checken – onze geparkeerde 4x4, onder de modder, had ons verraden.
Kanun, bloedwraak
Ja, die politie, ook al heel efficiënt bezig toen Albanië nog een wrede, paranoïde dictatuur was. En het komt door de kanun, de diep in de Albanese cultuur verankerde erecode die zegt dat je op je gasten moet passen als op jezelf, of beter nog. Dezelfde erecode die zorgt voor bloedwraak en dat soort heftige zaken – ik probeerde A. nog te waarschuwen toen die broeierige blikken ging werpen op de, toegegeven, mooie vrouw van een van onze weldoeners in dat vorige dorpje.
Maar ook dat liep goed af. Tof vakantieland, Albanië, en je kunt er nog eens verdwalen. Die waterval hebben we wel gehoord, zo dichtbij kwamen we, maar niet meer gezien.