Het was deze keer extra fijn om in Nederland te zijn. Eind december kwamen er twee nichtjes bij in de familie. Twee kersverse kleine Postmaatjes, geboren in een warm nest. Naast de vreugde was er ook spanning, want de jongste had extra zorg nodig en belandde in het ziekenhuis in het midden van het land. Vader, moeder en haar zus gingen mee. Zo kwam het dat we het kerstdiner niet thuis aten, maar in een Ronald McDonald Huis.
Het was deze keer extra fijn om in Nederland te zijn. Eind december kwamen er twee nichtjes bij in de familie. Twee kersverse kleine Postmaatjes, geboren in een warm nest. Naast de vreugde was er ook spanning, want de jongste had extra zorg nodig en belandde in het ziekenhuis in het midden van het land. Vader, moeder en haar zus gingen mee. Zo kwam het dat we het kerstdiner niet thuis aten, maar in een Ronald McDonald Huis.
Het diner werd bereid door de 240 Dienstencompagnie van de landmacht, normaal verantwoordelijk voor maaltijden bij oefeningen en missies. Nu serveerden de mannen en vrouwen in camouflage ons kerstdiner. Dankzij hen konden we samen kerst vieren en voelden we ons, ondanks de onverwachte locatie, toch thuis. En we waren niet de enigen. Het zaaltje zat vol andere families bij wie de zorgen voor die ene avond toch even wat minder zwaar drukten. Missie geslaagd dus.
Premie van meer dan duizend dollar
Het is zo’n moment waarop ik weer even besef dat we het in Nederland eigenlijk best goed voor elkaar hebben. Het is misschien niet een populaire gedachte, want ja er kan een hoop beter. Maar er gaat toch echt een hoop goed. Toen ik een Amerikaanse kennis vertelde over deze ziekenhuisopname was zijn eerste geschrokken reactie: ’En wat kost dat? Raken ze nu in de schulden?’ In de VS zijn juist deze maand voor miljoenen Amerikanen de zorgpremies gigantisch gestegen. Met premies van meer dan duizend dollar per maand betekent dat voor veel Amerikanen einde verzekering.
Het gaat toch ook best goed met een land als militairen zich aan het eind van het jaar inzetten voor een kerstdiner. Ik moet denken aan de Amerikaanse Nationale Garde die al maanden in Washington en andere steden de straten bewaken in opdracht van president Trump. Ik heb toch liever militairen die me een kippenbout met aardappelpuree brengen, dan soldaten met semi-automatische geweren in mijn park.
De kerst, en die periode van spanning en ziekenhuisbezoeken zorgde er ook voor dat de afstand tot het nieuws wat groter was. En dat is wel even goed. ‘What a year this week has been’, verzuchten we regelmatig in Washington. Onder president Trump voelt een week als een jaar en een jaar als een decennium. Het nieuws dendert door en morgen kan alles weer anders zijn.
Die Trump-trein was alweer op volle vaart
In het vliegtuig vroeg ik me af hoe het zou voelen om weer terug te zijn in Washington. Amerika is nog steeds hetzelfde land als toen ik hier voor het eerst binnenkwam, maar ook weer niet. Dat bleek al bij de paspoortcontrole. Samen met wat anderen moest ik ondanks mijn Global Entry toch extra gecontroleerd worden. Dat zorgde voor spanningen bij mensen in de rij ,,Is dit normaal?”, vroeg de vrouw achter mij zich af. ,,Dit was eerder toch niet zo? Waarom stellen die agenten zoveel vragen?”
Toen ik ‘s nachts om vier uur wakker werd van de jetlag was ik precies net op tijd om te zien dat die Trump-trein alweer op volle vaart was. De VS viel Venezuela binnen en zette president Maduro af. Die dag was er bij het Witte Huis een protest tegen de inval, een paar straten verder vierden Venezolanen juist feest. Trump dreigde ook meteen richting Colombia, Mexico en natuurlijk Groenland.
Alle ogen gericht op Minneapolis
Veel tijd om daarover na te denken was er niet. Capitool-bestormers hielden vijf jaar na die befaamde january 6 een herdenkingsmars. Ze waren euforisch. Allemaal hebben ze gratie gekregen van Trump. Politieagenten die het slachtoffer waren die dag voelen zich in de kou gezet. De dag erna waren alle ogen gericht op Minneapolis, waar een vrouw werd doodgeschoten door de immigratiepolitie ICE. In heel het land waren demonstraties.
What a year this week has been stelde ik nog maar weer eens vast. Dit was nog maar week 1. En het was nog maar donderdag. Geen wonder dat veel Amerikanen dit ook niet meer bij kunnen houden. Het is soms lastig uit te leggen aan Amerikanen dat wij worden geregeerd door een dubbel demissionaire regering en wachten op een eeuwigdurende formatie met steeds meer partijen. Maar toch hoor ik steeds vaker jaloezie over de manier waarop wij onze democratie hebben geregeld.
Het is een luxe als je je niet constant druk hoeft te maken over je politieke leiders, als een militair of een ander uniform niet meteen dreiging betekent, en wanneer gezondheidszorg geen moeilijke rekensom is. Dan kun je je namelijk richten op de dingen die echt belangrijk zijn. Zoals die twee kleintjes, nieuw op de wereld, maar nog ver van huis.