Vraag een Amerikaan naar de shutdown en de kans is groot dat het antwoord begint met een diepe zucht. Dit is precies waarom veel Amerikanen met frustratie naar de politici in Washington DC kijken.
Zo’n anderhalf miljoen ambtenaren zit of verplicht thuis en krijgt geen salaris, of moet werken en krijgt toch ook geen salaris. Miljoenen gewone Amerikanen lopen voedselhulp mis. En dan zijn er al die gesloten overheidsdiensten. Wie er geen last van hebben? De politici in Washington. Want de dwarsliggers, de veroorzakers van dit probleem, die krijgen wel gewoon doorbetaald.
Die shutdown zorgt ervoor dat zelfs de grootste vlag-aanbiddende volbloed Amerikaan een beetje cynisch wordt. Een paar weken geleden was ik bij een vliegshow in San Francisco. Het hoogtepunt van de dag zouden de Blue Angels zijn, het stuntteam van de Amerikaanse marine. Maar door de shutdown liep dat anders. Er was geen geld, dus moesten de Amerikanen aan de grond blijven.
Ze werden uit de brand geholpen door de Snowbirds, het team van de Royal Canadian Airforce. Het verzamelde publiek daar vlakbij de Golden Gate Bridge had dus in ieder geval iets om naar te kijken. ,,Daar zijn we toch buren voor”, zei de leider van het Canadese team alsof hij zojuist zijn grasmaaier aan de buurman had uitgeleend. Maar rond die bekende Canadese vriendelijkheid zat deze keer wel een onderkoeld kil laagje.
Naast mij staat een man in een shirt vol Amerikaanse vlaggen. Op zijn pet ‘Proud Veteran’. Hij vindt het maar niks dat er geen Amerikaanse vliegtuigen zijn en hij heeft moeite om zijn frustratie niet met scheldwoorden te omlijsten. ,,Ze zijn daar in Washington alleen maar met zichzelf bezig.” Dit land loopt compleet vast door die eeuwige verdeeldheid. Het is fu.. sorry. Het is gestoord. Gestoord is het.”
Ironisch
Ik kan het niet laten om het er een beetje in te wrijven. Ik vraag hem of hij het ook zo ironisch vindt dat dan juist de Canadezen moeten helpen. Dat buurland waar Trump steeds ruzie mee maakt en dreigt over te nemen als 51e staat. De Amerikaan maakte een wegwerpgebaar. ,,Don’t get me started”.
Veel toeschouwers zagen de humor er ook wel weer van in. Spottend werd ‘Canada!, Canada!’ gescandeerd. Weer eens wat anders dan het gebruikelijke ‘USA, USA’. Het paste goed bij de ontspannen sfeer in de stad. Wie goed kijkt ziet in San Francisco nog een beetje de hippievibes van de jaren 60 doorschijnen. De wijk Haight-Ashbury was toen het epicentrum van de hippiecultuur en de ‘Summer of Love’.
Tussen de techbro’s en de zelfrijdende taxi’s en de toeristen zijn er ook nog eigenzinnige en kunstzinnige paradijsvogels te vinden. Al is het ook een stad met drugsproblemen, met vaak maar een dunne lijn tussen een romantische vrijbuiter en een verslaafde dakloze. Ook dat is Amerika.
Als ik de veteraan vertel dat ik in Washington woon, wil hij weten hoe je de shutdown bij ons merkt. Ik vertel hem dat veel ambtenaren van ‘paycheck to paycheck’ leven, en dat ze dus meteen in de problemen komen als het salaris een keer niet wordt overgemaakt. De voedselbanken hebben het daarom veel drukker dan normaal.
Een hulporganisatie die zich normaal inzet bij internationale rampen, staat nu in Washington eten uit te delen. Een orkaan in Jamaica, een oorlog in Gaza en nu dan ook noodhulp voor ambtenaren in het rijkste land ter wereld. Hij schudt zijn hoofd. ,,En we doen het ons zelf aan.”
Onderdeel van het probleem
Om het niet te deprimerend te maken hebben we het ook over de stad. Maar al snel gaat het van zijn favoriete eettentjes in Chinatown toch weer over die shutdown. ,,Hoe zei Reagan dat ook alweer? ‘De overheid is niet onderdeel van de oplossing, het is onderdeel van het probleem’.” Daar ben ik het helemaal mee eens. Maar je moet de mensen in die overheid wel met respect behandelen. Wat er nu gebeurt is on-Amerikaans.”
Hij haalt een blikje cola uit zijn zak. ,,Mijn vader zei tegen mij, ga maar het leger in. Dan ben je in ieder geval zeker dat je een baan hebt en dat je betaald wordt. Hetzelfde gold voor ambtenaren. Moet je nu kijken. Je kan nog beter een band beginnen of kunstenaar worden.”
Er wordt geklapt en gejoeld als de Canadese Snowbirds nog een keer overkomen. ,,Of piloot bij de Canadezen. Dan mag je tenminste vliegen.”
LC en DVHN publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/ Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.
Jan Postma (Hurdegaryp, 1983) is correspondent in Washington voor BNR Nieuwsradio en andere media. Hij studeerde Amerikanistiek en journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.