Erwin (64 jaar) is vandaag flink van de tegenpartij, hij is in een mopperstemming en geeft vooral de politiek de schuld van alles. Op mijn vraag of hij een aantal weken geleden dan wel gestemd heeft kijkt hij me meewarig aan, ‘natuurlijk niet, dat heeft toch geen zin’.
Erwin is verwezen vanwege depressiviteit en inactiviteit, maar eigenlijk vind ik dat hij ‘de ziekte van Boos’ heeft: iedereen heeft het fout gedaan, behalve hij. Dat is natuurlijk geen echte diagnose, maar veel mensen lijden er tegenwoordig aan.
Vandaag begint hij over de AOW en haalt hij uit naar de partijen die vinden dat de AOW-leeftijd moet worden verhoogd. Hij vindt principieel dat hij recht heeft om over een jaar met pensioen te gaan, zoals het vroeger was. Nu moet hij doorwerken tot zijn 67ste en ‘die gekken in Den Haag willen dat zelfs nog verlengen ook’.
Houdbaarheidsdatum AOW
Ik moet even schakelen, eigenlijk wil ik hem vertellen dat het belangrijk is dat we langer doorwerken, dat hij geen eigen spaarpotje voor de AOW heeft opgebouwd, maar dat de werkenden van nu de AOW van de ouderen betalen. Het AOW-stelsel stamt uit 1957 en in die tijd waren er in Nederland ongeveer zeven werkenden per AOW’er.
De beroepsbevolking kon dat prima betalen. Nu worden we steeds ouder én er zijn veel minder jonge werkenden. Er zijn nu nog maar twee à drie werkenden per AOW’er en dat aantal slinkt in rap tempo. Het ooit bedachte stelsel heeft zijn houdbaarheidsdatum overschreden. Laten we dus inzetten op langer werken voor degenen die dat kunnen; het houdt ons bovendien fit.
Irma van Steijn
Froukje Jackson en Irma van Steijn zijn beiden GZ-psycholoog bij Maarsingh & van Steijn. Froukje in Groningen en Irma in Leeuwarden. Zij schrijven om en om een wekelijkse geanonimiseerde column over wat zij meemaken in o.a. de spreekkamer. E-mail: f.jackson@maarsinghenvansteijn.nl of i.vansteijn@maarsinghenvansteijn.nl
Maar ja, ik kan mijn gedachten natuurlijk niet bij Erwin over de schutting kieperen, dat hoor je niet te doen als psycholoog. Of kan dat wel? Vandaag besluit ik tot een experiment en ik vraag of ik op Erwin mag oefenen. Hij heeft 10 minuten tegen me aan gemopperd, of ik dat ook een keer bij hem mag doen. En het belangrijkste is dat we daarna samen nieuwsgierig zijn naar wat dat heeft oplevert. Erwin vindt het ‘wel best’. Ik begin direct en zet fors in. Na anderhalve minuut kan hij het niet meer aanhoren en gaat hij er tegenin. Maar dat mag niet van mij, we hadden spelregels afgesproken, hij moet nog even luisteren. Het lukt hem niet, hij staat op en moet zogenaamd even naar de wc.
Moppergewoonte
Het duurt zeker 10 minuten voordat hij terug is en zegt: ‘Oké, ik geloof dat ik je boodschap snap. Ik weet dat het niet helpt als ik alleen maar mopper, maar zo gaat het nu eenmaal in mijn hoofd’. Op het moment dat hij dit zegt lukt het me weer om naast hem te komen, hij zit vast in een machteloze moppergewoonte-loop waarmee hij bovendien anderen van zich afduwt. Zullen we dan samen nadenken over waar je je hoofd ook mee bezig kan laten zijn? Bedenk iets waar je brein zich vandaag in kan vastbijten, het moet iets zijn dat iets liefs oplevert en niet al te groot is. Erwin denk na. Iets liefs? ‘Euh… misschien viooltjes kopen en de tuin opknappen, dat vraagt mijn vrouw al weken?’
Het beste idee van de dag Erwin, direct uitvoeren graag!