Na mijn vertrek uit Rusland ben ik half augustus in de Georgische hoofdstad Tbilisi neergestreken. Van daaruit blijf ik over het grote buurland berichten, al is het dan op afstand.
Hierheen gevluchte Russen verbazen me soms. Ze doen me beseffen dat ik, zelfs na bijna elf jaar in hun land te hebben gewoond, hen nog altijd tevergeefs in hokjes probeer te stoppen.
Op weg naar metrostation Vrijheidsplein in Tbilisi, vraag ik me af of ik Igor (29) meteen zal herkennen. Ik heb hem maar één keer in levenden lijve gesproken en een paar filmpjes van hem op Facebook gezien. Maar als ik hem op het pleintje voor de metro zie, is er geen twijfel meer. We geven elkaar een stevige handdruk als bezegeling van het weerzien.
Igor ontmoette ik vijf jaar geleden, toen hij werd opgepakt bij dezelfde demonstratie in Moskou als waarbij ik zelf ook werd ingerekend. Per abuis, bleek al snel op het politiebureau. Na twee uur kreeg ik mijn paspoort terug, bood de dienstdoende commissaris tot twee keer toe zijn excuses aan en kon ik gaan.
Een week later maakte ik een reportage over de arrestanten en wat er met hen gebeurde. Igor was één van hen. Hij is kunstenaar, maakt mooie schilderijen maar kan ook als grafisch designer op zijn computer prima uit de voeten. Vijf jaar geleden toonde hij zich een opposant van de Russische president Vladimir Poetin. „Ik vertrek naar Georgië”, vertelde Igor, wiens moeder uit het land afkomstig is, me toen al. „De FSB rijdt voortdurend door mijn straat.”
Igor is een knappe verschijning. Hij heeft een mooie slag in zijn halflange haar, donkere ogen en met zijn dunne bakkebaarden heeft hij wel wat weg van de Russische dichter Poesjkin. We lopen door de fraaie maar ietwat vervallen straten van het oude centrum (‘elegant trash’ noemt een collega het) van Tbilisi, dat door de vele platanen en spaarzame verlichting altijd een beetje donker is. Op het terras van een bierhuisje houden we halt.
Ik veronderstel dat Igor een liberaal is, die de democratie een warm hart toedraagt en van het bikkelharde Poetin-conservatisme niks moet hebben, maar ik blijk abuis. „Natuurlijk wil ik vrijheid, maar niet op de liberale manier”, poneert hij plompverloren zijn stelling. „Liberalen zijn er alleen maar op uit hun vermogen te vergroten. Poetin is net zo goed een liberaal.”
Kleine kortsluiting in de kleine hersenen
Poetin een liberaal? Er doet zich bij mij een kleine kortsluiting voor in de kleine hersenen, maar Igor - intelligent en buitengewoon veel belezen - raast verder. „Ik neig naar conservatisme en ben een fan van Donald Trump. De verkiezingen van 2020 zijn van hem gestolen.” Mijn tegenwerping dat daar geen enkel bewijs voor is, wuift hij weg. „Dat is er wel”, zegt Igor, zonder zijn nieuwe stelling overtuigend te staven.
Igor heeft nog altijd een Russisch paspoort en probeert al jaren aan een Georgisch identiteitsbewijs te komen. Zonder succes. Maar blijven wil hij hier ook niet. „Het is de enige manier waarop ik hier weg kan, met een Russisch paspoort lukt me dat niet. Ik heb de Georgische president al aangeschreven om het gedaan te krijgen.”
„Waar wil je dan heen?”, vraag ik hem. „Naar Europa?” Nee, beslist niet, zegt Igor. Hij heeft er veel gereisd en zijn broer woont in Duitsland. Maar het feit dat ouders in Europa hun kinderen transgenderheid proberen aan te praten, staat hem tegen. Mijn stelling dat dat een belachelijke karikatuur is, valt opnieuw niet in vruchtbare bodem.
Igor wil naar Japan, daar woonde hij van 2014 tot 2016. „Het is een van de humaanste samenlevingen ter wereld.” Ik ben er nooit geweest, maar vertel wat ik heb gelezen. Over de keiharde Japanse discipline en de moordende arbeidsmoraal, waardoor werknemers zelfmoord plegen, omdat ze de stress niet langer aankunnen. „Geloof me”, zegt Igor, „het land is de laatste decennia echt veranderd.”
We lopen terug naar de metro en Igor vertelt dat hij zelden alcohol drinkt en geen drugs gebruikt. Hij zou er knettergek van worden, zegt hij. „Maar je rookt als een schoorsteen”, zeg ik. Igor antwoordt dat hij moet roken, anders trekt hij het bestaan niet.
„Ben je depressief?”, vraag ik voorzichtig. „Het is erger. Ik heb de neiging tot suïcidaliteit. Ik heb iets in het autistische spectrum, kan mijn emoties soms slecht beheersen.” Ineens begrijp ik het. Igor keek me tijdens het gesprek op het terras aanvankelijk nauwelijks aan.
Bij het afscheid beloof ik dat we elkaar weer gaan zien. Igor stemt ermee in. „Al hoop ik, dat ik op een dag hier weg kan. En dat deze nachtmerrie voorbij gaat.”
Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noordenpubliceren iedere week een column van Onze Vrouw/Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.
Joost Bosman (1969, Eindhoven) was sinds eind oktober 2013 correspondent in Moskou voor het AD, Financieele Dagblad, deze krant, EWMagazine, BNR Nieuwsradio en EenVandaag. Hij studeerde journalistiek aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle en Ruslandkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds vorige maand werkt hij vanuit de Georgische hoofdstad Tbilisi.