'In de Franse en Italiaanse Alpen huizen wolvenroedels, zonder dat die enig aantoonbaar effect hebben op de ruimere economische en toeristische ontwikkelingen in die regio’s.' Foto: Shutterstock
Deze nazomer is het geen pretje om een bruine beer te zijn. De wolf, dat andere markante roofdier, haalde wel enkele overwinningen bij de Europese rechter.
‘De wereld wordt nu beheerst door een dier dat niet denkt dat het een dier is. En de toekomst wordt bedacht door een dier dat geen dier wil zijn.’ Met deze aanvangszinnen uit haar erg lezenswaardige boek Het dier in ons (2021) vat Melanie Challenger de paradox die de laatste jaren alsmaar meer op de voorgrond treedt in de omgang van de mens met grote roofdieren op het Europese continent.
Heel wat handelingen van de mens verschillen in wezen niet veel van het gedrag van dieren. We doden en eten andere dieren om hun energie. Ons leven wordt beheerst door emoties en gevoelens, die in hun essentie aantoonbaar dierlijk zijn. Ons mens-zijn is de resultante van onze eerste ervaringen als mensapen op de Afrikaanse savanne, waar we zelf ooit een prooidier waren voor leeuwen en luipaarden.
Zoveel miljoenen jaren later zijn we vergeten wat het is om een angstig, bejaagd prooidier te zijn. We spendeerden de voorbije millennia via religie en filosofie tienduizenden pagina’s aan het vinden van argumenten waarom de menselijke soort zo bijzonder is. Waarom wij uiteindelijk geen dieren zijn, omdat we een ziel zouden hebben of omdat ons vermogen tot rationeel denken ons tot een niet-dier zou maken.
Zelfs Darwins leer kon het zelfverklaarde menselijke exceptionalisme niet counteren.
Oog om oog, tand om tand
Tegen die achtergrond is het disruptieve karakter van een aantal recente, tragische ontmoetingen tussen mens en roofdier nog tastbaarder. Denk bijvoorbeeld aan het tragische lot van Andrea Papi, een Italiaanse twintiger die vorig jaar gedood werd door een bruine beer tijdens een looptocht in het Italiaanse Trentino.
In de Spaanse wateren regent het berichten van orka’s die zeilboten aanvallen. Menig watersporter diende te worden gered van een door zo’n aanval beschadigd en stuurloos geworden schip. Ze kwamen met de schrik vrij. En wat dan gedacht van de recente commotie over een kind dat op landgoed Den Treek bij Leusden werd aangevallen door een wolf? Of de Roemeense tiener die stierf na een berenaanval in de Karpaten?
Telkens reageren wij als mens uitermate emotioneel op die feiten. Dierlijk, zeg maar. Oog om oog, tand om tand. We moeten deze gevaarlijke dieren meteen uitschakelen, zo lijkt de premisse. Enkel de orka’s kunnen op clementie rekenen. Op het land is dat minder het geval. Onze menselijke dominantie staat immers op het spel. Wij zijn geen prooidier. Zelfs al weten we dat er jaarlijks veel meer mensen in het verkeer of door huisdieren sterven, de loutere kans dat wilde roofdieren het op ons gemunt kunnen hebben, lijkt elke vorm van rationaliteit – nochtans net een eigenschap die ons tot een niet-dier maakt – bij voorbaat overboord te gooien.
Zelfs toppolitici vallen ten prooi aan hun, nou ja, dierlijk instinct. Zo blijft het opmerkelijk dat de Europese Commissie (EC), die het jarenlang opnam voor de wolf, vorig jaar plots overstag ging voor de vraag naar een actievere bejaging van wolven. Was het een toeval dat die ommekeer gebeurde nadat een dertig jaar oude pony van EC-voorzitter Ursula von der Leyen, was gedood door een wolf? Nu vindt de EC dat er in bepaalde delen van Europa te veel wolven zijn, die zowel voor vee als mens een bedreiging zouden vormen. Soepelere jachtregels moeten soelaas brengen.
De enige instantie die nog enigszins op de rem staat in die hang naar meer bejaging van wilde roofdieren, is het Europees Hof van Justitie. In de zomer van 2024 velde het twee arresten over de wolvenjacht, die wilde roofdieren binnen Europa ietwat meer ademruimte lijken te geven.
Een eerste uitspraak, van 11 juli, betrof een beslissing van de Oostenrijkse overheid in Tirol om een wolf, aangeduid als ‘158matk’ af te knallen. Reden: die wolf was verantwoordelijk voor de dood van een groot aantal schapen. Oostenrijk vond dat de beslissing wettig was, want als ze de wolf vrij spel zouden geven, dan zouden alle traditionele landbouwpraktijken in de bergen verdwijnen. Iets waar het Hof niet in meegaat. In de woorden van de advocaat-generaal: ,,Ik kan mij moeilijk voorstellen dat het lot van de Oostenrijkse alpenweiden in de poten van wolf 158matk ligt.’’
Dat de terugkeer van enkele wolven zou leiden tot het einde van de begrazing van alpenweides, leek een brug te ver voor het Hof. Dat is correct, want in de Franse en Italiaanse Alpen huizen wolvenroedels, zonder dat die enig aantoonbaar effect hebben op de ruimere economische en toeristische ontwikkelingen in die regio’s.
Voorts meende Oostenrijk dat de economische kost voor het nemen van adaptiemaatregelen te hoog ligt. Wolvenwerende hekken plaatsen of herdershonden trainen, zou te veel vergen van de veeboeren. Toch besluit het EU-Hof van Justitie dat Oostenrijk zijn beleid in de eerste plaats moet richten op het ‘welkom heten’ van de wolf. Het Hof oordeelt dat het finaal de mens is die zich moet aanpassen aan de wolf, en niet vice versa.
Het Hof lijkt daarmee een onrechtstreekse tik te geven aan de Europese Commissie, die de deur nadrukkelijk lijkt open te zetten voor meer bejaging.
Diezelfde kritiek schemert nog nadrukkelijker door in haar arrest van eind juli in een Spaanse zaak. In een groot deel van Spanje is de wolf al minder beschermd dan bij ons. Dat bracht Spanje ertoe de wolvenjacht te verruimen, iets wat het Hof dan weer terugfloot. Zelfs al is de wolf minder beschermd, wanneer de populatie niet hersteld is, is er geen sprake van duurzame wolvenjacht, luidt het.
Die visie gaat lijnrecht in tegen de plannen van Von der Leyen. Fundamenteler zet deze rechtspraak, misschien wel onbedoeld, enkele vraagtekens bij de scheidingsmuur tussen mens en dier die dwars door onze samenleving loopt.
Of de rechterlijke uitspraken het verschil zullen maken, lijkt minder zeker. Het houdt de Zweedse en Roemeense overheden alvast niet tegen om honderden bruine beren af te knallen. Rationeel roofdierenbeleid? Eerder een staaltje steekvlampolitiek, die ons, menselijke dieren, de illusie moet geven dat er maar één dier de échte baas is in onze bossen: de Homo sapiens sapiens. Zelfs al zegt de wetenschap dat het willekeurig doden van roofdieren geen enkel aantoonbaar effect heeft. We blijken als mens vooral goed in het vrijwaren van onze eigen uitmuntendheid als zelfverklaarde rationele toppredator.
Hendrik Schoukens is professor milieurecht aan de Universiteit Gent en schepen (wethouder) van Milieu (Groen) in de Belgische gemeente Lennik