Willem Hilhorst, archivaris videogames bij Beeld en Geluid in Hilversum.
Foto: Jean-Pierre Jans
De Groningse Willem Hilhorst (29) heeft in het archief van Beeld en Geluid een missie: ervoor zorgen dat de belangrijkste Nederlandse games nog honderden jaren speelbaar blijven. „We zijn nu denk ik op de helft.”
Rijen en rijen aan kasten diep in een oranjegetinte kelder, vol met banden waarop oude tv-uitzendingen van bijvoorbeeld André van Duin, Kopspijkers en de vroegste edities van het NOS Journaal worden opgeslagen. Het archief van Beeld en Geluid in Hilversum is in Nederland de verzamelplek voor niet alleen televisie, maar ook voor film, radio en geschreven pers.
En sinds enkele jaren ook videogames. Tussen poppen uit kinderseries Koekeloere (Moffel en Piertje) en Ik Mik Loreland bevindt zich ook een kast met daarin bijvoorbeeld Red Cat en A2 Racer. In Nederland gemaakte games die net zozeer tot ons historisch erfgoed behoren, denkt Beeld en Geluid. Games die nu worden ontwikkeld, moeten daar nog eeuwenlang te spelen zijn.
Willem Hilhorst is een van de archivarissen die iedere dag op zoek is naar Nederlandse games om op te nemen in hun archief. Zijn zoektocht richt zich vooral op het zogeheten ‘canon der videogames’: „Dat is een lijst van de meest invloedrijke videogames uit ons land, die is samengesteld door journalisten, gamemakers en uitgevers. „Het zijn de spellen die echt de Nederlandse gamescultuur hebben geschapen.”
Willem Hilhorst in het archief van Beeld en Geluid. Foto: Jean-Pierre Jans
Game Boy in de baarmoeder
Vanaf zijn vierde groeide Willem op in Haren. „Mijn moeder komt oorspronkelijk uit het Noorden. Ik neem het mijn ouders nog steeds kwalijk dat op mijn paspoort staat dat ik uit Almere kom.”
Willems moeder zweerde vroeger bij haar Game Boy. Zelf zou hij pas echt verslingerd raken aan gamen in de kerstvakantie van 2004, toen hij samen met zijn zusje een GameCube cadeau kreeg. „Mijn ouders hadden specifiek voor Nintendo gekozen, omdat ze PlayStation te gewelddadig vonden.”
De spelcomputer was vooral gekocht voor de toen nieuwste Mario Kart, maar zelf raakte Willem verslingerd aan de ook gebundelde Zelda-game. Als 8-jarige was hij daar eigenlijk te jong voor, die game zat vol Engelse teksten die hij nog niet begreep. „Maar we hadden toen een au pair die alles voor mij vertaalde. Zij las ook alle gidsen voor de game zodat ze kon vertellen waar ik heen moest.”
Toch had Willem niet gedacht dat hij jaren later zelf zijn geld zou verdienen door games te verzamelen. Hij wilde naar de filmacademie om filmmaker te worden, Quentin Tarantino en Edgar Wright waren zijn grote inspiraties. Toen hij tijdens zijn studie begon te schrijven over Nintendo-games, werd hij steeds dieper de spellenwereld ingetrokken.
Moeilijke zoektocht
Op de verlanglijst van Beeld en Geluid staan ongeveer zeventig games. In afgelopen jaren heeft Beeld en Geluid daar ongeveer de helft van verzameld. Het is een langzaam proces, omdat spellen alleen met instemming van de originele makers aan het archief toegevoegd kunnen worden. „Bij film en televisie zijn er wetten en afspraken die ervoor zorgen dat we alles legaal in ons archief mogen opnemen. Bij games is dat nog niet zo.”
„Ons archief bestaat daarom alleen uit schenkingen en donaties van de originele spelontwikkelaars”, aldus Willem. Zouden ze een spel zonder deze toestemming toevoegen, dan schendt Beeld en Geluid het auteursrecht.
Bij oude boeken en films is het auteursrecht soms allang vervallen omdat de originele auteurs zijn overleden. Ooit zouden via die route games makkelijker aan het archief toegevoegd kunnen worden, maar dat is nog lang niet aan de orde. „De sector is nog maar 45 jaar oud, de eerste Nederlandse game was Nijmeegs Avontuur uit 1980. De meeste makers leven daarom nog gewoon.”
Op zoek naar wereldhits en pindakaas
Willem’s leven bestaat daarom uit het traceren van die lang vergeten gamemakers, om ze te vragen of hun games in het archief mogen worden geplaatst. Daarbij mikt hij op grootse blockbusters, maar ook kleinere, specifiekere titels. „Ik ben nog op zoek naar een pot pindakaas. Met in de deksel die kleine cd-rom met een game van de Schippers van de Kameleon uit 2003.” Een promo-actie van Calvé. Diep in het archief bevindt zich Undergrond, een Friese game die speciaal werd gemaakt om chirurgen te helpen bij hun training.
„Het grootste gemis in het archief is denk ik wel Guerrilla Games”, denkt de archivaris. Guerrilla is de grootste gamemaker van Nederland, hun meest recente titel Horizon Forbidden West was de grootste mediaproductie die ooit in ons land is gemaakt. Meer dan 38 miljoen Horizon-games werden verkocht. „De rechten daarvan zijn van Sony Interactive, en samenwerken is voor hun een hogere drempel dan bij anderen.”
Soms is het ook te laat. Zo’n tien jaar geleden was er de ‘Flash-apocalyps’. De software waar populaire internetspelletjes op draaiden werd niet meer ondersteund, waardoor deze games in één klap van het internet verdwenen. Dat terwijl veel Nederlandse gamebouwers juist zulke spellen hebben gemaakt. „Daar zit echt een soort gat in ons archief.” Ook telefoonspelletjes uitgebracht tussen 2001 en 2007 zijn bijna niet meer terug te vinden.
Een exemplaar van de Nederlandse game 'Hopeloos' (1986) in het archief van Beeld en Geluid. Foto: Jean-Pierre Jans
Spelend krijgen
Zijn games eenmaal in het archief, dan volgt een tweede uitdaging: het speelbaar houden van al die klassieke titels. Waar een oude film altijd wel terug te kijken is in een algemene videospeler, zijn spellen ontwikkeld voor tientallen soorten spelcomputers. Een kopie van A2 Racer uit 1997 werkt bijvoorbeeld alleen op een oude computer met de Windows-versie uit die tijd.
Een paar oude apparaten bewaren is ook geen oplossing. „Uiteindelijk gaan die kapot. We hebben wel wat technische kennis in huis om ze dan te repareren, maar we kunnen dat niet driehonderd jaar blijven doen.”
Daarom maakt Beeld en Geluid gebruik van speciale software die oude spelcomputers kan nabootsen. Bestanden van de game worden geplaatst op een moderne computer, waarop een zogeheten ‘emulator’ het spel vervolgens draait alsof je op de originele machine speelt.
Daar schuilt ook weer een uitdaging achter: emulators bestaan voor oudere spelcomputers, maar voor de nieuwe PlayStation 5 en Xbox bestaat zulke software nog niet. Daarnaast verzetten bedrijven zoals Nintendo zich tegen de ontwikkeling van zulke programma’s, omdat ze bang zijn dat mensen hiermee hun games illegaal downloaden en afspelen.
SCHiM is één van de actuelere games in het archief. Foto: Jean-Pierre Jans
Pionieren
En zelfs dan is het knap lastig om de ervaring van een oude game goed te preserveren. Veel moderne spellen zijn bijvoorbeeld gemaakt om met duizenden mensen tegelijk online te spelen. „In een ideaal scenario lukt het ons dan om de oude gameservers weer tot leven te brengen. Maar als je die dan over tientallen jaren in het archief speelt, loop je daar alleen rond. Een heel andere ervaring dan toen het spel jaren geleden in de winkels lag.”
Het is pionieren, weet ook Willem. „We hebben in Nederland ook gamemusea, maar andere instituten die games archiveren hebben we in ons land niet. En zelfs in Europa is dit type werk zeldzaam.”