Net over de grens lagen ooit 15 concentratiekampen. Voor Alie (76) uit Vlagtwedde blijft 8 mei belangrijk. ‘Nooit weer fascisme’
Pieter BroesderWesterwolde

In het Emsland, in het grensgebied van Groningen en Drenthe, lagen van 1933 tot 1945 vijftien concentratiekampen. Te weinig mensen weten dat (nog). Om niet te vergeten is er op de begraafplaats in Esterwegen jaarlijks een Duits-Nederlandse herdenking.
„Nooit weer fascisme. Dat is wat we elk jaar opnieuw willen uitdragen”, zegt Alie Noorlag (76). Ze groeide op in Stadskanaal en woont al lange tijd in Vlagtwedde. Al decennialang is ze betrokken bij de herdenking als lid van de Duits-Nederlandse Werkgroep 8 mei.
Sinds 1986 organiseert deze werkgroep een internationale plechtigheid op de begraafplaats Bockhorst-Esterwegen, zo’n 25 tot 30 kilometer over de grens bij Vlagtwedde en Bourtange. De herdenking vindt altijd plaats op de zaterdag die het dichtst bij 8 mei ligt; dit jaar is dat 9 mei.
Internationaal verzetslied
„Dan herdenken Nederlanders en Duitsers samen de slachtoffers van het fascisme en staan we stil bij de capitulatie van nazi-Duitsland op 8 mei 1945'’, vertelt Noorlag. „Daarnaast vragen we aandacht voor hedendaagse ondemocratische en neofascistische ontwikkelingen.'’ De bijeenkomst begint om 15.00 uur.
Er zijn sprekers en het beroemde Lied der Moorsoldaten wordt gezongen. Dit lied werd in 1933 geschreven door gevangenen in kamp Börgermoor en verwoordt de uitzichtloosheid van het zware werk in het veen. Het groeide uit tot een internationaal verzetslied.

Voor veel Duitsers geldt 8 mei 1945 als Stunde Null: het symbolische moment van capitulatie, het einde van de oorlog en het begin van een nieuw tijdperk. Tegelijkertijd zijn er ook Duitsers die de dag eerder als nederlaag dan als bevrijding van het nazisme ervaren. „Juist daarom blijft het belangrijk om de gruwelen van de oorlog te blijven benoemen’’, betoogt Noorlag.
Massagraven
Tussen 1933 en april 1945 zaten in de Emslandkampen in totaal 180.000 tot 200.000 mensen gevangen. Ruim 35.000 van hen overleefden de ontberingen niet. In de eerste jaren betrof het vooral politieke tegenstanders van de nazi’s: communisten, socialisten en vakbondsleden. Onder de slachtoffers bevonden zich zeker 26.000 Russische krijgsgevangenen, die stierven door mishandeling, ondervoeding, slechte hygiëne en besmettelijke ziekten. Veel doden werden in massagraven begraven.
De eerste Emslandkampen werden door de gevangenen zelf opgebouwd. Onder het voorwendsel van ’nuttige arbeid' en ’heropvoeding' moesten ze met primitieve middelen barakken, hekken en werkplaatsen uit de grond stampen. Hun taak was het ontginnen van de uitgestrekte veengebieden. „In werkelijkheid kwam het neer op niets minder dan slavenarbeid.'’
Het leven in de kampen was meedogenloos. De veengrond was zwaar en het werk uitputtend. Bewakers maakten misbruik van hun macht en traden vaak sadistisch op. Vooral kamp Esterwegen stond bekend om zijn wreedheid. Voedsel was schaars, mishandelingen waren dagelijkse praktijk en gevangenen die volgens de bewakers ’op de vlucht' zouden zijn geweest, werden soms zonder aarzeling neergeschoten.
De Rode Hulp
In de beginjaren van de werkgroep waren ook veel Nederlandse communisten betrokken, mensen die zich de Rode Hulp nog herinnerden. Deze organisatie hielp vanaf 1933 politieke tegenstanders en Joodse vluchtelingen te ontsnappen uit nazi-Duitsland en was vooral ook in Oost-Groningen actief. Met gevaar voor eigen leven smokkelden zij mensen de grens over en verborgen hen voor de Nederlandse autoriteiten.
Nederland leverde in de jaren dertig gevluchte gevangenen zonder proces uit aan Duitsland, met vaak desastreuze gevolgen. Veel van deze opgepakte vluchtelingen kwamen opnieuw in de kampen terecht, waar ze onder zware omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten, vooral het afgraven van hoogveen. ’s Nachts waren de fel verlichte kampen vanuit Nederland te zien, herinnert Noorlag zich uit de verhalen.
Mensen kennen de geschiedenis nauwelijks
Van 2011 tot 2024 werkte Noorlag in de Gedenkstätte Esterwegen. Sinds 2024 is ze verbonden aan de Gedenkstätte Engerhafe, op het terrein van het voormalige buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme bij Emden. Daar verzorgt ze rondleidingen en geeft ze les aan jongeren. In Engerhafe zaten onder anderen mannen uit Putten, die na de razzia van 1 en 2 oktober 1944 waren opgepakt.
„Vooral Duitse scholieren komen hier. Ze staan soms versteld als ik vertel wat zich hier heeft afgespeeld.” Ook Nederlandse scholen benadert ze actief. „Veel jongeren, en helaas ook sommige leraren, kennen deze geschiedenis nauwelijks.”

De laatste oorlogsmaanden
De gruwelen in Engerhafe en de andere Emslandkampen gingen door tot vlak voor het einde van de oorlog. Op 10 april 1945, terwijl Drenthe en delen van Groningen al bevrijd waren, vond nog een dodenmars plaats naar Aschendorfermoor. In dat kamp werden in april 1945 gevangenen uit verschillende Emslandlager samengebracht. In dezelfde maand werden nog 172 gevangenen geëxecuteerd.
Na 8 mei 1945 bleven verschillende kampen nog jarenlang in gebruik. Sommige dienden onder geallieerd en later Duits beheer als gevangeniskamp voor voormalige nazi’s. Andere werden opvanglocaties voor Displaced Persons, onder wie veel Polen die niet wilden terugkeren naar het inmiddels communistische Polen. Het laatste kamp sloot in 1957.
De Emslandkampen, en Esterwegen in het bijzonder, groeiden uit tot symbolen van de vroege terreur van het nazi-regime. „Ze laten zien hoe snel en hoe hard de onderdrukking van politieke tegenstanders en andere vervolgde groepen vorm kreeg.'’



Vervoer geregeld
Het bezoekerscentrum bij Esterwegen werd in 2011 geopend. De begraafplaats waar de herdenking plaatsvindt, ligt aan de B401 in de gemeente Bockhorst, ongeveer 6,5 kilometer van de herdenkingsplaats Esterwegen. Voor mensen die de herdenking willen bijwonen maar geen eigen vervoer hebben, is vervoer geregeld. Meer informatie is te vinden op https://werkgroep8mei.nl.












