Het Veenkoloniaal Museum komt met een eerbetoon aan het communistisch verzet in de Tweede Wereldoorlog. Een openlijke rehabilitatie van al die rode verzetsmensen die na de oorlog stelselmatig door de overheid werden gekleineerd en wier daden werden gebagatelliseerd.
70 jaar na de bevrijding is dit de eerste grote tentoonstelling in Groningen over dit onderwerp. ,,Dit is ook de eerste keer dat gepoogd is de rol van het communistisch verzet in de oorlog fatsoenlijk te onderzoeken'', stelt historicus (en voormalig CPN-lid) Ruud Weijdeveld. De tentoonstelling is geënt op zijn twee boeken 'Het communistisch verzet in Groningen 1940-1945'.
Jarenlang deed hij diepgaand onderzoek. Hij noemt het een vergeten en verzwegen historie. Vergeten ook omdat kinderen en kleinkinderen vaak geen weet hadden van de daden van hun ouders en grootouders. Verzwegen omdat na de bevrijding, tijdens de Koude Oorlog, de rol van de communisten van tafel werd geveegd en klein gemaakt. ,,Als er al sprake was van communistisch verzet, dan alleen om de ene dictatuur te verruilen voor een andere, werd betoogd. De overheid gaf ze nooit de erkenning die ze verdienden'', zegt Weijdeveld tijdens het inrichten van de tentoonstelling in Veendam. Samen met de 92-jarige Grietje Haagsma uit Winschoten loopt hij door de expositieruimte.
Mevrouw Haagsma zat met haar man Tjerk in het communistisch verzet. Bij het zien van memorabilia en foto's van omgekomen verzetsmensen komen de emoties boven. Bij een fotowand met portretten van door de Duitsers vermoorde communisten valt ze even stil. ,,Och, kijk nou. Allemaal bekenden uit Finsterwolde en Beerta. En hier, een foto van Tjabbo de Groot uit Winschoten. Die heb ik goed gekend. Wat zijn ze jong nog.''
Niet langer
Weijdeveld vertelt dat zeker 75 communistische verzetslieden uit Groningen de oorlog niet overleefden. Ook hij is geëmotioneerd. ,,Voor mijn onderzoek sprak ik met tientallen mensen uit het verzet, met nabestaanden, kinderen en kleinkinderen. Ik word nog boos over hoe het ze is vergaan. Hoe onrechtvaardig ze zijn behandeld. Communisten die mede de Stichting '40-'45 oprichtten ontvingen jarenlang geen uitkering van diezelfde organisatie. Na de oorlog woog het feit dat je communist was zwaarder dan het gegeven dat je het leven had gelaten in Duitsland. Communisten die voor de oorlog in Spanje vochten tegen Franco en later in het verzet gingen, werden gebrandmerkt. Terwijl al die Nederlanders die voor de Duitsers aan het Oostfront vochten.''
Weijdeveld: ,,Eigenlijk is er sprake van een contradictie. Na de oorlog werden communisten door de overheid in de ban gedaan. Aan de andere kant verdrievoudigde het aantal stemmen dat werd uitgebracht op de CPN. Er kwamen raadsleden en wethouders. Bij veel mensen genoten ze sympathie.''
Ook Tjerk Haagsma ging in de politiek. Meer dan dertig jaar zat hij namens de CPN in de gemeenteraad van Winschoten. Hij was er vier jaar wethouder. ,,Tjerk zat zelfs een tijdje in de raad van Medemblik in Noord-Holland, waar we jaren zaten verstopt'', vertelt mevrouw Haagsma. ,,Hij wilde er wel blijven. Ik wilde terug naar Winschoten.''
Niet langer
Haar man dook in 1943 onder toen er een Duitse oproep kwam dat alle gedemobiliseerde Nederlandse soldaten zich moesten melden. Zij ging mee. ,,We zaten eerst in Leeuwaren bij familie van mijn man aan de Harlingertrekvaart. Een tante was op visite bij heit en mem en stelde voor naar Andijk te gaan. Daar kenden ze ons niet en was een geschikt adres.''
In Leeuwarden zat ook een joods jongetje ondergedoken. ,,Die sliep bij mijn schoonzus en mij in een bed. Op een dag was er een inval. Duitsers stormden de slaapkamer binnen en ik moest mijn Ausweis tonen. Het jongetje sliep door alles heen en werd wonderlijk genoeg ook niet wakker gemaakt.'' Hij overleefde de oorlog. Joop Gobes is zijn naam. ,,Hij is 76 en woont in Uden. We hebben nog goed contact. Twee weken geleden zagen we elkaar nog.''
Via een ondergedoken kennis in Andijk kwamen ze in contact met het communistisch verzet. Tot aan de opheffing van de CPN in 1991 waren ze partijlid. Haar man zat in de organisatie. Mevrouw Haagsma bracht er De Waarheid rond, de illegale partijkrant van de CPN. ,,Die haalde ik vijftien kilometer verderop op de fiets en droeg ze op de borst onder mijn kleren. Ik bezorgde bij een huisarts en ontving per keer tien gulden. Dat was een heel bedrag in die tijd. Ook een apotheker gaf me altijd geld. Later hoorde ik van mijn zus dat hij bij de bevrijding was opgepakt. Hij zat bij de NSB.'' Het klink als een spannend jongensboek. ,,Dat was het niet. De spanning was enorm. Mensen waren bang. Er gebeurden vreselijke dingen. Toch deden we wat we konden. Dat deed je gewoon. Toch?''
De tentoonstelling ‘Het communistisch verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog'
in het Veenkoloniaal Museum in Veendam wordt zondagmiddag om 15.00 uur geopend
en is te zien tot en met zondag 21 juni. De bedoeling is dat de expositie later
ook te zien is in meer Groninger gemeenten.
Niet langer
Zeker één keer ging het bijna mis. ,,Een razzia. Duitsers drongen ons onderduikadres binnen. We werden net op tijd gewaarschuwd door marechaussee Lodder. Die zat er in de kost en wist van de actie. ‘Tjerk, maak dat je wegkomt!'. Ik hoor het hem nog roepen. Mijn man kon zich net op tijd verstoppen in een gat in de grond, dat was afgedekt met een rieten mat. Zes gewapende Duitsers stonden toen al in de keuken.''
Dat Haagsma communist was en Lodder gereformeerd speelde geen rol. Lodder die ook in het verzet zat, is later verraden, opgepakt en vermoord. Doodgeschoten. ,,Zijn vrouw kreeg een melding of ze zich bij de Verwaltung wilde melden. Haar man kreeg ze niet mee. Alleen zijn trouwring.''
Na de bevrijding ging het echtpaar terug naar Oost-Groningen. Het begon een assurantiekantoor en ze werden beide actief in de communistische partij en aanverwante bewegingen. Zo zat mevrouw Haagsma in het hoofdbestuur van de vrouwenbeweging. ,,Ook na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie bleef mijn man het vertrouwen in het communisme houden. Ik kan niet zeggen dat ik dat nog heb.''
Vijftien jaar geleden overleed haar man. Zestig jaar waren ze samen geweest. Ze mist hem nog elke dag. Zij voelden zich niet met de nek aangekeken. ,,Er waren er genoeg die zeiden nooit op onze partij te stemmen. Maar voor mijn man, de politicus, hadden ze waardering.''
Niet alleen de rol van de communisten in de oorlog wordt op de tentoonstelling belicht. Ook de zogeheten Rode Hulp in Groningen komt uitgebreid aan de orde. Deze organisatie, die vooral bestond uit communisten, hielp al in 1933 na de machtsovername van de nazi's Duitse vluchtelingen in Nederland. Weijdeveld: ,,Voor de oorlog stuurde de overheid Duitse communisten en andere vluchtelingen voor de nazi's zonder pardon terug. Dat zijn geen zaken waar de Nederlandse overheid trots over schrijft. Ik wil geen parallellen trekken met het huidige vluchtelingenprobleem. Toch: wat kun je van de geschiedenis leren?''
Reizende tentoonstelling
Niet langer
De tentoonstelling ‘Het communistisch verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog'
in het Veenkoloniaal Museum in Veendam wordt zondagmiddag om 15.00 uur geopend
en is te zien tot en met zondag 21 juni. De bedoeling is dat de expositie later
ook te zien is in meer Groninger gemeenten.