Minister Faber tijdens haar bezoek aan het aanmeldcentrum in Ter Apel in juli. Foto: Vincent Jannink
Marjolein Faber bezoekt 6 februari Ter Apel en Nieuw-Weerdinge. De uitnodiging stond al een tijdje. De bekritiseerde minister van Asiel en Migratie zal meer mee moeten brengen dan haar ferme handdruk.
Het kabinet Schoof was nog maar nauwelijks beëdigd of ze stond al in Ter Apel op de stoep. Marjolein Faber, kersvers minister van Asiel en Migratie, nam op 10 juli 2024 poolshoogte in het aanmeldcentrum, sprak met ondernemers in het dorp en met burgemeester Jaap Velema.
„Dat werd gewaardeerd”, zegt Velema. „Ze was er al in de eerste week. We hadden een goed en vriendelijk gesprek.”
In de persoonlijke omgang ervaart de burgemeester haar als zeer correct. „Heel voorkomend, met oog voor iedereen in de ruimte, sociaal, een zeker gevoel voor humor.”
Zo is haar reputatie bij haar aantreden niet. Faber staat bekend als een hardliner, precies zoals de PVV het wil op asiel. Zo kent Groningen haar nog als de senator die in 2019 een onjuiste tweet verstuurde over een steekpartij in de stad. De dader zou een Noord-Afrikaan zijn, beweerde ze, maar dat was niet waar. „Mijn tweet klopt”, hield ze onverzettelijk vol.
Maar dat is het verleden. Inmiddels is ze minister van Asiel en Migratie, kan ze geen boude uitspraken meer doen aan de zijlijn en moet ze zichzelf bewijzen als bestuurder.
„Je kunt mij altijd bellen”, zegt ze tegen Jaap Velema.
Haar op de tanden
Van dat bezoek aan Ter Apel is Sandra Davids van de Hema vooral de ferme handdruk van Marjolein Faber bijgebleven. Een vrouw die niet snel van haar stuk is te brengen. Een dame met haar op de tanden. Dat is een onmisbare karaktertrek voor deze functie, denkt Davids.
De ondernemers met wie Faber het gesprek aan gaat krijgen alle ruimte om hun verhaal te doen. Een verhaal over overlast die al bijna tien jaar voortduurt, waartegen nog altijd te weinig wordt gedaan en die een triest hoogtepunt bereikt op 18 juni, als de politie in de Hema een asielzoeker neerschiet. Hoeveel hoger moet de spanning oplopen voordat er actie wordt ondernomen, vraagt Davids zich af.
Faber luistert. Zoals haar voorgangers ook altijd hebben geluisterd naar winkeliers en ondernemers. Eigenlijk, zegt de minister in het gesprek, zou zo’n aanmeldcentrum in the middle of nowhere moeten staan. „Voor de rest van Nederland is dat precies wat Ter Apel is”, zegt Davids. „Een ver-van-mijn-bed-show.”
Davids gelooft in de standvastigheid van Marjolein Faber, al verwacht ze niet dat de nieuwe minister van Asiel en Migratie hun problemen opeens wel kan oplossen. Daarvoor moeten eerst Europese verdragen worden gewijzigd.
Maar die handdruk geeft haar in ieder geval vertrouwen in de wíl van de minister.
Twee keuzes
Jaap Velema belt Marjolein Faber op zaterdag 14 september. Hij is er dan net achter gekomen dat er in de COA-opvang bij het aanmeldcentrum asielzoekers hebben overnacht in noodcabines. Terwijl de gemeente daar uitdrukkelijk géén toestemming voor had gegeven. „Ik heb haar netjes en duidelijk laten weten dat ik dat niet accepteer.”
Faber hoort hem aan, gaat in overleg met het COA en belt terug. „Je hebt twee keuzes, zei ze tegen me. Of we laten mensen slapen in die cabines, of we leggen ze buiten op het grasveld.” Velema weigert die onmogelijke keuze te maken en het COA blijft een aantal nachten de cabines gebruiken.
Van Faber hoort de burgemeester van Westerwolde daarna niets meer. In Ter Apel blijft het die week zo druk dat het COA zelfs met die cabines erbij te weinig plek heeft. Het is uiteindelijk Velema zélf die de burgemeesters van Stadskanaal en Borger-Odoorn moet vragen om nachtopvang te regelen en te voorkomen dat mensen buiten moeten slapen. Het COA, het ministerie en minister Faber geven niet thuis.
Instroom is alles
Het is even wennen na Fabers voorganger Eric van der Burg. Die stond er juist om bekend dat hij persoonlijk stad en land afbelde om asielopvang te regelen als de nood hoog was. Daarmee voorkwam hij de problemen in Ter Apel overigens niet, maar hij bekommerde zich nadrukkelijk om de crisis in de opvang.
Marjolein Faber kiest een andere weg. Háár focus ligt volledig op de opdracht die ze van ‘de kiezer’ heeft meegekregen: het beperken van de instroom. In die eerste maanden is ze vooral bezig met de asielnoodwet die strandt op weerstand van NSC. Daarna schakelt ze over naar reguliere wetgeving. Eind december stemt de ministerraad in met haar asielplannen en gaan de wetten naar de Raad van State.
In de tussentijd gaat ze, ook in de Tweede Kamer, nauwelijks in op andere kwesties die onder haar verantwoordelijkheid vallen. Het beperken van de instroom, en bevorderen van terugkeer, is in haar ogen de eerste oplossing voor alles.
„Dat is een constante bij haar”, zegt Velema. „De problemen in de opvang worden niet geadresseerd, haar ambities beperken zich tot de instroom. Daar kom je niet doorheen.”
Niet alleen Velema loopt daar tegenaan. Allerlei lokale bestuurders stuiten bij het ministerie van Asiel en Migratie op een dichte deur.
Geen overleg
Drents commissaris van de Koning Jetta Klijnsma, die de commissarissen landelijk vertegenwoordigt op asielgebied, is de eerste die aan de bel trekt. Terwijl Ter Apel overstroomt, roept Faber niet eens de landelijke regietafel bijeen, hét overlegorgaan waarin gemeenten, provincies en Rijk gezamenlijk overleggen over opvang en integratie. „Dat lijkt me wel zo verstandig”, zegt Klijnsma in september.
Burgemeester Sybrand Buma van Leeuwarden wachtte ondertussen maandenlang op een reactie op de brief die hij in juli stuurde om duidelijkheid te krijgen over een opvanglocatie bij de vliegbasis. „Die kwestie is inmiddels opgelost. Maar wij zitten, net als heel Nederland, wel in onze maag met de onduidelijkheid over de spreidingswet. We krijgen de opdracht om opvanglocaties te creëren, terwijl we weten dat de wet van tafel gaat. En tegelijkertijd zitten er stevige bezuinigingen aan te komen op de asielketen, zonder dat er perspectief is.”
Burgemeester Marco Out van Assen deed in november een oproep aan Faber vanwege de schrijnende situatie van kinderen in de noodopvang in de TT-hal: ‘Trek extra geld uit voor asielzoekerskinderen, wachten met ingrijpen brengt kinderen schade toe.’ Out heeft nog geen reactie van Faber. Wel heeft hij haar kort gesproken en heeft ze aangegeven meer het land in te willen, aldus zijn woordvoerder. In februari maken ze kennis met elkaar.
Tegen Arno Brok, commissaris in Friesland, zei Faber tijdens de nieuwjaarsreceptie van de Koning dat ze meer het land in wil. „Ze toonde zich geïnteresseerd in de opvangsituatie in Friesland. We hadden een prettig en inhoudelijk gesprek.”
In beton
Mark Boumans, voorzitter van de commissie Asiel en Migratie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, noemde het eerder ‘schandalig en belachelijk’ dat burgemeester Velema zelf opvang moest gaan regelen. Inmiddels denkt hij dat Faber zich de kritiek dat ze onbereikbaar zou zijn wel heeft aangetrokken. „Ze zegt nu steeds heel expliciet: je kunt me altijd bellen.”
Maar inhoudelijk blijft haar lijn dezelfde. De spreidingswet gaat van tafel, net als de voorrang van statushouders op sociale huurwoningen. Burgemeesters maken zich daar zorgen over, want hoe moet het dan? „Het klinkt mooi daadkrachtig: minder vluchtelingen. Maar het effect zou wel eens averechts kunnen zijn. Als er te weinig opvang en huisvesting is, neemt de overlast in wijken en dorpen toe. Dat raakt ons zeer.”
Voor input van lokale bestuurders op het beleid is geen ruimte, merkt Boumans. „Je ziet dat deze minister, en met haar het hele kabinet, op het gebied van vluchtelingen een koers heeft ingeslagen die in beton is gegoten. Onze feedback is aan dovemansoren gericht.”
Dat ligt niet aan Faber alleen, haar beleid wordt binnen het kabinet breed gedragen. Dat geldt ook voor zijn eigen partij, de VVD. „Dat verbaast me wel, want er zijn genoeg lokale VVD-ers die er anders over denken. Maar onze politieke leider moppert wel eens over het bestuurlijk vermogen van minster Faber, maar nooit over wat ze nastreeft.”
Minister Faber tijdens haar bezoek aan het aanmeldcentrum in Ter Apel in juli. Foto: Vincent Jannink
Den Haag
In Den Haag staat Marjolein Faber niet te boek als de meest handig en daadkrachtig opererende minister. Ze roept een asielcrisis uit die ze later weer moet intrekken. Begint over bordjes in Deense azc’s die niet blijken te bestaan. Verliest haar woordvoeders en assistenten.
„In woorden doet ze veel aan dat strengste asielbeleid ooit”, zegt Kamerlid Joost Eerdmans van JA21. „Maar de kip kan nog zoveel kakelen, het gaat om de gouden eieren. Die zijn nog niet gelegd.”
Eerdmans, die politiek gezien overwegend achter de koers van de minister staat, ziet ook dat Faber politieke slimheid mist. „Dat leidt soms tot moeizame samenwerking in Den Haag. En vooral in de Eerste Kamer is straks behendigheid nodig om die asielwetten erdoorheen te loodsen.” Hij hoopt maar dat Faber niet als een kip zonder kop (‘om de beeldspraak vast te houden’) te werk gaat en strandt bij NSC of de Eerste Kamer.
Kritiek vanuit Ter Apel op Faber kan Eerdmans wel begrijpen. „De spreidingswet die zij in wil trekken, en waar wij ook tegen zijn, zou Ter Apel wel helpen. De overlast van veiligelanders legt ze nog geen strobreed in de weg en ze heeft nog geen illegalen teruggestuurd. Maar Faber heeft de ellende in Ter Apel niet veroorzaakt.”
Tijdens het laatste debat in de commissie Asiel en Migratie had Faber het zwaar te verduren. De gefrustreerde oppositie die geen antwoorden kreeg, schoot uit de sloof. ‘Dat mens is knettergek’, verzuchtte Kati Piri van GroenLinks-PvdA.
Eerdmans nam het voor Faber op. „Ik vind: je moet haar wel een kans geven. De verwachtingen zijn hooggespannen.”
Verweggistan
In datzelfde debat zei de minister iets waar burgemeester Jaap Velema van Westerwolde van schrok. „Ik zit hier in eerste instantie voor de kiezer, niet voor de mensen uit Verweggistan”, stelde Faber.
„Zo’n uitspraak vind ik heel ongemakkelijk”, zegt Velema. Want de minister van Asiel en Migratie is wél verantwoordelijk voor vluchtelingen die in Nederland veiligheid en bescherming zoeken. „Hetzelfde ongemak voel ik bij de term ‘strengste asielbeleid ooit’.”, zegt Velema.
„Ik begrijp dat zij de instroom wil beperken, daar hebben kiezers, ook in Westerwolde, om gevraagd. Maar daarnaast moet je zorgen voor humane opvang. Je mag niet vergeten waar ons asielbeleid en ons vluchtelingenverdrag uit voortkomen: de Tweede Wereldoorlog.”
Marjolein Faber, minister van Asiel en Migratie, tijdens een schorsing op de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen. Foto: ANP/ Sem van der Wal
Velema zal Faber op 6 februari opnieuw de hand schudden. Dan bezoekt zij, naar aanleiding van uitnodigingen die er al maandenlang liggen, voor de tweede keer Ter Apel, en nu ook Nieuw-Weerdinge in de gemeente Emmen.
„Ik hoop dat we de kans krijgen om het ook te hebben over wat wél goed gaat”, zegt burgemeester Eric van Oosterhout. „Wij hebben een azc in de gemeente waar 750 mensen verblijven en waar nauwelijks overlast is. Ik wil haar dat graag laten zien, maar daar lijkt voorlopig geen tijd of ruimte voor in de planning te zijn.”
Er zijn twee dingen die Van Oosterhout Faber zou willen meegeven. „Eén: doe niet alsof het overal slecht gaat en alle problemen op gebied van wonen, zorg en onderwijs door asielzoekers komen. Twee: kom met een structurele oplossing voor de overlast bij het aanmeldcentrum.”
Hard hoofd
Wat de ferme handdruk van Faber waard is, zal voor de inwoners van Ter Apel en Nieuw-Weerdinge vooral moeten blijken in dat laatste: de aanpak van overlast.
Sandra Davids van de Hema heeft er een hard hoofd in. „Hoeveel zijn haar eigenlijk al voorgegaan? Bestuursvoorzitters, burgemeesters, politiek leiders, staatssecretarissen. Zelfs de koning.”