Transplantatiechirurg Cyril Moers van het UMCG, bij een perfusiemachine. Foto: Reyer Boxem
Ook na 10 jaar functioneren donornieren die voor transplantatie zijn behandeld in een perfusiemachine beter dan organen die niet zijn ‘opgelapt’.
Dit schrijven onderzoekers van het UMCG deze maand in het medisch-wetenschappelijke tijdschrift The New England Journal of Medicine. Het is uitstekend nieuws, benadrukt Cyril Moers, transplantatiechirurg in het UMCG. „Soms zie je dat het effect van nieuwe technieken op de lange termijn wegebt. Maar dat is hier absoluut niet het geval. Ik ben blij verrast”, zegt Moers.
Orgaanperfusie geldt als een van de kroonjuwelen van het UMCG. De techniek is in Groningen ontwikkeld. Het komt neer op het behandelen van nieren en levers in een speciale machine, waar er een zuurstofrijke koude vloeistof doorheen wordt gespoeld. Op deze manier wordt de kwaliteit verbeterd en getest. Zo worden organen geschikt gemaakt die vroeger zouden worden afgekeurd. Het levert kortere wachttijden voor een donororgaan op.
In Nederland standaard, erbuiten nog niet
Moers en zijn collega’s bewezen eerder al dat na 1 en na 3 jaar na transplantatie patiënten met een in de perfusiemachine behandelde nier beter af waren. Deze nieren houden het gemiddeld langer vol dan de niet-behandelde nieren. Een onbehandeld orgaan wordt doorgaans alleen gekoeld in een zak met ijs, voordat het in de ontvanger wordt geplaatst.
In Nederland is orgaanperfusie al jaren het standaardprotocol en ook in België is dit zo, sinds begin dit jaar. ,,Ook in Scandinavische landen gebeurt het steeds meer. Maar er zijn ook veel landen, zoals Duitsland, waar meer een afwachtende en sceptische houding wordt aangenomen”, zegt Moers. ,,Wat doet het op de lange termijn, is een vraag die je daar vaak hoort. Dat antwoord hebben we met dit onderzoek gegeven.”
Goedkoper op lange termijn
In Duitsland lijkt het kwartje te zijn gevallen. Daar wordt waarschijnlijk vanaf volgend jaar ook vaker aan orgaanperfusie gedaan. In landen als Engeland, Frankrijk en Oostenrijk is het nog niet zover. ,,Zo’n machine kost natuurlijk een investering in geld en scholing en inzet van personeel”, legt Moers uit. „Per keer kost een behandeling zo duizenden euro’s. Maar op de lange termijn ben je er veel goedkoper mee uit, omdat organen langer meegaan en patiënten dus minder vaak terug moeten vallen op dialyse en een nieuwe transplantie nodig hebben.”