Wim Dijkema, Abco Rodermond, Hans van de Ven en Corstiaan de Haan van het ROTB bij een van de vindplekken. Foto: Gerrit Boer
Ruim 800 jaar na de Slag bij Ane staan opnieuw militairen op het vermeende slagveld bij Coevorden. Niet met zwaarden en bijlen, maar met scheppen en metaaldetectors. Ze zoeken naar sporen van de strijd waarin opstandige Drenten het leger van bisschop Otto van Lippe versloegen.
„Kie-oo-wie.” Opnieuw piept een metaaldetector het uit. Het is eerder regel dan uitzondering op een glooiend veldje op landgoed De Groote Scheere bij het Overijsselse Holthone. Het terrein grenst aan Drenthe en ligt onder de rook van Coevorden. Hier vond mogelijk ooit de Slag bij Ane plaats op 28 juli 1227. Althans, dat moet het archeologisch onderzoek van de Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed (RCE) uitwijzen, dat maandag begon.
Volgend jaar is het precies 800 jaar geleden dat de slag geleverd werd. In dat herdenkingsjaar wordt er uitgebreid stilgestaan bij de slag in Drenthe en Overijssel.
De RCE werkt daarvoor samen met een groep metaaldetectorteams van de stichtingen Overstichtse Oorlogen en Recovery on the Battlefield (ROTB). Laatstgenoemde bestaat uit een groep veteranen die helpt met archeologisch onderzoek op historische slagvelden. Naast lotgenotencontact moet het zoek- en graafwerk ook helpen bij het verwerken van trauma’s.
Ongeveer twintig man, waarvan ruim de helft ROTB-leden, kammen het 25 hectare grote onderzoeksgebied uit in de stille hoop bewijs van de slag te vinden.
Musketkogel
Wim Dijkema (78) uit Zuidlaren en Abco Rodermond (56) uit Stadskanaal nemen samen ook een stuk van het terrein voor hun rekening. De beide voormalige Dutchbat-veteranen laten een spoor van oranje, in de grond geprikte vlaggetjes achter zich. Bij die vlaggetjes liggen plastic zakjes met daarin de door hen gedane vondsten.
„Veel oude nagels, lood en andere vreemd uitziende stukjes ijzer”, maakt Dijkema de balans op. Of waardeloos moerasijzererts, het stikt er van in de bodem. Alhoewel, verderop troffen anderen een musketkogels en munten in de grond aan. Maar dat is waarschijnlijk een souvenir van de Tachtigjarige Oorlog, ‘slechts’ 500 jaar geleden. Later op de dag wordt er een sterk verroest voorwerp gevonden. Mogelijk is het een speerpunt uit de slag. Maar dat vraagt eerst nader onderzoek.
Srebrenica
Archeologie is een kwestie van geduld hebben. „Het is als vissen in een enorme vijver, in de hoop dat ooit die ene grote vangst boven komt”, vat Wim het kleurrijk samen. Hij komt helemaal tot rust door het veldwerk legt hij uit. Wim was onderdeel van een bataljon uit Assen, dat in 1995 de moslimenclave in Srebrenica moest beschermen.
De stad werd echter overlopen door Bosnisch-Servische troepen en duizenden mannen en jongens worden vermoord. Over de schuldvraag wordt in de daaropvolgende jaren nog lang gesoebat.
„Toen we thuiskwamen werden we eerst als helden gezien en daarna als lafaards en oorlogsmisdadigers,” vertelt hij. „Dat kwam hard binnen. En dat doet het eigenlijk nog steeds.” Psychisch betekende dat een behoorlijke tik bij vele Dutchbat-veteranen, zo ook bij Dijkema. „Ik voelde me toen aan alle kanten in de steek gelaten: door het leger en ook de politiek. De frustratie en machteloosheid die hij voelt, raakt hij nooit helemaal kwijt. „Er komt dan een boosheid naar boven die ik niet kwijt kan. Maar als ik hier aan het werk ben, dan heb ik rust.”
Met metaaldetectors wordt een terrein op landgoed De Groote Scheere afgespeurd. Foto: Gerrit Boer
Ook Abco Rodermond, eveneens Bosnië-veteraan, vindt dat ook tussen de detectorzoekers. „Ik sta normaal altijd in de vijfde versnelling,” zegt hij. „Ik moet altijd maar bezig zijn. Hier kan ik dat loslaten. Je loopt buiten, geniet van de natuur en je hoofd wordt leeg.”
Waterloo
Hans van de Ven is samen met stichtingsvoorzitter Corstiaan de Haan een van de oprichters van het ROTB. Beiden kijken vanaf de weg toe op de werkzaamheden in het veld. De stichting is bedoeld voor veteranen met psychische of fysieke klachten of een combinatie van die twee.
De Haan werd door een kennis gewezen op het aanstaande onderzoek van het Drentse slagveld. „We moesten hier maar eens gaan kijken stelde hij voor.”
Dat kwam op een moment dat ROTB op zoek was naar een nieuwe uitdaging. De stichting was druk betrokken bij archeologisch onderzoek op het slagveld van Waterloo. Door problemen met de financiering kwam dat project echter tijdelijk stil te liggen. „We wilden iedereen niet maandenlang thuis laten zitten,” zegt De Haan.
Isolement
Opvallend genoeg draait het voor de deelnemers niet eens om de archeologische opbrengst. De Haan: „Of iemand nu een twintigste-eeuwse spijker of het paard van Otto van Lippe vindt, dat maakt voor de groep eigenlijk weinig verschil.”
Wat werkelijk telt, is dat contact met lotgenoten. Veel veteranen kampen na hun uitzending met gevoelens van isolement. Sommigen trekken zich terug uit het sociale leven en verliezen het vertrouwen in zichzelf en hun omgeving. „Wij zien mensen die er echt baat bij hebben,” zegt Van de Ven. „Wat er zijn mensen die jarenlang moeite hadden om onder de mensen te komen en nauwelijks de deur uitgingen.”
En dit veldwerk helpt echt, merken de twee. Van de Ven: „Voor velen is het slagveld ooit de oorzaak van hun problemen geweest. Hier wordt het juist een reden voor heling.”
Jan van Doesburg van het RCE overziet de opgravingen bij Holthone. Foto: Gerrit Boer
Lokaal knokpartijtje
De graafwerkzaamheden duren nog tot het einde van de week, vertelt Jan van Doesburg van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het slagveld bij Ane is een primeur voor de RCE. Het is volgens Van Doesburg het eerste middeleeuwse slagveld in Nederland dat op deze schaal wetenschappelijk wordt onderzocht.
De Slag bij Ane wordt vaak afgedaan als een lokaal knokpartijtje, waarbij de goed uitgeruste troepen van bisschop Otto van Lippe, toen heer en meester in Drenthe en Groningen, werden verslagen door een groepje karig bewapende Drenten onder leiding van burggraaf Rudolf van Coevorden. Volgens de overlevering werden de zwaar bewapende ridders het moeras ingejaagd en velen vonden daar de dood door verdrinking in het drassige landschap.
Mores leren
Volgens Van Doesburg gaat het verhaal achter de slag veel dieper. „Eigenlijk was dit een strijd om macht en vrijheid,” zegt hij. De samenleving veranderde. Boeren, burgers en lokale machthebbers wilden meer in de melk te brokkelen hebben en minder afhankelijk zijn van hun vorsten. De bisschop wilde eerst de opstandige Rudolf van Coevorden aanpakken. Daarna zou hij opstomen naar Groningen om daar de net zo op meer vrijheid beluste burgers van Groningen mores te leren.
Hij beet echter al bij Ane in het stof. Zijn opvolgers verloren vervolgens deels hun greep op het noorden. In die zin was de Slag bij Ane geen voetnoot, maar meer een kantelpunt richting meer onafhankelijkheid voor Noord-Nederland, beaamt Van Doesburg.
Hinderlaag
Het onderzoek richt zich op een opvallend glooiend terrein tussen de omringende weilanden en akkergronden. Waar de omgeving verder zo vlak is als een biljartlaken, ligt hier een natuurlijke geul tussen twee hogere dekzandruggen. Het terrein van ongeveer 25 hectare heeft nog veel weg van hoe het er honderden jaren geleden uit heeft moeten zien, zegt Van Doesburg.
„Otto kwam met zijn leger via de Vecht over het water deze kant op. Om verder te trekken moest hij waarschijnlijk door deze smalle doorgang. De Drenten kenden het landschap als hun broekzak. Voor een hinderlaag kun je bijna geen betere plek bedenken”, zegt Van Doesburg wijzend op de laagte.
De Drenten vochten in De Slag bij Ane voor het eerst voor hun vrijheid Foto: DVHN.
Zweven tussen hoop en vrees
De kans op spectaculaire vondsten, zoals wapens of harnassen, is echter klein na acht verstreken eeuwen. Na de strijd pikten omwonenden dat soort spullen waarschijnlijk van het slagveld mee. „We hopen op hoefijzers, stijgbeugels of riddersporen,” zegt Van Doesburg. In 1949 werden in de omgeving ook al dergelijke voorwerpen in de grond gevonden, dus het kan zijn dat er ook nu wat wordt gevonden. „Ik zweef tussen hoop en vrees.”