Arnold Conquet ziet dat het niet gaat zoals hij hoopte. Foto: Dennis Venema
De WK-droom van Curaçao zit er na drie wedstrijden op. Maar de spelers mogen met opgeheven hoofd naar huis gaan, vinden hun supporters in Groningen. „Ze hebben hun best gedaan. Iedereen kent ons nu.”
Als de scheidsrechter donderdag iets voor middernacht fluit voor het einde van de wedstrijd, klinkt in het Heerdenhoes in stadswijk Beijum een oorverdovend applaus. Curaçao heeft zojuist met 2-0 verloren van Ivoorkust en vliegt daarmee uit het toernooi. Maar het applaus zegt iets anders.
„Ik ben dolblij”, roept Arnold Conquet (54) meteen. „Supertrots. En ook emotioneel.”
Intense weken
Hij vat in een paar woorden samen wat iedereen in de ruimte voelt. Het nietige Curaçao, het kleinste land ooit op een WK, heeft zich aan de wereld laten zien. Het heeft een doelpunt gemaakt tegen Duitsland, gelijk gespeeld tegen Ecuador en de huid duur verkocht tegen Ivoorkust.
Gespannen gezichten bij de fans van Curaçao in het begin van de wedstrijd. Foto: Dennis Venema
„De afgelopen weken waren intens”, vertelt Conquet. „Ik vind dat we het heel goed hebben gedaan. We zijn wereldkampioen in trots. Dit geeft ons na veel negativiteit zo’n impuls. Je moest Curaçao met een vergrootglas zoeken. Nu staan we echt op de kaart.”
Van Houston naar Beijum
Trots is ook Alexandra Atalita (32). Een dag of tien geleden zat ze nog in het stadion in Houston bij de wedstrijd tussen Curaçao tegen Duitsland. Een moment dat ze niet wilde missen. Daar moest ze wel wat voor over hebben.
„Een kaartje was 500 dollar.” En daar komen vliegtickets, hotels en al het andere nog overheen. Maar het was het waard. „In het stadion zaten 70.000 mensen. Wij waren maar met 6000, maar we waren het luidst van allemaal. Het was een ongelofelijke ervaring.”
Het zit er niet in voor Curaçao, realiseert deze supporter zich. Foto: Dennis Venema
Over vier jaar weer?
Iedereen in Beijum hoopt dat die onvergetelijke ervaring een vervolg krijgt. Dat het niet bij dit ene WK blijft voor Curaçao. Conquet heeft daar alle vertrouwen in. „De volgende generatie heeft dit meegemaakt en gaat voor Curaçao kiezen”, vertelt hij trots. „Ze hebben gezien dat wij het ook kunnen. Ik weet zeker dat dit niet ons laatste WK is. Tot over vier jaar.”
Als tegen half één de stoelen worden opgeruimd, herinneren alleen de blauw-geel-witte vlaggetjes in het Heerdenhoes nog aan het WK van Curaçao. Een halfuur later begint de wedstrijd van Oranje tegen Tunesië. Zany Braafhart (50) grijpt dat moment maar meteen aan. „Nederland doet nog mee”, zegt ze met een brede grijns. „We hebben dus nog steeds kans. We switchen alleen van kleur.”