Tony (72) uit Haren ontsteeg de arbeidersklasse en zag zijn zoon Eelco verder klimmen. ‘Hij zei: als jij gaat voetballen, breek ik je poten, je moet leren!’
Eelco en Tony Eikenaar, met achter hen een muur vol familiegeschiedenis. Foto: Jaspar Moulijn
De jonge Tony Eikenaar droomde van een voetbalcarrière, net als zijn vader Theo. Maar het voetballen werd hem verboden, hij moest leren. „Ik dacht met mijn onnozele hoofd dat we allemaal hetzelfde waren.”
In het Heerenveen van de jaren 50 wilde een jonge Tony Eikenaar (72) dolgraag voetballen. Hij kon het ook aardig. Het talent had-ie niet van een vreemde, want vader Theo speelde bij Heerenveen. Met niemand minder dan Abe Lenstra promoveerde hij naar de hoogste klasse en later werd Heerenveen voor het eerst noordelijk kampioen.
Theo Eikenaar was in Heerenveen een grote meneer, maar de voetbalwereld was anders dan nu. Het leverde geen cent op. Sterker: er moest geld bij. Zijn vrouw Annie deed met regelmaat de was van de ploeg. Hoe graag Tony ook in de voetsporen van zijn vader wilde treden, hij mocht van hem niet bij een voetbalclub. „Hij zei tegen me: als jij gaat voetballen, breek ik je poten. Jij moet leren.”
Sociale stijgers
Dit artikel is deel twee in de serie over ‘sociale stijgers’. Veel mensen in de noordelijke provincies zijn een sociale stijger, ook wel ‘transklasser’ genoemd. Zij zijn van eenvoudige komaf en door studie en werk opgeklommen op de maatschappelijke ladder, al dan niet tegengewerkt door de sociale omgeving. Het leven in twee klassen betekent voor velen vaak een permanente spagaat. In een reeks artikelen over dit fenomeen laten wij (ervarings-)deskundigen aan het woord. Volgende week deel 3: een verhaal over onderadvisering in het onderwijs in Noord-Nederland.
Verbitterd
Hij heeft hem nooit met een vinger aangeraakt, maar de boodschap was duidelijk. Zijn vader was verbitterd geraakt door het voetbal, zegt Tony, en zat daardoor met zichzelf in de knoop. Hij bracht mensen week in week uit vermaak, maar het gezin hield net het hoofd boven water.
Theo had vanwege het voetbal een baantje gekregen bij de PTT in Heerenveen. Het stelde niet veel voor. „Het was in de laagste regionen van de PTT. Na een tijdje werd hij ingehaald door mensen die als stagiair binnenkwamen.”
De jonge Tony accepteerde dat hij van zijn vader niet bij een club mocht. Hij begreep het niet, maar voetbalde na school toch wel. Op straat met vrienden.
Heerenveen in het seizoen 1941-1942 voor een wedstrijd tegen GVAV in Groningen. Theo Eikenaar is de speler rechtsboven. Links naast hem staat Abe Lenstra. Foto: kleurbewerking Julia Ukolova
Ontworstelen aan armoede
Theo Eikenaar wilde dat zijn kinderen een stap omhoog konden zetten. Sociaal stijgen. De stap die hij niet had gemaakt en wel had gewild. Het is iets waar veel gezinnen in Noord-Oost Friesland, Zuid-Oost Drenthe en Oost-Groningen mee te maken hebben: generaties achtereen die zich niet aan armoede weten te ontworstelen.
„Wij waren niet arm”, nuanceert Tony. „We hebben nooit een auto voor de deur of een televisie in huis gehad. Maar je kon het hoofd boven water houden en dat was het. Dat gold voor de hele buurt. Mijn ouders zeiden altijd: kom niet in de fabriek terecht.”
Het gezin Eikenaar behoorde tot de arbeidersklasse. „De broer van mijn vader was spoorwegarbeider”, vertelt Tony, zittend aan de keukentafel thuis in Haren. Voor hem twee foto’s: een elftalfoto van het VV Heerenveen met zijn vader en Abe Lenstra en een foto van het ouderlijk huis van moeder Annie.
Een elftalfoto van VV Heerenveen uit 1937, in het midden met handen in de zij Theo Eikenaar en links op de tweede rij een jonge Abe Lenstra. Foto: Museum Heerenveen
„Mijn moeder groeide op een boerderijtje op bij Terwispel. Haar broer moest op het land helpen, want een arbeider konden ze zich niet veroorloven. Die oom van mij kon daardoor zelfs de lagere school niet afmaken.”
Mensen draaiden ploegendiensten of werkten bij Batavus. Een ander bracht kwitanties rond. „Mijn jeugd speelde zich af op straat en er was niemand die zei: pas op, daar komt een auto. Die waren er niet. Bij ons liepen ook geen intellectuelen rond.”
De broer van Tony, Wim, kon aardig leren. Hij ging naar de kweekschool voor onderwijzers. „Voor onze familie een hele stap, want hij zou meester worden”, vertelt Tony. „Meesters waren net als dominees mensen die wat hadden bereikt.” Zus Diete ging naar de huishoudschool. Toch werd Tony niet gepusht om bijvoorbeeld dokter te worden. „Mijn ouders waren op dat gebied heel modern: ze gaven ons de kans, maar wij moesten hem zelf pakken.”
Vader Theo overlijdt al op 54-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Tony is dan pas 15 jaar oud. „Toen mijn vader is overleden ben ik nog op ijshockey gegaan”, vertelt Tony. Hij deed wat hij daarvoor niet mocht. „Ik kon het wel aardig, maar was net te klein en te licht.”
Weg uit Heerenveen
Tony raakte uitgekeken op Heerenveen. Hij wilde iets anders. Het overlijden van zijn vader bood hem de kans weg te gaan. „Ik denk dat hij daar anders een stokje voor had gestoken”, vertelt hij. „Hij had een hekel gekregen aan intellectuelen.” Tony illustreert het met een verhaal dat hij ooit hoorde over het kampioenschap van Heerenveen. „Het bestuur vol notabelen ging dineren in het Posthuis en de voetballers zaten thuis, terwijl zij kampioen waren geworden.”
Tony Eikenaar groeide op in een arbeidersgezin in Heerenveen en ging als eerste in de familie studeren in Groningen. Foto: Jaspar Moulijn
Tony Eikenaar werd uiteindelijk dat waar zijn vader een hekel aan had: een intellectueel. Hij ging studeren in Groningen. Eerst vier jaar aan de sociale academie en daarna zes jaar andragogie aan de Rijksuniversiteit Groningen. De bovenverdieping van zijn huis in Haren ligt vol boeken. Maar dat ging niet vanzelf.
‘Wat doe jij proleterig’
Tijdens de introductieweek voor de sociale academie komt hij voor het eerst in aanraking met klassenverschillen, als hij naast een andere jongen zit. „Hij zei tegen mij: wat doe jij proleterig?”, haalt hij terug. Tony is zich van geen kwaad bewust. „Ik dacht alleen: waar heeft hij het over? Die jongen zijn vader was rechter. Dus er zaten twee groepen naast elkaar. Pas later op universiteit begreep ik wat hij eigenlijk zei: jij komt ergens anders vandaan, dat zie ik en dat zal ik je vertellen ook.”
De studie aan de sociale academie opent Tony’s ogen voor hoe de wereld echt in elkaar steekt. „Heel anders dan ik met mijn onnozele hoofd dacht. Ik dacht dat we allemaal hetzelfde waren, maar dat iedereen het anders deed. Toen pas begreep ik dat er groepen zijn op basis van economische achtergrond.” En hij had er begrip voor. „In de middenklasse heb je iets te verliezen. Je moet strijd leveren om dat overeind te houden, dus zij waren allemaal competitiever en ambitieuzer dan ik was.”
„Toen ik begon in Groningen, vond ik alles wat er gebeurde heel normaal”, legt Tony uit. „Maar achteraf heb ik de indruk dat ik de wedstrijd met een 4-0 achterstand ben begonnen.”
Tony Eikenaar en zijn zoon Eelco. Foto: Jaspar Moulijn
Zijn studies zorgen wel voor een vervreemding van vrienden en kennissen in Heerenveen. In het begin ging hij nog iedere week naar huis, maar dat werd snel eens in de veertien dagen en later soms een heel jaar niet. „Ik heb in Heerenveen nauwelijks contact gehad nadat ik naar Groningen ging.”
In Groningen leert hij ook zijn vrouw Nicoline kennen. Door haar chique achtergrond - een familiegeschiedenis met gouverneurs, generaals, burgemeesters en bedienden - was samen zijn met de arbeiderszoon geen vanzelfsprekendheid, maar ondanks pogingen om de relatie te dwarsbomen, blijven Tony en Nicoline tot op de dag van vandaag bij elkaar. Hij wordt geaccepteerd. „Ze waren liberaal: als jij je best doet en er wat van probeert te maken, dan accepteren we dat. Maar er was een klassenverschil en dat is altijd gebleven.”
Product van beide werelden
Tony en Nicoline kregen drie kinderen. Eentje is kunstenaar, de ander tandarts en de derde wethouder (en daarvoor provinciebestuurder). Die laatste, Eelco, doet dat namens de Socialistische Partij in Groningen. Je zou kunnen stellen dat hij goed in het rijtje past van gouverneurs en burgemeesters van moeders kant van de familie, maar zijn politieke opvattingen komen juist door de arbeidersachtergrond van Tony. „Bij ons thuis werd altijd links over politiek gepraat”, zegt hij.
„Ik voelde al heel jong het verschil in klasse tussen beide achtergronden”, herinnert Eelco Eikenaar zijn jeugd. Als product van beide werelden bewoog hij zich tussen de klassen. „Mijn oma van moeders kant was echt een lief mens, maar in alles wat ze deed of zei straalde ze uit: ik behoor tot de chique. Mijn opa en oma hadden een tweede huis, er werd gezeild en alle clichés die je kunt verzinnen bij oud geld. Het was een verschil van dag en nacht met mijn beppe van vaders kant. Die groeide op een boerderij op en woonde later op een flatje.”
Eelco Eikenaar is namens de SP wethouder armoede en schulden in de gemeente Groningen. Foto: Jaspar Moulijn
Door die twee werelden heeft hij al vroeg klassenbewustzijn, legt hij uit. „Toen ik ging studeren was dat bewustzijn bij de mensen met wie ik studeerde totaal niet aanwezig”, zegt hij. „Dat zie ik nu nog steeds. In hoe op een denigrerende toon gepraat wordt over mensen die behoren tot de arbeidersklasse bijvoorbeeld.”
Op een voetstuk gezet
Het stoort hem mateloos. Door het sociale stijgen van Tony, was het voor zijn kinderen volstrekt vanzelfsprekend om te studeren. „Maar ik heb altijd beseft dat het niet voor iedereen normaal was”, zegt Eelco. „Ik was me bewust van het privilege dat ik had.”
Als armoedewethouder in Groningen zet hij zich in voor de achtergrond van zijn vader. Die dat prachtig vindt en trots naar de overkant van de tafel kijkt als Eelco vol passie vertelt over wat hem drijft.
„Ik vind mijn werk hartstikke leuk, behalve één aspect en dat is als ik ergens binnenkom en iemand zegt: ‘Hier komt de wethouder.’ Er wordt meteen een afstand gecreëerd die ik zelf niet voel. Ik word op een voetstuk gezet waar ik niet thuishoor.”
Een pak draagt hij al niet. Een jasje eigenlijk alleen uit respect voor de gemeenteraad. „Maar ik zou letterlijk liever in een hoodie naar mijn werk gaan, omdat ik ook zo bij mensen op bezoek kom en er geen verschil is.”
Hij wil er maar mee duidelijk maken dat wat we zien, niet altijd echt is. „Ik kom ook mensen op posities tegen die daar alleen maar zitten omdat ze de elleboogjes goed gebruikt hebben. Die hebben zichzelf een aureool aangemeten en dan lijkt het heel wat, maar het is niet meer dan de keizer zonder kleren. Het is allemaal nep.”
De druk op eerstegeneratiestudenten is enorm, realiseert Eelco zich. „Het wordt ook intimiderend gemaakt, met alle ongeschreven codes, de manier waarop je praat, het soort schoenen of broek, dat jasje. Maar weet dat het alleen buitenkant is. Het stelt niks voor.”
Wedstrijd gewonnen
Als ouder wil je altijd dat je kinderen het beter krijgen dan jijzelf. Tony won de wedstrijd die hij met een 4-0 achterstand begon om dat mogelijk te maken. Met zijn vrouw stak hij tienduizenden euro’s in het onderwijs van zijn kinderen. „We hadden ook elke twee jaar een nieuwe auto kunnen kopen”, lacht hij. „Maar dit was volgens mij een goede investering.”
Misschien is het gezin Eikenaar nu wel sociaal uitgestegen, zegt Eelco lachend: „Ik heb het goed, dus beter dan mij hoeft voor mijn kinderen niet.” Een ding hebben ze sowieso beter voor elkaar dan hun opa. Natuurlijk mogen de kinderen, als ze dat willen, op voetbal.