Koffiehuis Reykjavik is één van de negen coffeeshops in Groningen. Foto: Corné Sparidaens archief
Wil een coffeeshophouder in Groningen met pensioen, dan betekent dat het einde van de zaak. Hun gedoogvergunning is niet overdraagbaar. De coffeeshophouders willen daar verandering in. „Dat is ons beloofd.”
Sinds 1988 heeft Marjola van den Brand aan de Noorderstationsstraat in Groningen haar coffeeshop Rag-a-Muffin, maar vroeg of laat komt daar een einde aan. De jaartjes beginnen te tellen. „Ik ben nu 66 jaar, bijna 67”, vertelt ze. „Ik mag mijn shop niet overdragen. Als ik stop, is de zaak weg en staan 25 mensen op straat.”
„Wat mij het meeste steekt, is dat het zo stellig beloofd is. Ik heb daarop ingezet, de zaak verbouwd, mensen opgeleid en dan hoor je dat het toch niet mag. Dan is alles voor niks geweest. Als we die belofte niet hadden gekregen, had ik de zaak niet voor een paar ton verbouwd en personeel afgevloeid.”
Belofte ingetrokken
De belofte waar Van den Brand naar verwijst stamt uit het burgemeesterschap van Peter den Oudsten. Die zei volgens de coffeeshophouders dat ze hun zaak mochten overdragen aan een opvolger als ze mee zouden doen aan de wietproef. Dat doen ze. Vanaf 7 april mogen coffeeshops in de stad alleen nog maar legaal geteelde wiet en hasj verkopen van officiële telers: staatswiet.
Maar de opvolger van Den Oudsten, Koen Schuiling, dacht heel anders over de toezegging. De coffeeshopeigenaren kregen iets minder dan een jaar geleden een brief van hem. Daarin staat: ‘Eerder zijn verwachtingen gewekt dat u tijdens het experiment uw coffeeshop wel zou kunnen overdragen. Ik heb besloten dat dit toch niet gaat gebeuren.’
In juni vorig jaar kregen de coffeeshops in Groningen hun eerste dozen met staatswiet. Vanaf 7 april mogen ze alleen dat nog verkopen. Foto: Siese Veenstra
De reden: Schuiling had twijfels over of dat juridisch wel kan, want er zouden meer mensen zijn die een coffeeshop willen beginnen dan mogelijk is. Nonsens, zeggen de coffeeshophouders. Op dit moment zijn er negen shops, waar veertien toegestaan zijn. Ze stuurden onlangs een brandbrief naar de gemeente en daaruit volgt maandag een gesprek met waarnemend burgemeester Mirjam van ‘t Veld.
Een gedroomde opvolger
Ben Fokke heeft met De Vliegende Hollander en Koffiehuis Reykjavik zelfs twee coffeeshops. Hij keek ook vreemd op toen de brief van Schuiling in april vorig jaar op de mat viel. „Stel er gebeurt iets met mij, dan vervallen beide gedoogvergunningen en moeten de winkels dicht”, vertelt hij. „Dat heeft gevolgen voor de stad, want het zijn twee grote winkels.”
Hij heeft in zijn bedrijfsleider een gedroomde opvolger gevonden, maar kan daar dus niks mee. „Het lijkt me voor de gemeente goed om een plan te hebben voor een noodscenario”, zegt Fokke. „Ik doe dit al 40 jaar en heb ook niet het eeuwige leven. Mijn bedrijfsleider werkt al jaren bij mij, weet wat-ie doet en dan kunnen beide plekken blijven bestaan.”
Voortijdig iemand aanwijzen
Van den Brand pleit ervoor om het overdragen alsnog mogelijk te maken door vroegtijdig een beoogd opvolger aan te wijzen. „Als ik iemand voordraag, kunnen alle onderzoeken gedaan worden en kan diegene de hele papiermolen door. De ervaring leert hoe moeilijk het is om een pand te vinden, waarom dan niet een bestaande locatie laten bestaan?”
Ze begrijpt niet waarom een progressieve gemeente als Groningen moeilijk doet. Het betekent voor haar dat ze gevangen zit in haar zaak. „Eigenlijk vind ik dat mijn tijd voorbij is. Ik ben begonnen als een hippie en ben nu een oude hippie. Jongere generaties kopen heel anders. Het is tijd voor vers bloed.”