Ambulance-biker Jeroen Herwig wordt in de Poelestraat aangesproken door een stapper. Foto: Peter Wassing
„Huh? Een ambulance op de fiets!” Ambulancebroeders Freddy Koning (51) uit Farmsum en Jeroen Herwig (48) uit Assen horen het de hele stapnacht terwijl ze van de ene hulpoproep naar de andere racen. Inderdaad: op de fiets.
De klok op de Martinitoren tikt bijna drie uur aan. De uitgaansnacht in de binnenstad van Groningen is al even onderweg. Ambulancebroeders Freddy Koning en Jeroen Herwig komen vanaf de Vismarkt in hoog tempo aangefietst. „Voor de Wolter Wolthers in de Poelestraat ligt een jongen met bebloed hoofd op de grond”, zegt Herwig onderweg. Meteen voert hij het tempo verder op.
In het uitgaansgebied staat een politiebusje midden op straat. Een zestal agenten vormt een schild rondom het slachtoffer. Het is een jonge jongen. Hij is mishandeld.
Herwig en Koning springen van de fiets en storten zich op de eerste hulp. Als de jongen enigszins overeind komt, begeleiden ze hem naar een rustiger plekje aan de zijkant van de straat om hem verder te behandelen.
De mishandelde jongen wordt in de Poelestraat behandeld door Herwig en Koning, terwijl de politie assisteert. Foto: Mario Miskovic / DVHN
Daar bereiden de ambulancebroeders hem voor op een ritje ziekenhuis. Herwig maakt alvast alles klaar voor een infuus. „Hij heeft een hoofwond, was duizelig en moest spugen”, legt hij uit. „Dan wil je zeker weten dat er geen bloedingen in zijn hoofd zijn en daarvoor moet-ie naar het ziekenhuis.”
Ambulancezorg Groningen heeft vorige week haar biketeam nieuw leven ingeblazen. Dat team bestaat al een jaar of vijf, maar lag de laatste anderhalf jaar stil vanwege personeelstekort. Het fietsteam telt in totaal vijf koppeltjes.
‘Mensen gaan niet aan de kant’
„De binnenstad is steeds drukker en de sfeer is anders”, legt Herwig aan het begin van zijn dienst nut en noodzaak van het biketeam uit. Die dienst loopt van 22.00 uur tot 6.00 uur. „Vroeger kon je ergens makkelijker met een ambulance komen, nu kom je gewoon niet meer door een drukke Poelestraat heen. Mensen gaan niet aan de kant of ze slaan tegen je ambulance.”
Bovendien hoeven de meeste mensen niet naar het ziekenhuis, vertelt hij. „Op de fiets zijn wij er veel sneller en dan kunnen we meteen eerste hulp verlenen.”
De bloedresten als stille getuige van de mishandeling in de Poelestraat. Foto: Mario Miskovic / DVHN
Fiets, helm en steekvest
Hun fietsen zijn felgeel en bestickerd alsof het ziekenwagens zijn. Hun medische spullen zijn verdeeld over vier fietstassen. „We hebben alles bij ons wat we in een ambulance ook hebben”, vertelt Koning. „Alleen een hartfilmpje kunnen we niet zelf maken.”
Een sirene of zwaailichten hebben ze niet. „Die hadden we op de vorige fietsen wel”, vertelt Herwig. Hij begint ineens te lachen. „Ik vergeet nooit hoe we tijdens Groningens Ontzet een keer te hard gingen. Toen vlogen sirene én zwaailicht van het stuur af.”
Ja, natuurlijk is de ketting er wel eens afgevlogen en hebben ze een lekke band gehad. Wat ze dan doen? „De band plakken”, lacht Herwig. „We hebben een reparatiesetje in de ambulance.”
Inmiddels hebben ze nieuwe fietsen. Zonder sirene en zwaailicht dus. En bovenal: niet elektrisch. „Je gaat in zo’n Poelestraat al gauw te hard”, zegt Herwig. „Soms moet je de fiets ook gebruiken om afstand te creëren tussen ons en omstanders. Een elektrische fiets kan dan ook te zwaar zijn.”
Ambulance-bikers Freddy Koning (links) en Jeroen Herwig tijdens hun nachtdienst in de Poelestraat. Foto: Peter Wassing
Herwig en Koning zijn volledig in uniform. Het grootste voorbeeld van een veranderende sfeer tijdens hun werk? Het steekvest dat de twee dragen tijdens hun dienst. Ze halen hun schouders er een beetje over op. „Het hoort er helaas bij”, zegt Herwig. „De binnenstad is een risicogebied. In een ambulance kun je je nog terugtrekken. Op de fiets gaat dat niet.”
De samenwerking met de politie is dan ook nauw. De ambulancebikers beginnen hun nacht met een briefing bij het openbare orde team van de politie. „We zijn nooit ergens alleen”, zegt Koning. „Er gaat altijd een koppeltje politieagenten mee.”
Tijd voor kopje koffie
Hun dienst bestaat uit hollen of stilstaan. Nog voor middernacht hebben ze een inzet in de Herestraat. Een vrouw heeft daar een klapper gemaakt op de fiets. Dronken. Zij heeft alsnog een ambulance nodig. Daarna is het urenlang rustig.
Na een tijdje op de hoek Poelestraat/Peperstraat gestaan te hebben, zegt Herwig: „Kom, we gaan naar de Grote Markt.” Daar worden de fietsen voor de deur van Hotel De Doelen geparkeerd. Binnen halen de twee ambu-bikers een kopje koffie. „Hier kunnen we altijd even terecht om de handen te warmen, naar de wc te gaan of even een kopje koffie te halen. Dat is heel waardevol.”
Herwig (links) en Koning hebben aan het begin van de nacht alle tijd voor een kopje koffie op het terras van Hotel De Doelen. Foto: Peter Wassing
Van inzet naar inzet
En dan gaat het ineens los. Herwig en Koning krijgen bij uitzondering een oproep om buiten de diepenring hulp te verlenen; er is geen ambulance voorhanden. Bij een kroeg aan de Nieuwe Blekerstraat treffen ze een bewusteloze jonge man. De politie is er al. Herwig probeert de man wakker te krijgen, maar krijgt geen reactie. Tot de man ineens begint te spugen.
Herwig drukt met zijn schouder een agent aan de kant, zodat hij geen kots over zijn benen krijgt. „Sorry”, zegt Herwig. De agent lacht. „Geen probleem. Liever een drukker dan dit.” Ook dit slachtoffer van vermoedelijk te veel alcohol heeft een ritje naar het ziekenhuis nodig. Meteen daarna moeten ze in een keer door naar de mishandeling in de Poelestraat. Koning: „Nu komt alles tegelijk.”
„We hebben tot nu toe drie inzetten gehad en steeds was een ambulance nodig”, zegt Herwig na afloop. „Het idee van het biketeam is dat de ambulance minder vaak hoeft te komen, maar het was drie keer serieus letsel. Dan moet je toch de ambulance bellen.”
Leukste dienst
Het blijft niet bij die drie inzetten. Tot 6.00 uur worden ze nog twee keer opgeroepen. Die blijken mee te vallen. „Moe, maar voldaan”, zegt Herwig na afloop van de dienst. „Al met al een geslaagde nacht.” Over een week of vijf zijn ze weer aan de beurt. En daar zien ze absoluut niet tegenop. Koning. „Dit is echt de leukste dienst die er is in de ambulancezorg.”