Krista Bombeeck met dochters Hanne en Wies. Foto: Nienke Maat
De ongeneeslijk zieke Krista Bombeeck (33) uit Bedum heeft geen bucketlist. Laat haar maar gewoon thuis lunchen met haar dochtertjes. „Daar wil je bij zijn. De kleine dingen worden echt de grote dingen.”
Krista houdt haar hand voor haar ogen tegen de zon. Ze kijkt met een kleine glimlach toe hoe haar man hun twee dochters uit de auto haalt. De jongste van het stel worstelt hij in een buggy. De ander zet hij op een fietsje.
Het is een doodnormaal en niet heel spannend tafereel op de parkeerplaats bij het Stadspark in Groningen. Toch neemt ze even de tijd om het in zich op te nemen. Alsof ze een mentaal fotootje maakt. Klik.
Elke dag zijn er momenten waarop Krista denkt: daar ben ik straks niet bij. Of: ik hoop dat ik dat nog mee mag maken. Momenten zoals dat dochter Wies gisteren voor het eerst is gaan staan. De 3-jarige dochter Hanne die straks voor het eerst naar school gaat.
„Ik leef voor die eerste stapjes. Dat ze straks mama zegt en ik haar stem leer kennen. Dat zijn allemaal niet langer vanzelfsprekende dingen.”
Krista met haar dochters Wies (1) en Hanne (3). In april kreeg ze de diagnose borstkanker. Sindsdien is ze zoveel mogelijk bij haar meiden. Foto: Nienke Maat
In de achtbaan
Krista is ongeneeslijk ziek. Afgelopen voorjaar stapte het gezin in een vreselijke achtbaan. Ze gaf borstvoeding aan haar jongste toen ze merkte dat er een harde plek aan de zijkant van haar linkerborst zat. De huisarts dacht eerst aan een opgezette melkklier.
Gaat wel over. Maar de pijn en de plek bleven.
Uiteindelijk besloten de artsen ‘het melkmeer’ leeg te laten lopen. Uit de klier kwam alleen geen melk, maar bloed. Dat deed de alarmbellen afgaan. Verdere onderzoeken wezen uit: goedaardig. „Allemaal stress om niets”, dacht Krista. Totdat uit vervolgonderzoek een ander resultaat kwam. Borstkanker, een agressieve vorm, met uitzaaiingen naar de longen. Borstamputaties en andere ingrepen hebben geen zin meer.
Ineens is Krista ongeneeslijk ziek. Chemo is mogelijk, maar zal alleen levensverlengend zijn. Niet levensreddend. Ze is 33. De 34 redt ze waarschijnlijk. Of ze de 35 gaat halen is ongewis.
Krista reageerde op de oproep van deze krantwaarin we vroegen naar verhalen over het moederschap. Ze wil graag vertellen wat de ziekte met haar doet als moeder. „Het is zo lastig om lotgenoten te vinden. Misschien dat mensen die hetzelfde doormaken hier steun uithalen. Dat ze weten dat ze niet alleen zijn.”
Gewoon moeder
Krista heeft twee prachtige dochters die aandacht vragen. Hanne van bijna 3 met haar lieve brilletje, eigen willetje en gekleurde kleren. Een vuurvretertje, volgens haar moeder. Wies van bijna 1 met haar guitige lach en observerende blik waarmee ze de wereld steeds een beetje meer aan het ontdekken is.
„Wies krijgt er niet zoveel van mee gelukkig. Ik probeer haar af en toe dingen te vertellen, want ze is klein maar ze hoort er wel bij. Ik moet weleens huilen en dan probeer ik wel tegen haar te zeggen waarom. Dat ik verdrietig ben omdat ik ziek ben, dat soort dingen.”
Hanne weet meer. Ziet meer. Voelt meer. „Zij is heel talig. In het begin vond ik dat lastig, want ik wist niet zo goed hoeveel ik haar wilde vertellen. Maar het is ook fijn. We hebben eigenlijk alles verteld. Dat ik borstkanker heb en dat ik niet meer beter wordt. Daar hebben we het eerst bij gelaten.”
Anderhalfjaar, dat is de voorzichtige prognose die de artsen Krista hebben gegeven. Een heel lange tijd voor een kind. Moet je daar nu al op voorsorteren? „Ik wil niet dat het voor haar heel onverwacht komt. Dat lijkt me heel naar. We merkten dat Hanne heel onrustig werd. We zeiden eerst: ‘Mama wordt niet beter’. Dat snapte ze niet. Toen hebben we gezegd: ‘Mama gaat daar uiteindelijk aan dood.’ Snapte ze nog niet helemaal. Totdat er een konijntje en een alpaca doodgingen bij mijn zus. Nu snapt ze hoe dat eruitziet.” Sindsdien is ze rustiger.
„We hebben een boek dat heet Papa draak wordt niet meer beter, wat trouwens echt vreselijk is om voor te lezen. Je komt er niet doorheen zonder in huilen uit te barsten. André en ik hebben het eerst samen geoefend. We vinden het niet erg om te huilen waar ze bij is. We willen alleen niet helemaal overstuur raken. Dat boek lezen we weleens als ze er zelf mee komt. Zelf hebben we het boek Pleister voor je tranen gelezen. Dat gaat over rouwbegeleiding bij kinderen.”
Hanne (links) en Wies (rechts). Foto: Nienke Maat
‘Ik kan niet zorgen dat ze het echt zelf onthouden’
Een van de dingen die Krista belangrijk vindt, is dat de meiden tastbare herinneringen aan haar hebben, want ze weet dat ze waarschijnlijk te jong zijn om eigen herinneringen aan hun mama te hebben. „Dat vind ik misschien wel het allerergst. Ik kan geen herinneringen met ze maken, want daar zijn ze nog te klein voor. Ik kan foto’s en video’s maken en erover schrijven. Ik kan niet zorgen dat ze het echt zelf onthouden.”
Daarom heeft ze via Stichting Komma een videoportret van zichzelf laten maken. „Dan interviewen ze je over je leven. En ik neem mezelf op terwijl ik boeken voorlees. Soms neem ik ook het geluid op van huiselijke tafereeltjes zoals het lunchen of het naar bed brengen. Zo hebben ze straks iets wat ze kunnen bekijken of beluisteren.”
Haar focus is compleet verschoven. „Zeker toen ik Hanne net had, had ik echt en hyperfocus op alle problemen. Dan was ik van alles aan het Googelen. Hoeveel voeding, wanneer laat je een derde slaapje vallen. Dat soort dingen. Vreselijk. Ik was super onzeker. Nu kan ik veel meer uitzoomen. Het maakt allemaal niet zoveel uit. Of nou, het maakt wel uit. Het is alleen geen kwestie van leven of dood. Ik weet wat dat is.”
‘Het is een fase’ of ‘het gaat voorbij’ zijn zinnetjes die jonge ouders graag tegen zichzelf zeggen als het even pittig is. Maar dat geldt niet meer voor Krista. „Ik wil niet dat het voorbijgaat. Alles is een fase, dat klopt. Ook de leuke dingen. Ik ben nog steeds niet blij als mijn peuter van 3 jaar een driftbui krijgt in de Albert Heijn. Dan denk ik niet: o, wat fijn. Kijk eens allemaal! Maar ziek zijn verandert wel je perspectief.”
Inmiddels zit er een vreemd soort routine in haar weken. De zondag, de maandag en de dinsdag zien er voor Krista net zo uit als voor menig andere jonge moeder. De kinderen uit bed halen, eten geven, met ze puzzelen, spelen, lachen, boodschappen doen, koffiedrinken met vrienden, de woedeaanvallen en de ‘ik-lust-dit-niet-meer-ook-al-lustte-ik-het-gisteren-nog-weldiscussies’. De rest van de week heeft ze minder energie. „Op woensdag voel ik me best goed en op donderdag begin ik af te brokkelen. Op vrijdag ben ik heel erg moe.”
Chemotherapie
Elke woensdag gaan Hanne en Wies naar de opvang en rijdt Krista door naar het Martiniziekenhuis. Daar krijgt ze chemo. Dan zit ze met allemaal andere mensen in een zaaltje, in een grote stoel en met een constante kakofonie aan biepjes, piepjes en andere geluiden om haar heen. Langzaam – in haar geval extra langzaam want ze is allergisch voor het chemische spul – drupt er een infuus leeg in haar arm. „Ik vind het heel fijn dat ik weet dat de meiden het dan lekker gezellig hebben in een fijne omgeving.”
Het is een beetje oppassen geblazen met alle bacillen die Hanne en Wies meenemen van de opvang. Krista’s weerstand is minder. „Maar ik haal mijn kinderen niet door een alcoholbad voordat ik ze thuis knuffel.”
Meestal gaat haar zus of moeder mee naar zo’n chemowoensdag. „Mijn zus kan zich daar ontzettend zitten opvreten”, zegt Krista lachend. „De mensen die chemo krijgen hebben de neiging om te klagen. ‘O, ik ben al schoon, maar toch moet ik nog drie keer chemo.’ Logisch ook. Het is echt rot als je daar moet zitten. Ik vind het leuk om met ze te praten en medeleven te tonen. Mijn zus vindt dat lastig. Die wil dan eigenlijk roepen: ‘Ja, mevrouw. U bent 80. Heel vervelend dat u kanker heeft. Maar mijn zusje gaat dood!’” Sowieso kan Krista weinig met reacties als ‘het is zo oneerlijk’ en ‘waarom nou jij’. „Het is toch voor niemand eerlijk?”
Krista’s ouders wonen bij een van haar zussen in Drenthe. Lekker dichtbij. Ze is de jongste telg uit een gezin van vijf. Allemaal meiden. De vier oudere zussen hebben – vanzelfsprekend – grote moeite met wat er met hun kleine zusje staat te gebeuren. „Ik haal er steun uit dat Wies en Hanne straks mijn zussen hebben. Mijn beste vriendin zei laatst: ’Jouw zussen zijn eigenlijk allemaal in zekere zin een stukje van jou’. Er is geen een precies zoals ik. Maar ze hebben allemaal iets waarin ik mezelf herken. Het is een groot vangnet straks.”
Van de chemo wordt ze moe en soms misselijk. „Maar goed, ik heb ook een kindje van 11 maanden. Gisteren sliep ze door, maar we hebben genoeg gebroken nachten. Moe zijn vind ik niet zo erg. Misselijk zijn vind ik vreselijk. Dan ben je echt aan huis gekluisterd.” Ze heeft medicatie tegen de misselijkheid, maar die heeft weer bijwerkingen. „Je darmen voelen dan als een soort dooie slangen”, zegt ze. „Je hoeft niet meer over te geven, maar je voelt je er niet lekker door.”
Krista is niet het type dat bij de pakken neer gaat zitten. Aan reacties als 'het is oneerlijk' en 'waarom jij' heeft ze ook niets. ,,Het is voor iedereen oneerlijk." Foto: Nienke Maat
Vergrootglas of afleiding?
Soms zijn de kinderen een afleiding van het ziek zijn. Soms juist een vergrootglas. „Ik kan – als ze op de opvang zijn – helemaal instorten als ik een babysokje zie liggen. God, wat zijn ze klein, denk ik dan. Maar dingen gaan wel gewoon door.”
Zo herinnert ze zich hoe ze ‘s avonds de uitslagen van de eerdere onderzoeken bekeek op haar telefoon, terwijl André een luier aan het verschonen was. Ze zag dat het niet goed was, maar tijd om erover te praten was er niet want ze zaten midden in de babyspits (dat tijdvak tussen vijf en zeven uur ‘s avonds waarin er gegeten, gebadderd en geslapen moet worden). „Er zijn gewoon andere dingen die je directe aandacht vragen. Dat is fijn hoor. Het is niet te doen om de hele dag bezig te zijn met het idee dat je doodgaat.”
Er is wel een tijd geweest dat Krista dacht: had ik misschien beter geen moeder kunnen zijn? „Nu niet meer hoor. André zei: het bestaansrecht van onze kinderen hangt niet af van of jij er wel of niet bent. Als moeder denk je: ze kunnen niet zonder me. Maar dat kunnen ze natuurlijk wel. Dat wordt niet makkelijk, maar het feit dat ze mij straks niet hebben betekent niet dat hun leven er niet toe doet. Ik ben blij dat ze er zijn.”
De kleine dingen worden de grote dingen
Een bucket-list, of een lijstje met dingen die ze per se wil doen voordat ze er niet meer is, heeft ze niet. Ja, trouwen. Dat wilde ze graag. En dat hebben ze gedaan op 21 juni.
„Laat mij maar gewoon thuis met de kinderen lunchen en de normale dingen doen. De kleine dingen worden echt de grote dingen. Daar wil je bij zijn. Ik wil mijn energie niet verliezen aan een of andere buitenlandtrip.”
Ze loopt naar de speeltuin waar Hanne en Wies zich uit mochten leven tijdens het gesprek. André staat bij het hek met Wies. Hanne staat ergens achterin. Als André aanstalten wil maken om Hanne te halen, houdt Krista hem tegen. „Mag ik het doen? Dat vind ik leuk.”
Ze houdt weer even halt, zet haar hand boven haar ogen tegen de zon, en glimlacht als ze Hanne ziet. Even een mentaal fotootje. Klik.
Krista Bombeeck (33) is ongeneeslijk ziek. Ze brengt nu extra veel tijd door met haar dochters Wies (1) en Hanne (3). Foto: Nienke Maat
Wie?
Krista Bombeeck (33) groeide op in de Flevopolder, studeerde de vrije school pabo in Leiden en Engels in Nijmegen, en liep 7 jaar geleden tijdens een solo-vakantie op Schiermonnikoog haar grote liefde André tegen het lijf. Hij werkte daar in de zomer. De twee settelden in 2021 in de stad Groningen en verhuisden toen hun huis te klein werd eerst naar Termunten en daarna naar Bedum. Inmiddels hebben ze twee dochters: Hanne van bijna 3 en Wies van bijna 1.
Waarom verhalen over moederschap?
Twee jaar geleden kwam mijn lieve zoontje ter wereld. Ik bereidde me voor op de komst van de kleine door de babykamer in te richten, een bevalcursus te doen, boeken te lezen en gezond te leven.
Dan ben je ineens moeder! En na de bevalling viel ik van de ene verrassing in de andere. Niet allemaal leuke verrassingen: van rare capriolen die je lijf uithaalt tot een sociaal leven dat ineens op pauze staat.
Daar lees ik voor mijn gevoel maar weinig serieuze verhalen over.
Reden voor mij om in het thema te duiken en er zelf een reeks verhalen over te schrijven. Wat is de invloed van sociale media op het moederschap? Wat als je helemaal geen kinderen wil? Waarom is de rolverdeling tussen mannen en vrouwen nog scheef? Of is dat niet zo?
De komende tijd verschijnen er artikelen rond dit thema in deze krant: onderwerpen waar ik zelf nieuwsgierig naar ben of waar andere ouders naar vragen. Ik duik in onderzoeken en vraag raad en uitleg aan deskundigen.
Reageren? Mail dan naar: patriecia.kolthof@dvhn.nl