Chirurg Vincent de Meijer met een lever onderweg naar zijn patiënt. Foto: Corné Sparidaens
Wachttijden voor een donororgaan nemen gestaag af door een combinatie van betere technieken en meer aanbod, zo blijkt ook uit cijfers van het UMCG.
Héél soms doet de situatie zich voor. Vincent de Meijer, hoogleraar Chirurgie en voorzitter van het Transplantatiecentrum in het UMCG, en zijn team konden vorige week dankzij één donorlever twee verschillende patiënten helpen.
Door de lever, afkomstig van een overleden donor, aan te sluiten op een perfusiemachine en te splitsen hielp het team eerst een jong meisje aan een gezonde lever. De andere helft van de donorlever bleef aangesloten op de machine om de kwaliteit van het orgaan op peil te houden en zo een tweede transplantatie mogelijk te maken.
Het tweede deel van de lever was 33 uur buiten het lichaam, waarvan 26 uur op de perfusiemachine, voordat het door De Meijer en zijn team werd geplaatst in een volwassen vrouw, die al jaren op de wachtlijst voor een nieuwe lever stond.
Toename
Met één lever twee patiënten helpen, een orgaan dat bijna anderhalve dag buiten het lichaam is geweest en ook nog eens zijn kwaliteit behoudt: dat zijn prestaties waar transplantatieartsen 25 jaar geleden alleen maar van konden dromen.
Het is een van de belangrijkste redenen dat het aantal orgaantransplantaties bijna ieder jaar toeneemt. Landelijk waren het er vorig jaar 1480: nieren, levers, longen, harten, alvleesklieren en één dunne darm bij elkaar opgeteld.
Het UMCG heeft het grootste transplantatiecentrum van het land en het is de enige plek waar alle soorten transplantaties worden uitgevoerd. Soms ook gecombineerd, zoals bij hart-lever- en long-levertransplantaties. De trend die landelijk te zien is, gaat ook op voor Groningen.
In totaal zijn in het UMCG vorig jaar 325 organen getransplanteerd. Het ging om 166 nieren (79 keer een levende donor, 87 maal een overleden donor), 86 levers (19 levende donoren, 67 overleden donoren), 48 longtransplantaties en 20 maal betrof het een hart. Ook waren er vier alvleeskliertransplantaties, gecombineerd met een niertransplantatie. De enige dunne darmtransplantatie van het land vond ook plaats in het UMCG.
Leven doorgeven
Overleden donoren geven gemiddeld 3,4 organen, waardoor het totaal aantal transplantaties hoger is dan het aantal overleden donoren. Daarnaast groeit ook het aantal mensen dat levend een deel van de lever of een nier doneert langzaam door.
,,Orgaantransplantatie is alleen mogelijk door de belangeloze gift van overleden of levende donoren”, benadrukt De Meijer. ,,Zonder donatie, geen transplantatie. Daarom luidt ons nieuwe motto ook ‘Leven doorGeven’.”
Op 31 december 2025 stonden volgens de Nederlandse Transplantatie Stichting in ons land nog ruim 1600 patiënten op de wachtlijst voor een orgaantransplantatie. De gemiddelde wachttijd daalt. Voor een nier ging die in een paar jaar tijd omlaag van 29 maanden naar 26 maanden, voor een hart van 24 naar 14 maanden.
Afgelopen jaar overleden 133 patiënten op de wachtlijst, 137 stroomden uit omdat hun medische toestand te veel was verslechterd. De Meijer: „In het UMCG werken we elke dag hard om het aantal beschikbare donororganen te vergroten en wachtlijststerfte terug te dringen. Technologische ontwikkelingen, zoals de perfusiemachine, gaan ons hierbij verder helpen.”