Kim van Bladel uit Arnhem doneerde eerder dit jaar een deel van haar lever aan haar zieke zoon Tijl. Foto: Corné Sparidaens
In het UMCG hebben zich de afgelopen dagen elf mensen gemeld die bereid zijn een deel van hun lever te doneren. Gemiddeld zijn het er maar drie per jaar.
De aanmeldingen zijn een direct gevolg van de aandacht die er begin deze week was voor de succesvolle inzet van de Da Vinci-robot. Sinds enkele maanden gebruiken transplantatie-artsen in het UMCG de operatierobot ook bij levende donoren. Een operatie met behulp van de robot, die bediend wordt door een leverchirurg, verkort de hersteltijd bij de donor aanzienlijk.
Uitgebreid gescreend
Meerdere media besteedden aandacht aan de robot en ook het UMCG zelf zette een interview online met Linda, die als eerste levende leverdonor op deze manier geopereerd is. ,,Linda hoopte dat haar verhaal meer mensen zou inspireren om zich aan te melden”, zegt Joost Wessels, woordvoerder van het UMCG. ,,Nou, dat is gebeurd. Elf aanmeldingen overtreft alle verwachtingen, aangezien het er normaal gesproken gemiddeld drie per jaar zijn.”
De elf mensen die zich hebben aangemeld worden uitgebreid gescreend om vast te stellen of ze daadwerkelijk geschikt zijn als donor. Vervolgens wordt gekeken of er een match is met een patiënt.
‘Wie weet nog meer?’
Een groot deel van de leverpatiënten in het UMCG Transplantatiecentrum wordt geholpen met een orgaan van een hersendode of pas overleden donor. Het UMCG loopt voorop bij het geschikt maken levers die eerder zouden worden afgekeurd voor donatie.
Kinderen en kleine volwassenen komen in aanmerking voor een transplantatie van een lever van een levende donor. Er wordt dan een deel van de lever bij de donor afgenomen. In de patiënt groeit het orgaan uit tot een volwaardige en gezonde lever. Bij de donor groeit de lever vanzelf weer aan tot het oorspronkelijke formaat.
In het UMCG worden jaarlijks tussen de 20 en 25 levertransplantaties dankzij levende donoren gedaan. ,,Dat er in één klap elf potentiële donoren bij komen is geweldig”, zegt Wessels. ,,Wie weet worden het er nog wel meer.”