Theaterproject Zummerbühne, met afgelopen zomer de derde editie in Oosterwijtwerd, is een van de grootste succesprojecten van het Toukomst-programma. Foto: Reyer Boxem
Het Toukomst-project van het Nationaal Programma Groningen heeft veel energie en enthousiasme losgemaakt bij de Groningers, maar ook gezorgd voor frustratie bij deelnemers die hun plan moeizaam of niet van de grond zien komen.
Dat is de belangrijkste conclusie uit een evaluatierapport in opdracht van het NPG. Op de helft van het tien jaar lopende Toukomst-project kraken onderzoekers van het Utrechtse Bureau Andersson Elffers Felix (AEF) een aantal kritische noten .
Kom met toekomstplannen voor een mooier en beter Groningen: dat was in 2020 de oproep van het NPG aan alle inwoners van de aardbevingsprovincie. Voor de uitvoering stond 100 miljoen euro klaar. Daarmee is Toukomst het grootste burgerparticipatieprogramma ooit in Nederland.
‘Energie ebde weg bij initiatiefnemers’
Het NPG kreeg meer dan negenhonderd plannen om de Groninger economie, cultuur, leefbaarheid of het landschap te versterken. Na een uitgebreide beoordeling werden daaruit 44 geselecteerd om te realiseren. De bedenkers gingen aan de slag met financiële en praktische steun van het Toukomst-programmabureau in Ten Boer.
Maar de energie bij de start van Toukomst ebde volgens de onderzoekers weg doordat er veel meer tijd en energie in ging zitten om de projecten van de grond te krijgen dan verwacht. Initiatiefnemers begonnen met hoge verwachtingen, maar liepen aan tegen onduidelijke en langdurige processen. Ook veranderden onderweg de spelregels om daadwerkelijk met geld uit de Toukomst-pot aan de slag te kunnen.
Dat leidde bij sommige initiatiefnemers tot teleurstelling en frustratie, zien de onderzoekers. Een groep deelnemers klaagde ook in DVHN al twee jaar geleden over de moeizame voortgang en stroperige voorbereidingsprocessen. Een deel van de plannenmakers haakte vroegtijdig af.
Frustratie volgde op (te) hooggespannen verwachtingen
Een belangrijke bron van frustratie bij initiatiefnemers was volgens de onderzoekers dat ze werden gekoppeld aan andere plannenmakers met een vergelijkbaar idee. Daardoor moesten ze veel tijd steken in onderling overleg en zagen ze hun project soms ook ingrijpend veranderen. Verder kon subsidie veelal pas worden uitgekeerd nadat helder was dat dat niet in strijd was met de regels voor ongeoorloofde staatssteun.
Daar had de NPG bij voorbaat veel duidelijker over moeten zijn richting de Groningers die met enthousiaste plannen kwamen, oordelen de onderzoekers. Tegelijkertijd benadrukken ze dat inmiddels 94 procent van de uitverkozen projecten in uitvoering is. Van de oorspronkelijke 44 plannen zijn er 23 in uitvoering, 3 zijn al afgerond, 1 zit nog in de pijplijn en nog eens 6 hebben wel groen licht maar wachten nog op geld of hebben nog tijd nodig voor de start. Eén project is definitief afgewezen en 2 zijn voortijdig gestopt.
Bij de start was het doel dat alle geselecteerde initiatieven uiterlijk begin van 2025 zouden draaien. Ook van de 150 nieuwe banen die de projecten samen zouden moeten opleveren, zijn voorlopig niet meer dan 50 gerealiseerd. De onderzoekers verwachten echter dat de doelstellingen de komende jaren alsnog worden gehaald nu Toukomst eindelijk op stoom is gekomen.
Succesprojecten stemmen NPG tot ‘gepaste trots’
Succesprojecten zijn met name het zomerse openlucht-theaterspektakel Zummerbühne, dat tienduizenden bezoekers trok met inmiddels drie vrijwel uitverkochte edities. Ook het kredietfonds Roemte, opgezet om nieuwe functies te vinden voor leegstaande scholen, gemeentehuizen en ander ‘maatschappelijk vastgoed’, boekt resultaat. Evenals de Landschapswerkplaats, dat lokale initiatieven op het gebied van natuur en landschap helpt realiseren, van dorpsommetjes in het Oldambt tot een ruiterroute rond het Schildmeer.
Met nog vijf jaar te gaan is dat een resultaat om tevreden mee te zijn, vindt vervangend NPG-voorzitter en burgemeester van Het Hogeland Henk Jan Bolding: „Als bestuur kijken we met gepaste trots naar Toukomst. Het heeft op het gebied van burgerparticipatie heel veel opgeleverd.”
Wel onderschrijft hij de aanbeveling van de onderzoekers om de initiatiefnemers meer duidelijkheid te geven over wat er allemaal komt kijken voor de realisatie van hun plan. „Dat hadden we beter moeten doen”, erkent Bolding. „Wij grijpen deze evaluatie aan voor bijsturing in de komende vijf jaar en we gaan de lessen breed delen, zodat ook andere initiatieven er iets aan kunnen hebben.”
Plannenmakers en ambtenaren kritisch op resultaten
Aanzienlijk kritischer oordelen de Toukomst-plannenmakers, betrokken provincie- en gemeenteambtenaren en gewone Groningers die het onderzoeksbureau naar hun mening heeft gevraagd. Zo is het merendeel van de ondervraagden het ‘(zeer) oneens’ met de stelling dat Toukomst de provincie economisch heeft versterkt. Ook ziet een ruime meerderheid niet dat het programma de Groningers meer invloed geeft op hun directe leefomgeving en evenmin is sprake van de beoogde imagoverbetering.
Het evaluatierapport bevat belangrijke lessen voor het aankomende versterkings- en ontwikkelingsprogramma Nij Begun, zegt Leendert van der Laan. Hij sprak als Statenlid van de Partij voor het Noorden meermaals zijn zorgen uit over Toukomst nadat teleurgestelde plannenmakers bij hem aan de bel trokken.
Van der Laan ziet zijn beeld nu bevestigd in de conclusies van de onderzoekers en vindt dat moet worden bekeken of afgehaakte initiatiefnemers alsnog kunnen worden gecompenseerd voor gemaakte kosten en arbeid. „Er is richting hen veel misgegaan als het gaat om verwachtingsmanagement, veranderende spelregels en bureaucratisering”, zegt het huidige gemeenteraadslid in de stad Groningen. „Dat zijn pijnpunten die we moeten voorkomen bij Nij Begun.”