Haren is de meest leefbare plaats in het Noorden. Foto: Corné Sparidaens
Uit onderzoek van Atlas Research blijkt weer eens dat de brede welvaart in Nederland zeer ongelijk is verdeeld. De Veenkoloniën is een van de vijf regio’s waarvoor de opstellers van het rapport extra aandacht van het Rijk vragen.
Er zijn in Nederland grote verschillen in brede welvaart. In grote delen van het Noorden is die veel beroerder dan het landelijk gemiddelde, vooral in Noordoost- en Oost-Groningen en in Zuidoost-Drenthe. De mensen hebben er minder onderwijs genoten, zitten vaker zonder werk, zijn ongezonder en worden wel 7 jaar minder oud dan gemiddeld. Ze zijn er wel tevreden met de eigen woning, zeker vergeleken met veel inwoners van de grote steden in de Randstad.
Atlas Research deed in opdracht van drie belangrijke adviesraden onderzoek naar 300 ‘kleinere woonplaatsen’”, met tussen de 7.000 en 23.000 inwoners. Atlas Research legt regelmatig ook de gemeenten met meer dan 100.000 langs de meetlat. Daarin blijkt Emmen steevast de hekkensluiter qua leefbaarheid.
Bij de kleinere woonplaatsen staat het Gooise Laren bovenaan als de meest leefbare plaats. Haren staat op de vijfde plek, in het Noorden gevolgd door Eelde (35), Zuidlaren (48), Zuidhorn (51) en Roden (54). Die krijgen het oordeel ‘zeer goed’. Minder voorspoedig gaat het in Ter Apel (274), Musselkanaal (282), Hoogezand (292) en Delfzijl (294), dat voor Rozenburg (295) op de een-na-laatste plaats staat.
In Oude Pekela en Veendam is de leefbaarheid verbeterd
Er is ook naar de ontwikkeling tussen 2014 en 2022 gekeken. Oude Pekela en Veendam hebben het beter gedaan dan de andere plaatsen in het Noorden. De leefbaarheid is ‘verbeterd’. Winschoten en Sappemeer kenden een ‘kleine verbetering’. In de overige noordelijke plaatsen was geen ontwikkeling.
Het onderzoek van Atlas Research is niet alleen gebaseerd op literatuurstudies, maar ook op regiobezoek. Er is ditmaal ook gekeken naar twee extra aspecten. De eerste is de zogeheten ‘15-minuten-stad’, een begrip waar steeds meer steden wereldwijd op inzetten. Het behelst dat basisvoorzieningen als supermarkt, huisarts en treinstation voor zoveel mogelijk inwoners binnen een kwartier bereikbaar moeten zijn. Het blijkt dat dit in een groot deel van het noordelijk platteland niet met de fiets mogelijk is, maar op veel plekken wel met de auto.
Verder is er gekeken naar ontmoetingsplaatsen in dorpen of steden. Op hoeveel plekken in hun woonstek kunnen bewoners anderen tegenkomen? Ook op dit punt scoort het noordelijk platteland laag. In veel plaatsen is er binnen 300 meter geen ontmoetingsplek.
‘Meer investeren in regionale ontwikkeling’
Uit het onderzoek komt naar voren dat veel mensen in achtergestelde regio’s als de Veenkoloniën teleurgesteld zijn in de overheid en haar instituties, omdat steeds meer voorzieningen uit hun omgeving verdwijnen.
Een deel van de regionale verschillen ontstaan door economische ontwikkelingen waarop de overheid geen grip heeft. Maar de onderzoekers hebben ook waargenomen dat keuzes van de rijksoverheid wel degelijk gewicht in de schaal leggen. ‘Clustering van bedrijven bijvoorbeeld, ontstaat meestal op plekken waar de randvoorwaarden gunstig zijn, zoals de aanwezigheid van infrastructuur, kennis en arbeidskrachten. Op deze randvoorwaarden kan de overheid invloed uitoefenen, bijvoorbeeld door de keuze van bouwlocaties, de locatie van onderwijsinstellingen en de aanleg van (spoor)wegen.’
Een van de conclusies van de onderzoekers is dat het tijd is voor ‘een evenwichtiger rijksbeleid met een sterkere oriëntatie op de regio’. Er moet onder meer geïnvesteerd worden in langjarige programma’s voor regionale ontwikkeling.