Loes Talens en Rik Dortmond stoppen met hun hotel Bitter en Zoet in Veenhuizen en zoeken een opvolger. Foto: Rens Hooyenga
Een kwarteeuw lang werkten ze dag en nacht om hun hotel én het gevangenisdorp Veenhuizen op de kaart te zetten. Nu zoeken Loes Talens en Rik Dortmond een overnamekandidaat voor Bitter en Zoet.
Voor personeel en vaste gasten is het een vertrouwd gezicht: Loes Talens (56) zit middenin de lobby van Bitter en Zoet te werken. Ook partner Rik Dortmond (59) schuift even aan. Hun eigenlijke kantoor, op de eerste verdieping, hebben ze verhuurd.
„We zaten er toch nooit”, verklaart Talens. „Hier houd ik altijd contact met collega’s en gasten. Dat werkt veel prettiger.”
Als het aan Dortmond en Talens ligt, komt er binnen afzienbare tijd een einde aan dit vertrouwde gezicht. Hun hotel, met vijftien kamers en zes appartementen, staat namelijk te koop. Na zeventien jaar („en zes jaar voorbereidingstijd”) vinden de twee het mooi geweest.
„Als we het nu niet doen, dan doen we het nooit meer”, zegt Dortmond. „Ik zou het heel vervelend vinden als we te lang doorgaan en alles een beetje sleets wordt. Dat moment willen we voor zijn.”
Talens knikt. „Dit is een bedrijf dat 7 dagen per week 24 uur per dag aandacht vraagt. Wij vinden het nu tijd voor iets anders. Wat? Dat weten we nog niet.”
Vier monumentale panden
Bitter en Zoet opent in 2009 de deuren en bestaat uit vier monumentale panden, die door middel van moderne architectuur en serre-achtige constructies met elkaar verbonden zijn. Alle gebouwen zijn verweven met de historie van gevangenisdorp Veenhuizen. Zo zijn in het oude hospitaal, waar zieke gevangenen werden verzorgd, onder andere appartementen en vergaderruimtes gebouwd.
Loes Talens en Rik Dortmond aan de grote tafel in de lobby van hun hotel Bitter en Zoet in Veenhuizen. Foto: Rens Hooyenga
Dat Talens en Dortmond jarenlang zo’n groot hotel met restaurant zouden runnen, lag niet in de lijn der verwachting toen het stel zo’n 25 jaar geleden met de kinderen naar Veenhuizen kwam.
„Wij zochten wat meer ruimte”, zegt Talens. „Rik had een cateringbedrijf in de garage en ik was manager bij een kinderopvang. Veenhuizen is een dorp waar je of niet kunt aarden en snel weer weg bent, of je wordt erdoor geraakt en opgezogen. Dat laatste gebeurde met ons en we raakten betrokken bij de ontwikkeling van het gevangenisdorp.”
‘Hij heeft er iets prachtigs van gemaakt’
Als het Ontwikkelingsbureau Veenhuizen een visie opstelt voor de leegstaande monumenten in het dorp, wordt voor het hospitaalcomplex een toeristische en een zorgfunctie bedacht. Ondernemer Hans Blaauwbroek bedenkt daarop een plan voor een trainingslocatie voor de gezondheidszorg en hij vraagt Dortmond, zijn voormalig compagnon, mee te werken aan een hotel-restaurant waar ook zorg geleverd kan worden.
„De ontwikkeling duurde erg lang en was complex, want dit waren monumentale bouwvallen”, herinnert Dortmond zich. „Doordat wij vroeg werden betrokken, konden wij als exploitant meedenken over hoe alles eruit moest komen te zien. Met architect Jan van den Burg zijn we nog op pad geweest door Nederland om te kijken wat wij mooi vonden. Hij heeft er iets prachtigs van gemaakt. Je ziet van buiten bijna niet dat de panden met elkaar verbonden zijn.”
Waar Dortmond het horecagedeelte voor zijn rekening neemt, is Talens de organisatorische kracht van het hotel. Waar het in een toeristische stad als Groningen relatief eenvoudig is om gasten te trekken, ligt dat in Veenhuizen heel anders.
Hotel Bitter en Zoet bestaat uit meerdere monumentale panden. Van buiten zie je bijna niet dat die met elkaar verbonden zijn. Foto: Rens Hooyenga
„Toen wij hier begonnen stond het toerisme in Veenhuizen in de kinderschoenen. Op vakantie naar Veenhuizen betekende dat je twee weken moest zitten in Bankenbosch, omdat je met drank op achter het stuur had gezeten”, lacht Talens. „We hebben er heel hard voor moeten werken om naamsbekendheid op te bouwen.”
Een start in 2009, tijdens de kredietcrisis, helpt dan niet mee. De gezondheidsacademie bij het hotel komt door het instorten van de trainingsmarkt niet van de grond en gaat in 2013 failliet. Het hotel doorstaat het lastige begin en wordt al snel een begrip in Veenhuizen en omgeving.
„Je moet zorgen dat wat je doet zo bijzonder is dat mensen er speciaal voor naar Veenhuizen rijden”, zegt Talens daarover. „Dat is ons gelukt.”
Kredietcrisis
Een nieuwe eigenaar neemt de inboedel, goodwill en reserveringen van Bitter en Zoet over en wordt huurder van De Nieuwe Rentmeester, de stichting die enkele jaren terug tachtig monumenten in Veenhuizen overnam van het Rijksvastgoedbedrijf.
„De stenen zijn niet van ons, de volledige inboedel en het concept wel”, zegt Dortmond. „De nieuwe huurder kan zo verder.”
Dortmond hoopt dat een nieuwe exploitant van het hotel oog heeft voor de geschiedenis en de mogelijkheden die deze plek biedt. Iemand die, net als de huidige eigenaren, geraakt wordt door het verhaal van dit speciale gevangenisdorp met Unesco-status.
In hotel Bitter en Zoet zijn historische panden door middel van serre-achtige constructies met elkaar verbonden. Foto: Rens Hooyenga
„Ik zoek iemand die het ook mooi vindt om producten zelf te kweken en te maken. Ik heb oude fruitrassen geplant, we roken zelf vlees en vis en ik maak hammen. Je hebt hier de ruimte om zelf allerlei dingen te verbouwen voor het restaurant. Ik zoek iemand die deze mogelijkheden wil benutten.”
Spanje lonkt
Hoe lang het duurt voordat een geschikte overnamekandidaat zich meldt, is afwachten. Haast hebben de twee niet.
„Als we alles hebben overgedragen, gaan we eerst een jaar de tijd nemen om te herstellen en na te denken over wat we gaan doen”, zegt Talens. „Toen mijn ouders overleden hebben we van de erfenis een huis in Spanje gekocht. Het zou fijn zijn als we straks de helft van het jaar daar kunnen verblijven.”
Als Spanje ter sprake komt, begint het gezicht van Dortmond meteen te stralen. „Dat huis stond twintig jaar leeg en we hebben het helemaal verbouwd.” Hij maakt een groot gebaar met zijn armen: „Zúlke oude potten stonden er nog, vol oude olijfolie. En er hingen zadels van honderd jaar oud aan de balken. Echt geweldig.”
Talens en Dortmond willen van hun huis in Spanje een nog mooiere plek maken dan het al is. En een oud pand opknappen in Veenhuizen zelf dan? Hier staan nog genoeg monumenten die wel wat liefde en aandacht kunnen gebruiken.
„Nee”, zegt Talens beslist. „Ik weet niet of ik hier nog kan wonen als een ander dit bedrijf runt.”
Dortmond denkt er ook zo over. „Dit voelt te veel van ons. Ook voor de volgende eigenaar is het niet prettig als wij over de schouder meekijken. Dus wij gaan over een tijdje ook uit Veenhuizen weg. Met een dubbel gevoel, maar het kan eigenlijk niet anders.”