Commissaris van de Koning Ren� Paas, tevens voorzitter van de Stuurgroep Lelylijn, samen met Lelylijn-gezant Klaas Knot tijdens een vergadering over de realisatie van de Lelylijn, in het provinciehuis van Groningen. Foto: ANP/Marcel Jurian de Jong
Noord-Nederland is in principe bereid jaarlijks 40 miljoen euro te sparen voor de Lelylijn, als het Rijk jaarlijks 400 miljoen spaart. Met die boodschap kan Klaas Knot naar de Tweede Kamer.
Knot, oud-directeur van De Nederlandsche Bank, bracht eind januari een financieel advies uit over de Lelylijn. Die spoorlijn Groningen-Lelystad is weliswaar kostbaar, er moet al snel 14,5 miljard euro voor op tafel komen, maar is voor Nederland en met name het Noorden van zulk groot belang dat het Rijk er geld voor moet sparen, stelde Knot.
Woensdag kwamen Knot en de Groningse commissaris van de Koning René Paas bijeen met de vier betrokken provincies en een ‘kopgroep’ van Noord-Nederlandse gemeenten. Volgens Knot en Paas wil de regio zelf een bijdrage doen aan de landelijke spaarpot voor de Lelylijn. Er komt een regionale investeringswerkgroep die onderzoekt hoe die 40 miljoen bijeen moet komen.
Paas: ‘We hebben het geld niet zomaar liggen’
Een bijdrage van de regio is volgens Knot noodzakelijk om de landelijke politiek over de streep te trekken. „We hebben het geld niet zomaar liggen maar de bereidheid is er zeker’’, stelde René Paas, tevens voorzitter van de Stuurgroep Lelylijn. De provincies Groningen, Drenthe, Fryslân en Flevoland en betrokken gemeenten en zelfs waterschappen moeten nog afspreken hoeveel ieder bijdraagt en zoeken ook verder naar alternatieve geldbronnen.
Het spaarplan van Knot is vooral bedoeld om daarmee een ambtelijke richtlijn te tackelen, die stelt dat een grote investering in infrastructuur pas mag beginnen als er ‘zicht is op 75 procent van de kosten’. Dat gaat volgens Knot nooit zomaar lukken bij zo’n groot en langlopend project als de Lelylijn. Een jaarlijks spaarbedrag van 400 miljoen per jaar is volgens hem wel haalbaar. „Elk jaar slechts 0,04 procent van het bruto nationaal product.’’
Politieke klimaat niet gunstig
Het duurt minstens tot tegen het jaar 2050 voor de spoorlijn er ligt. Alleen is het politieke klimaat in Den Haag er de laatste tijd niet zo naar om rustig te sparen voor een doel in de verre toekomst.
Tot het voorjaar van vorig jaar stond er nog 3 miljard euro gereserveerd voor de Lelylijn, afkomstig uit het kabinet-Rutte. Inclusief rente was dat bedrag opgelopen tot 3,4 miljard euro. Het kabinet-Schoof besloot echter tijdens nachtelijk overleg over de voorjaarsnota dat fonds grotendeels te plunderen. „Een bankroof’’, oordeelde Paas destijds.
Het grootste deel van de 3,4 miljard ging naar de Nedersaksenlijn (Emmen-Veendam), het spoorknelpunt bij Meppel en de sluis in de Afsluitdijk. Er bleef nog ruim 600 miljoen euro over in de pot. Dat is volgens Knot een noodzakelijk startbedrag voor de spaarpot die hij wil vullen. In de Tweede Kamer klonk recent ook scepsis. De Groep-Markuszower stelde vorige maand dat de 600 miljoen euro beter elders kan worden ingezet, omdat de Lelylijn toch niet haalbaar zou zijn.
Pot plunderen ‘geen slecht idee’
VVD-Kamerlid Björn Schutz noemde dat in een commissiedebat „geen slecht idee”, al benadrukten VVD-bronnen later dat hij daarmee niet het officiële partijstandpunt verwoordde. De Tweede Kamer spreekt op woensdag 13 mei met Klaas Knot over zijn advies. Een commissievergadering over de Lelylijn staat gepland op 3 juni.