Hoe ruimhartig moet schade-afhandeling aardbeving Geelbroek worden? Michiel Tjepkema, hoogleraar bestuursrecht en mijnbouwschade, vindt het een lastige discussie. Foto: eigen foto
Na de aardbeving bij Geelbroek op 14 maart wachten inwoners op duidelijkheid over de schade-afhandeling. Krijgen ze eenzelfde vergoeding als in Groningen of wordt de regeling minder ruimhartig? ‘De aanpak in Groningen heeft verwachtingen gewekt.’
„Het is ingewikkelde problematiek”, oordeelt Michiel Tjepkema, hoogleraar bestuursrecht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en hoogleraar overheidsaansprakelijkheid en mijnbouwschade aan de Open Universiteit in Heerlen. „Het is vooral een politieke keuze. De vraag is: hoe ver wil je gaan en hoe ruimhartig wil je zijn?”
Na de aardbeving bij Geelbroek kwamen tot nu toe 3589 schademeldingen binnen, waarvan 2716 uit Assen. Staatssecretaris Jo-Annes de Bat van Klimaat en Groene Groei belooft een „snelle en ruimhartige” afhandeling van de schade. Maar hoe die eruit komt te zien, is nog onduidelijk.
Vanuit Drenthe klinkt de roep om eenzelfde, coulante regeling als in Groningen. Zoals een vaste vergoeding zonder uitgebreid onderzoek naar de oorzaak van de schade.
‘Lastige discussie’
Die wens is volgens Tjepkema begrijpelijk: „Als je ziet hoe coulant het daar gaat, dan willen anderen dat ook. Als het uitgangspunt is dat het schadebeleid mild, menselijk en makkelijk is, dan verwacht je niet dat er moeilijk wordt gedaan over grenzen. De aanpak in Groningen heeft verwachtingen gewekt. Dat maakt het een lastige discussie.”
Dat die grens van ruimhartigheid dwars door Assen loopt, waar de meeste schades zijn gemeld, maakt het extra wrang. Daardoor kan het gebeuren dat de ene wijk binnen het gebied van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) valt en aanspraak kan maken op allerlei ruimhartige regelingen, en een paar straten verder niet.
Tegelijkertijd begrijpt de hoogleraar dat de overheid ergens de grens trekt. „Het moet ergens ophouden, ook als je ruimhartig bent. Het gaat erom dat je kunt uitleggen waar je die grenzen trekt en waarom.”
'Het zou niet uit moeten maken waar je woont'
De regeling in Groningen is niet de enige afwijkende in het land. Ook in Limburg is sinds kort een unieke afhandeling voor schade door steenkoolwinning. Daar wordt gekeken of voldoende aannemelijk is dat die schade is veroorzaakt door steenkoolwinning. Niet de mijnbouwonderneming, maar de Staat betaalt daar de schadevergoeding.
Tjepkema: „Als je het op een horizontale lijn van ruimhartigheid zou plaatsen, dan zou helemaal links een streng criterium staan, in het midden de Limburgse methode en helemaal rechts het Gronings model.”
Die verschillende regelingen zorgen voor frustratie bij schademelders. In een meest ideale situatie, pleit Tjepkema, is er een eenduidige, landelijke procedure voor alle gevallen van mijnbouwschade: „Idealiter zou het niet uit moeten maken waar je woont.”
Limburgse methode
Toch betekent het volgens Tjepkema niet dat het Groningse model overal in het land zou moeten worden toegepast. „Zo vind ik het onzinnig dat tot schades van 60.000 euro geen onderzoek naar causaliteit wordt gedaan.”
Hij ziet eerder iets in de Limburgse methode, maar plaatst wel een kanttekening: „Uit een recente pilot is gebleken dat het Limburgse model op onderdelen net wat minder ruimhartig uitpakt dan de Groningse methode. Verschillen zitten onder meer in de behandeling van schades binnenshuis, waardoor de methode van het IMG gemiddeld een ruim 25 procent hoger schadebedrag oplevert", vertelt Tjepkema.
Bij de werkwijze van de Commissie Mijnbouwschade – die verantwoordelijk is voor de schade-afhandeling van mijnbouw door het hele land, met uitzondering van het Groningse aardbevingsgebied – wordt bij een scheur in de wand alleen die muur meegerekend, terwijl volgens de IMG-methode naar de gehele ruimte wordt gekeken. Bij grote ruimtes, zoals een woonkamer, lopen de herstelkosten daardoor snel op. „Het is het overwegen waard of die IMG-benadering de landelijke methode zou moeten zijn", besluit Tjepkema. „Het zou mooi zijn als de Drentse situatie aanleiding is het beleid aan te passen."
'Versnelde procedure de oplossing'
Een andere mogelijke oplossing ligt volgens Tjepkema in het zogeheten artikel 7, ook wel de versnelde procedure genoemd. Dat protocol maakt het mogelijk om schade sneller af te handelen, zonder uitgebreid deskundig onderzoek te doen of die schade is veroorzaakt door mijnbouw.
De Commissie Mijnbouwschade kan zo’n procedure op dit moment alleen onder bepaalde voorwaarden toepassen. Zo moet het om grote schade-aantallen in eenzelfde gebied gaan en moet de mijnbouwonderneming ermee instemmen.
„Je zou dat artikel 7 kunnen toepassen, of de voorwaarden zo aanpassen dat het vaker ingezet kan worden. Maar ook dat is een politieke keuze”, legt Tjepkema uit. „Bovendien moet die aanpak dan landelijk toepasbaar zijn, zodat je niet alleen voor Noord-Drenthe een uitzonderingspositie krijgt.”
Wanneer duidelijkheid komt over de afhandeling van schade door de beving bij Geelbroek, is niet bekend. Onlangs gaf staatssecretaris De Bat aan meer tijd nodig te hebben.