Het huis van Rolf Ubels aan Het Kanaal in Assen liep flinke schade op door de beving op 14 maart. Foto: Marcel Jurian de Jong
Tot nu toe meldden bijna 3000 mensen schade na de aardbeving bij Geelbroek op 14 maart. Zij wachten op duidelijkheid over de schade-afhandeling. Een van hen is Rolf Ubels (43) uit Assen, wiens oude sluiswachtershuis flinke schade opliep.
Je hebt geen vergrootglas nodig om ze te zien: de dikke scheuren lopen dwars door de houten balken in het souterrain van zijn huis. Rolf Ubels (43) wijst de ene na de andere aan. „Kijk hier. Zo schuin, doorgescheurd. Op deze balken rust een zware, betonnen vloer. Dat geeft geen fijn gevoel."
Boosdoener is de aardbeving van een maand geleden. In de nacht van 14 maart beefde de aarde bij Assen flink: met een kracht van 3.0 op de schaal van Richter. Ubels was op dat moment aan het werk bij de ambulancedienst. Zijn vier kinderen sliepen door alles heen. Alleen zijn vrouw werd wakker. „Ze dacht dat het een slechte droom was. Maar de volgende ochtend bleek dat het echt was.”
Rijksmonument uit 1862
Ze ontdekten flinke schade. Niet alleen in de balken, maar ook in de gevel buiten. Ubels gaat ook die scheuren bij langs: zowel boven als beneden, bij de kozijnen en de voordeur.
Zijn huis in het centrum van Assen is een oud sluiswachtershuis, gebouwd in 1862 en een rijksmonument. „Ik ben niet bang dat het huis opeens instort. Het staat er immers al zo lang”, zegt hij. „Maar het geeft geen lekker gevoel.”
In de houten balken van het huis van Rolf Ubels zitten flinke scheuren, door de aardbeving op 14 maart. Foto: Marcel Jurian de Jong
Ubels was bang dat de situatie onveilig was en deed daarom melding bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). Twee medewerkers kwamen langs en oordeelden dat Ubels en zijn gezin zich geen zorgen hoeven te maken.
Bijna 3000 meldingen
Hij wacht nu af hoe de schadeafhandeling verder verloopt. „Zolang het veilig is, heeft het niet al te veel haast. Maar je wilt wel dat het opgelost wordt. Wij kunnen er niets aan doen dat dit is gebeurd.”
Ubels is niet de enige die wacht. De teller van schademeldingen naar aanleiding van de beving van 14 maart staat inmiddels op net geen 3000. Verreweg de meeste meldingen komen uit Assen (2246), gevolgd door Midden-Drenthe (328) en Aa en Hunze (308).
Ook in de buitengevel van het huis van Rolf Ubels zitten scheuren. Foto: Marcel Jurian de Jong
Extra wrang is dat het huis van Ubels net buiten het IMG-gebied valt. Op een paar honderd meter afstand hebben inwoners recht op een veel ruimhartigere vergoeding, zoals een vaste vergoeding van 10.000 euro, terwijl ze verder van het epicentrum van de beving wonen. „Daar snap ik niets van”, zegt Ubels. „Maar we wachten af waar ze mee komen.”
Duidelijkheid in mei
Met ‘ze’ doelt hij op het kabinet, dat op dit moment kijkt naar een specifieke aanpak voor de schade die door de aardbeving in maart is veroorzaakt. Verantwoordelijk staatssecretaris Jo-Annes de Bat van Klimaat en Groene Groei wil een ‘snelle, gedegen en menselijke’ aanpak.In een brief aan de Tweede Kamer laat hij weten dat hij in mei met meer duidelijkheid komt.
De provincie Drenthe en drie gemeenten (Aa en Hunze, Assen en Midden-Drenthe) willen in het aardbevingsgebied een eenmalige vaste vergoeding van 10.000 euro en de optie voor herstel in natura, vergelijkbaar met de IMG-regeling in Groningen.
Mocht die aanpak er komen, dan kiest Ubels voor die tweede optie: „Ik hoef geen geld. Een vaste vergoeding van 10.000 euro is voor ons niet genoeg om de schade te laten herstellen. Ik wil gewoon dat het opgelost wordt.”
Het oude sluiswachtershuis is gebouwd in 1862 en is een Rijksmonument. Foto: Marcel Jurian de Jong
Reactie burgemeester Aa en Hunze
„We hopen snel op duidelijkheid. We moeten ons realiseren dat het een taai traject blijft. Dat wat wij wensen, is niet automatisch wat het Rijk en de NAM voor ogen hebben. Het blijft ingewikkeld", zegt Anno Wietze Hiemstra, burgemeester van de gemeente Aa en Hunze, over de lopende gesprekken. „We hebben best intensief contact over de wijze en het vervolgtraject. Vrijdagochtend overleggen we weer met staatssecretaris, gemeenten en de commisaris van de Koning."