Het UMCG verwacht dat het bij parkinson en bepaalde soorten kanker veel sneller een diagnose kan stellen dankzij een eigen PET-tracer.
Het vaststellen van parkinson en opsporen van neuro-endocriene (kwaadaardige, langzaam groeiende) tumoren gebeurt met een PET-scan, na het inspuiten van een specifieke radioactieve stof. Het UMCG heeft een methode ontwikkeld om deze stof eenvoudiger, veiliger en sneller te produceren.
De verwachting van het ziekenhuis is dat hierdoor veel meer patiënten onderzocht kunnen worden. De wachttijd voor zo’n scan bedraagt nu enkele maanden en die gaat volgens het ziekenhuis fors naar beneden.
Dopaminehuishouding
De nieuwe productiemethode richt zich op het maken van de PET-tracer met de afkorting FDOPA. Met dit middel kunnen afwijkingen in de dopaminehuishouding zichtbaar worden gemaakt. De afgelopen maand is de tracer voor het eerst bij patiënten in het UMCG ingespoten.
De productie van de tracer was complex en tijdrovend. Het nam zo’n tien jaar in beslag. „De nieuwe techniek reduceert het aantal stappen in het productieproces aanzienlijk en vervangt het gebruik van radioactief gas door een vloeibare vorm”, legt klinisch radiochemicus Gert Luurtsema uit. „Dit maakt het proces niet alleen eenvoudiger, maar ook veel veiliger voor de medewerkers die betrokken zijn bij de productie.”
Hij noemt het een grote vooruitgang dat voor ziektes als parkinson en kanker, waarbij een snelle en accurate diagnose cruciaal is, de wachttijd door de nieuwe techniek flink omlaag kan.