De gemeente Groningen komt terug op het plan om een popzaal bij het Hoofdstation te bouwen. Alles komt toch bij De Oosterpoort. Foto: Corné Sparidaens
De gemeente zette een streep door de bouw van een nieuwe popzaal achter het Hoofdstation in Groningen. Daarmee verdwijnt een publiekstrekker uit de plannen. Wat heeft de zuidkant van het station nu nodig om tot leven te komen?
„De beste beslissing ooit”, noemt Peter Michiel Schaap het besluit van de gemeente om een streep te zetten door de plannen voor een nieuw poppodium achter het Hoofdstation. De directeur van architectuurplatform GRAS in Groningen liet zich de afgelopen jaren al vaker kritisch uit over plannen voor een nieuw muziekcentrum, onder meer vanwege de kosten en de dure grond.
Hij noemt poppodia ‘gesloten dozen’. „Alles gebeurt ín het gebouw, en vooral ‘s avonds. Ze geven de omgeving weinig terug. Dat moet je op zo’n plek niet willen.”
Ook architect Ben van der Meer, een van de stadsbouwmeesters, juicht de beslissing toe, maar meer vanwege de huidige plek van de Oosterpoort. „Die is prima en met de renovatie kan je ervoor zorgen dat het gebouw nog meer in verbinding komt met de omgeving. Bovendien moet je zuinig omgaan met wat je hebt. Er is een groot gebrek aan grondstoffen, dat moet ook meespelen in een beslissing.”
‘Maak er gewoon een goed stuk stad van’
Maar wat moet er in plaats daarvan achter het station komen? „Ik denk dat je daar niet te moeilijk over moet denken”, zegt Schaap. „Maak er gewoon een goed stuk stad van. Zet er woningen neer, creëer ruimte voor werken.”
Dat het gebied een publiekstrekker nodig zou hebben, vindt hij onzin. „De beste trekker die je in zo’n stationsgebied kan hebben, staat er al: het station.”
Daar denkt Van der Meer anders over. „Het station zelf heeft misschien geen trekker nodig, maar het gebied aan de zuidkant wel.” De gemeente wil graag de wijken rondom de binnenstad meer bij de stad betrekken. „Dan moet daar wel iets zijn waar mensen heen willen. Nu loopt iedereen van het station naar het noorden, richting de binnenstad.”
Mensen trekken mensen aan
Een combinatie van functies is daarvoor de heilige graal, volgens Van der Meer. „Werken, leren, ontspanning en wonen. Dan zijn er de hele dag door mensen. En mensen trekken mensen aan.”
Als voorbeeld van hoe het niet moet wijst hij op Zernike. „Daar is het na vijf uur ‘s middags uitgestorven. Dat is niet aantrekkelijk voor bijvoorbeeld avondhoreca. En dan zijn er ook minder ogen. Ook dat is belangrijk, voor de sociale controle.”
De gemeente heeft nog geen concrete nieuwe invulling voor het gat in de plannen. Wel wil ze ervoor waken dat de ene functie wordt ingewisseld voor de andere. „Er moeten publieke voorzieningen komen. Denk aan een hotel, congres of onderwijs”, zegt wethouder Rik van Niejenhuis (Pro). „In ieder geval niet zomaar meer huizen en kantoren, want die hebben we daar straks al genoeg. In veel steden zie je suffe woonwijken aan de achterkant van het station. Dat willen we niet.”
Onderwijs naar het station
De RUG gaf eind vorig jaar al aan met de gemeente te willen onderzoeken of het Harmoniecomplex kan verhuizen naar het Hoofdstation.
Een goed idee, vinden Schaap en Van der Meer. „Hoewel je ook daar voorzichtig mee moet zijn”, volgens Schaap. „Er is natuurlijk een heel ecosysteem van horeca rondom het huidige Harmoniegebouw. Het kan best schadelijk zijn daar zoveel studenten weg te halen.”
Toch valt of staat de aantrekkelijkheid van het gebied volgens hem niet door de invulling van het Stationskwartier. „Waarom moet alles op dat kleine stukje stad?” Dat bezoekers van de stad meer op de noordkant van het station zijn gericht, beaamt hij. „Maar dat kan je ook oplossen door de wijken die aan de zuidkant liggen aantrekkelijker te maken.”
Dat heeft meerdere voordelen, denkt hij. „Kijk naar de route van het station naar het Stadspark of Martiniplaza. Qua afstand zijn ze net zo lang als de route naar de Vismarkt, maar gevoelsmatig zijn ze veel langer. Als je zorgt voor een goede verbinding en fijne voorzieningen onderweg, verklein je die gevoelsmatige afstand. Daar profiteren hele wijken van, in plaats van alleen het Stationskwartier.”
Daar is Van der Meer het mee eens. Toch denkt hij dat ook het station baat heeft bij meerdere functies. „Je ziet overal in Nederland dat stations belangrijke stadsdelen worden. Mensen hebben onderweg behoefte om dingen te regelen. Even wat eten, ergens vergaderen, een cadeautje kopen.” En ontspanning opzoeken dus. „Maar daar heb je niet per se een poppodium voor nodig.”