De Oosterpoort in Groningen. Foto: Archief NDC mediagroep
Na de mislukte inzet voor een nieuw muziekcentrum in het stationsgebied wordt de terugkeer naar de afgeschreven Oosterpoort door het college van burgemeester en wethouders bijkans gevierd. Na tien jaar zwoegen en tobben is dat overdreven.
Met een brede glimlach presenteerden de wethouders Rik van Niejenhuis (Pro) en Janette Bosma (Partij voor de Dieren) donderdag het voorstel om af te zien van een grote popzaal in het stationsgebied en alle muziekvoorzieningen onder één dak te brengen in De Oosterpoort.
Tien jaar lang is verkondigd dat het cultureel centrum het niet meer waard is om op te knappen, omdat daar toch geen popzaal bij gebouw kon worden. Dat gebeurt toch dankzij voortschrijdende inzichten. De gemeente Groningen had een decennium nodig om erachter te komen dat de bouw van een allesomvattend muziekcentrum achter het Hoofdstation financieel te risicovol is. De verwachte kosten bleven oplopen en werden geschat op 470 miljoen euro.
Dun door de broek
Het liep het college al dun door de broek bij de gedachte dat het daar niet bij zou blijven. Een langer verblijf in dit cultureel centrum wordt ineens gepresenteerd als een lonkend perspectief. Alsof de keuze voor dit gebouw een logisch einde is van een debat in de gemeenteraad over een nieuw muziekcentrum. Dat is het allerminst. Voor de verbouwing van De Oosterpoort is nog geen financieel plan. Veel moet nog worden bekeken en doorgerekend.
Op tafel ligt voor zover dat is gepresenteerd, niet meer dan de aanzet tot een plan. We zijn terug bij af, zeggen oppositiepartijen. Welnee, zeggen Van Niejenhuis en Bosma. „Vraag het de culturele instellingen. Zij zijn heel blij met de keuze voor De Oosterpoort.”
Belangrijke nuance
Dat is zo, maar die uitspraak verdient nuancering. Als ‘second best’ kunnen ze leven met een langer verblijf in een verbouwde Oosterpoort met alle muziek onder één dak.
Het Noord Nederlands Orkest, SPOT, Eurosonic Noorderslag en ook de ondernemers in de stad hadden het liefst een nieuw muziekcentrum inclusief een grote popzaal in het stationsgebied gewild. Ze sloegen op tilt toen in de zoektocht naar een goed alternatief een verhuizing naar het Suikerterrein boven de markt hing. Weg van het stadscentrum. In de splitsingsvariant met een verbouwing van De Oosterpoort en een grote popzaal in het stationsgebied, waren zij amper gekend. Het had niet hun voorkeur.
Ze voelden zich genegeerd door de gemeente en uitten kritiek op de gang van zaken. Dat de gebruikers en ook de ondernemers bij de verdere ontwikkeling van De Oosterpoort inmiddels een vaste plek aan de overlegtafel hebben verworven, is reden voor een positief constructieve houding. Kritisch terugkijken past het NNO , SPOT, ESNS, de ondernemers en ook de gemeente op dit moment niet.
Tamelijk potsierlijk
Met de culturele instellingen aan boord kiest het college van burgemeester en wethouders voor de insteek waarbij blijdschap over het behoud van De Oosterpoort als culturele hotspot overheerst. Dat is tamelijk potsierlijk in het licht van het lange tijd affakkelen van dit gebouw waarmee Groningen absoluut niet verder zou kunnen. Wat ook potsierlijk is, is het jarenlang vasthouden aan een groot muziekcentrum in het stationsgebied en het gesteggel met allerlei varianten, wetende dat de kosten de pan uit zouden rijzen.
De gemeente stelt dat met de verbouwing van De Oosterpoort, inclusief klassieke zaal en popzaal, de jaarlijkse kosten niet verder mogen reiken dan 17,3 miljoen euro per jaar. Het nieuwe Oosterpoortplan werd deze week financieel niet onderbouwd. Als de hele gemeenteraad het advies van huisaccountant PWC volgt, stelt ze zich kritisch op bij het verloop van de planvorming.