Hennie Kleine uit Hoogeveen is een van de deelnemers aan het WK sjoelen in Zwartemeer. Foto: Gerrit Boer
Sjoelers uit zeventien landen staan tegenover elkaar tijdens het wereldkampioenschap in Zwartemeer. De bakken worden geolied en de schijven geslepen. Hennie Kleine (64) uit Hoogeveen is er klaar voor. „Ook al is het gezellig, we gaan voor de prestaties.”
In de deuropening van haar woning in Hoogeveen staat Hennie Kleine in een feloranje T-shirt al te wachten. De hal is wat donker, maar wanneer de lampen aangaan verschijnt een tafel vol prijzen. De zilveren opgepoetste bekers weerkaatsen het licht van de lamp. „Ik sjoel al meer dan veertig jaar. De kik wanneer een schijf in een vakje schuift, voel ik nog steeds”, vertelt ze.
Het talent voor ‘brikken schuiven’ zit al jaren in haar familie. „Je hebt het of je hebt het niet”, zegt Kleine. „Mijn vader en zijn kant van de familie hadden er aanleg voor. Dat heb ik van hen. Ik won ook meteen bij mijn eerste deelname aan een plaatselijk toernooi. Daarna vertrok ik naar Assen om wedstrijden te kunnen sjoelen. Dat kon jaren geleden in Hoogeveen niet.”
Spanning en belevenis
Toch hoeft het sjoelen niet altijd in de familie te zitten. Herman Depenbrock (58) uit Ter Apel was de eerste uit zijn familie en staat al bijna vijftig jaar met stalen zenuwen achter de sjoelbak. „Door mijn astma kon ik niet langer voetballen”, vertelt hij.
Herman Depenbrock uit Ter Apel rolde dankzij zijn vader in de sjoelsport.
Foto: Cor Lasker
Zijn vader kende mensen die bij een sjoelclub zaten. De jonge Depenbrock was meteen verkocht. „De spanning en belevenis. Dat is wat mij naar de sjoelbak trok.”
De hele familie
Hij ging kijken bij trainingen en deed later mee aan wedstrijden. Waar zijn vader hem introduceerde in het sjoelen, begon de hele familie brikken te schuiven door Depenbrock. „Mijn vader, moeder en broer gingen een paar keer mee. Niet veel later speelden we met zijn vieren bij de vereniging. En na de wedstrijden gingen we thuis nog even door.”
Hoewel hij houdt van de mix van spanning en concentratie, blijft de Ter Apeler verknocht aan het brikken schuiven door de mensen. „Je komt allerlei onbekenden tegen. Daar ga je dan mee praten. Niet alleen over sjoelen, het gaat over van alles en nog wat.”
„Het is een hele vriendelijke sport”, beaamt Kleine. „Maar dat betekent niet dat het alleen maar gezellig is. We gaan echt voor de prestatie en de prijzen.”
Scherp schuiven onder druk
Maar hoe oefen je voor zo’n belangrijk kampioenschap? „Dat kan niet, omdat ik geen sjoelbak in huis heb”, zegt Depenbrock. „Ik heb niet het gevoel dat veel trainen voor wedstrijden helpt. Bij sjoelen draait het meer om intuïtie en de goede mentale instelling. Daarnaast is elke sjoelbak anders, je weet niet welke bakken ze op het WK gebruiken. Vaak gooi ik mezelf alleen van tevoren even los.”
Kleine leeft op een andere manier naar het belangrijke kampioenschap toe. „Afgelopen zaterdag was een toernooi op het sportlandgoed in Zwartemeer waar ik heen ben gegaan om een beetje de feeling te krijgen. De bakken, locatie en het licht hebben allemaal invloed. Anders train ik alleen op clubavonden, thuis pak ik de sjoelbak nooit. Het gaat namelijk nog steeds goed zonder dat ik thuis oefen.”
Afgeronde schijven
De sjoelbakken op het WK zijn dus anders dan het oer-Hollandse exemplaar dat op oma haar keukentafel lag. „De bakken op het kampioenschap zijn zo gemaakt dat de schijven minder ver terugkaatsen”, legt Kleine uit. „Daarnaast zijn de schijven aan de zijkanten afgerond, waardoor ze makkelijker door de poortjes gaan.”
Het heeft volgens de Hoogeveense zijn voor- en nadelen. „Een amateur kan nu ook heel hoge scores gooien.” Dat maakt de kampioenschappen wel spannender. „Je hoeft maar één steen te missen en je ligt eruit.”
Hennie Kleine: 'Een amateur kan nu ook heel hoge scores gooien' Foto: Gerrit Boer
Daarbij wordt de druk volgens Kleine alleen maar hoger omdat de deelnemers minder beurten en stenen hebben. „Je mag maar twee keer met twintig stenen schuiven in plaats van drie keer met dertig.”
Sleutel tot succes
Concentratie is de sleutel tot succes. „Dat is eigenlijk het belangrijkste van de hele sport”, zegt Kleine. „Ik gooi er tevoren nog een paar bakkies koffie in en dan gaan met die banaan.”
Volgens Depenbrock is het essentieel om het geduld te bewaren. „Mensen die net beginnen gaan soms steeds harder gooien. Ik zeg altijd, blijf rustig. Dan vliegen ze er veel makkelijker in.”
Een gezamenlijk doel
„Het mooiste zou een podiumplek zijn”, zegt Depenbrock op de vraag wat zijn verwachtingen voor het WK zijn. Kleine ziet dat ook wel zitten. „Een podiumplek? Dan ben ik zeer tevreden.”
Gelukkig zitten ze elkaar niet in de weg. Vrouwen en mannen spelen tijdens het kampioenschap apart. De Ter Apeler kwam vier jaar geleden al dichtbij, toen werd hij vijfde. „Maar het zou mooi zijn als het Wilhelmus een keer voor mij heeft gespeeld als ik op het podium sta.”