Brikken mikken in Klazienaveen. Foto: Jari Leijssenaar
Over tachtig dagen komen de beste sjoelers ter wereld naar Zwartemeer voor het WK. Hoogste tijd om voor de rubriek Club van de Week even te buurten in het sjoelmekka Drenthe: op bezoek bij De Brikkenmikkers in Klazienaveen.
Zoef, pok, zoef pok, zoef pok. De galm van schuivende brikken over vlak hout weerkaatst tegen de muren van sporthal De Zon in Klazienaveen. Vaker klinkt hier het gepingpong van die andere vaste bewoners: tafeltennisvereniging De Treffers. Iedere dinsdagavond is deze zaal het domein van de beste sjoelers van Drenthe. De Brikkenmikkers dus.
De prijzenkast van de vereniging is goed gevuld. Tussen al dat fraaie eremetaal ook verschillende Nederlandse- en zelfs wereldtitels. Van 14 tot en met 16 mei wordt het mondiale hoofdtoernooi, georganiseerd door De Brikkenmikkers, op Landgoed Zwartemeer.
Meer dan een mikspelletje
Kom ze in Klazienaveen niet aan met jaarlijks spinrag van de bak blazen voor de feestdagen. De spelers gruwen van vette borrelnootjeshanden, familievetes over bokkies of een aangeschoten oom die klem zit onder de afzetbalk in een poging een brik terug te wrikken. Sjoelen slechts een simpel gezelschapsspel? Niets daarvan, gezellig is het zeker, maar ze zijn wel echt aan het sporten hier.
Clubicoon Gradus Mensen (77) is vanavond terug van een blessure. Foto: Jari Leijssenaar
„Ach, je kunt iedere sport wel een spelletje noemen. Ik heb ook fanatiek gevoetbald en marathons gelopen. Bij sjoelen kun je mentaal en fysiek net zo afzien”, stelt voorzitter Eric Mensen (59). „Waarom gooien mensen thuis of op een training veel hogere scores dan in een wedstrijd? Het is de druk en de spanning. Ook dat maakt het meer dan een geluksspel voor wie een beetje kan mikken.”
Mensen komt uit een echte sjoelfamilie. Zijn moeder stond dik veertig jaar geleden aan de Brikkenmikkers-wieg, samen met onder andere oom Gradus (77), die verderop aan de bak is. Zus Elly is tweevoudig wereldkampioen.
Hoogtijdagen
Toch dreigde juist Eric als tiener de afvallige te worden in het sjoelgekke gezin. „Ik vond dat lange wachten op je beurt helemaal niets. Daar had ik helemaal geen geduld voor. Dan ging ik liever buiten spelen of aan het werk.”
Tot die ene dag. De tot dan toe gangbare Homas-bak werd toen ingeruild voor een nieuw exemplaar van de meubelfabriek Schilte. Dat was even wennen in huize Mensen. Op een onbewaakt moment besloot tiener Eric tocht wat brikken te mikken. „Ik gooide meteen 120 punten. Mijn ouders en zussen kwamen toch even kijken en wisten niet wat ze meemaakten.”
Doping voor de sjoelbak aardappelzetmeel in een zakdoek. Foto: Jari Leijssenaar
De scepticus werd daarna één van de fanatiekste spelers van het land en geldt nu als pionier van de sport door sjoelminnend Europa. „Huiswerk ging meteen van tafel en maakte plaats voor de bak. Ik werd steeds een beetje beter, steeds een klasse hoger. Tot de nationale top aan toe.”
De vereniging groeide met hem mee. Al snel was de plaatselijke komkommerkas te klein en togen de sjoelers naar hun nieuwe honk in het buurthuis. In de hoogtijdagen tikte de vereniging de 100 leden aan, waarvan bijna de helft jongeren.
Wat ruist er door het struikgewas?
Bij provinciale en landelijke kampioenschappen zagen ze de touringcar vol Zuidoost-Drenten al aankomen. „Wat ruist er door het struikgewas? Het zijn weer De Brikkenmikkers’, klonk het dan bij de prijsuitreiking’’, vertelt Mensen. „Wie geen prijs had, mocht bij wijze van spreken lopend naar huis.’”
Het zijn succesverhalen in de analen van de sjoelclub. De bus gaat allang niet meer door het jubelende land. De ledenaantallen van de nationale bond belandden in de loop der jaren in een vrije val en dat is in Klazienaveen niet heel anders. Deze dinsdag zijn er 12 leden aan het schuiven, de helft van het totale ledenbestand. Het zijn vooral vijftigers, zestigers, zeventigers of nog wat jaren ervarener.
Het is simpeler geworden, maar ook wel wat saaier
Het jongste lid van 24 is er niet. Ook het grote talent van de vereniging Jacquelien Klunder (27), die op haar vijftiende de sport nationaal promootte in een nationale televisiespot, is afwezig.
Schrijf Klunder maar op voor het WK, waar straks honderden deelnemers uit zeker zeventien landen worden verwacht. En hoewel, of misschien wel juist daarom, Nederland het sjoelland bij uitstek is, zullen in de finaleronde de beste twee sjoelers per land strijden om de wereldtitel.
Er is geen VAR
Wie zelf nog ambities heeft met de kortste klap naar een sportieve wereldtitel doet er goed aan eerst een avondje Klazienaveen te boeken. Daar leer je de snelste techniek in de jacht op een maximale score van 156: alle 30 houten schijven gelijk verdeeld over de vier vakken, plus 2 bonusschijven in de ‘vier’.
Je blijft daarbij altijd achter de bak staan, of zitten, en laat eten en drinken in de kantine. Een jurylid aan de andere kant van de bak is de baas. Stapelen doet hij of zij alleen na een beurt, oftewel onderbeurt. Tussenstanden worden alleen op verzoek medegedeeld. Het tussenbalkje kan inderdaad uitkomst bieden als er discussie ontstaat over wel of niet over de denkbeeldige lijn. Er is geen VAR bij het sjoelen.
Voorzit Eric Mensen bij het clubvaandel, door hemzelf ingekleurd in 1983. Foto: Jari Leijssenaar
Het is de laatste jaren wel gemakkelijker geworden om hogere gemiddeldes te gooien. De oude vertrouwde Schilte-bak kreeg na de houtcrisis in 2017 gezelschap van een exemplaar van Heemskerk. Die glijden soepeler, hebben inkepingen achter de vakken, en de brikken blijven voor de vakken liggen als ze tegen het hout ketsen.
Op die bakken gooien de beste sjoelers met speels gemak alle brikken in maximaal twee beurten uit. Eric Mensen doet het deze avond zelf even voor. „Het is simpeler, maar daardoor ook wel wat saaier. De bakken groeien mee met de doelgroep, zeg maar.’’
Gemoedelijk
En er is nog een huis-tuin-en-keuken-foefje voor succes. Een beetje aardappelzetmeel om de baan van de brik lekker glijbaar te maken. Vroeger ging dat met meubelspray, maar de economische crisis is aan de sjoelsport niet voorbijgegaan.
Het idee van sjoelen als betaalbare volkssport staat wel onder druk, stelt de voorzitter der Brikkenmikkers. „Weinig leden moeten samen de zaalhuur en inschrijfgeld ophoesten. We maken de vijftig jaar zeker vol als vereniging, maar het gaat allemaal niet vanzelf.”
Volgens de preses kan een nieuwe opleving van zijn sport zitten in het terugkeren naar de waarden en stijl van de huiskamer. „In een wereld en land waar alles grimmiger wordt, kan het gemoedelijke van het sjoelen een remedie zijn.”
Op rapport
Het vaandel: 10
Zelfgemaakt in huize Mensen in de tachtiger jaren, en nog ingekleurd door de huidige voorzitter. Het unieke strijddoek was getuige van menig sjoelsucces.
Locatie: 5,5
Fel wit licht in een kille klinische zaal. Prima voor een stevig potje tafeltennis, maar De Brikkenmikkers willen maar wat graag weer een eigen sjoelhonk.
Engelengeduld: 8,5
Iedere keer weer de vooroordelen weerleggen en de echte regels uitleggen. Dat doen ze bij De Brikkenmikkers met een glimlach.