Wilma Voorzanger (48) werkt als vrijwilliger in de nieuwe vestiging van het Hamelhuys in Assen. Foto: Jaspar Moulijn
Wilma Voorzanger (48) is een van de vrijwilligers van de nieuwe vestiging van het Hamelhuys in Assen, waar (ex-)kankerpatiënten en hun naasten kunnen praten over de ziekte. Ook zij maakte kanker van dichtbij mee.
Het is gezellig druk in het oude klaslokaal. Een paar dames zitten met elkaar te kletsen, twee vrijwilligers zorgen voor koffie en thee. Wie hier binnenstapt, voelt meteen de ongedwongen sfeer.
Sinds kort is deze ruimte in activiteitencentrum De Vermeer in Assen een nieuwe, tweede vestiging van het Hamelhuys. Bedoeld voor (ex-)kankerpatiënten en hun naasten om met lotgenoten te praten over leven met en na de ziekte. Sinds 2015 zit er al zo’n plek in Groningen. Nu heeft Assen een eigen locatie, die zaterdag officieel opent.
Vrijwilligers runnen het huis en bieden hier een luisterend oor. Een van hen is Wilma Voorzanger (48) uit Assen. Ook zij maakt kanker van dichtbij mee. Toen ze jong was kreeg haar vader een hersentumor en ook haar buurvrouw, waar ze hecht mee was, overleed aan kanker. Onlangs kreeg ze te horen dat ook haar broer getroffen is door de ziekte. Een bizar toeval: Voorzanger was net gestart in het Hamelhuys. „Ik heb zelf gemerkt hoe fijn het is als mensen naar je luisteren.”
Wat doe je precies als vrijwilliger?
„We ontvangen mensen met kanker of een kankerverleden. Iedereen die getroffen is door de ziekte kan binnenlopen voor een goed gesprek, om je verhaal kwijt te kunnen of wat ontspanning. Wij bieden ze een kopje koffie of thee en een luisterend oor. Ook organiseren we activiteiten en willen we yogalessen en massages aanbieden. Er is een ongedwongen sfeer, de drempel is laag. Je bent altijd welkom en bepaalt zelf hoelang je blijft.”
Is het lastig voor mensen om hier over de drempel te stappen?
„In het begin vaak nog wel. Als je hier nog niet eerder bent geweest, dan weet je misschien niet wat je kunt verwachten of vind je het lastig om je verhaal te delen. Veel mensen hebben best wat meegemaakt. Niet iedereen vindt het makkelijk om daarover te praten. Maar als je eenmaal over de drempel stapt, komen veel mensen daarna terug.”
Hoe kwam jij zelf bij het Hamelhuys terecht?
„Ik deed eerst vrijwilligerswerk bij Vlucht Voorwaarts, maar was toe aan iets anders. De oproep voor vrijwilligers bij het Hamelhuys kwam perfect uit. Hoewel ik het tot dan toe helemaal niet kende, was ik meteen geprikkeld. Ook omdat ik kanker zelf heb meegemaakt van dichtbij.”
Hoe?
„Toen ik een jaar of 12 was, kreeg mijn vader een hersentumor. Gelukkig kon hij geopereerd worden en is hij er nog steeds. Vijf jaar geleden kreeg onze buurvrouw, waar we veel mee omgingen, kanker. Zij is er helaas aan overleden. Vlak voor de zomer kreeg ik te horen dat mijn broer lymfeklierkanker heeft. Een raar toeval: ik werkte hier net en dan krijgt je eigen broer kanker. Dat is heel heftig.”
Is het dan niet heel zwaar om hier te zijn?
„In het begin vond ik dat wel even moeilijk. Ik moest zelf ook een drempel over en vroeg mij af of ik dit wel moest doen. Toch merkte ik al snel dat ik dit moet kunnen scheiden. De mensen die ik hier tegenkom, staan verder van mij af.”
Is dat wel te scheiden? Praat jij hier ook over je eigen ervaringen met de ziekte?
„Niet veel, want het gaat echt om de gasten en hun verhaal. Maar als het ter sprake komt of iemand vraagt of ik ook zoiets heb meegemaakt, dan benoem ik het wel. Ik kan de knop goed omzetten. Als ik hier ben, dan ben ik er voor de mensen.”
Helpt het jou dan ook om hier te zijn en over de ziekte te praten?
„Dat denk ik wel. Al is het nieuws van mijn broer nog heel vers. Maar ik denk dat door te praten, je het beter een plek kunt geven dan wanneer je dat niet zou doen.”
Wat herken je in de verhalen die je hier hoort?
„De angst als je het nieuws krijgt. Ik weet nog goed dat toen mijn vader hoorde dat hij een hersentumor had, ik bevangen werd door dat gevoel. Hij moest met spoed naar het ziekenhuis voor een operatie. Ik had geen idee of ik een paar uur later nog wel een vader had. Ook spanning en onwetendheid herken ik. Die zijn er altijd. Je leeft elke keer toe naar een uitslag van een scan en weet niet welk traject je in gaat. Ook al heb je eens een goede uitslag, dat is geen garantie voor de volgende.”
Wat is het belang volgens jou om juist met lotgenoten te praten?
„Dat is tweeledig. Bij familie is het soms lastig om je emotie te tonen. Je wil niet te veel klagen of je zorgen uiten. Dan is het fijn dat je wel je verhaal kwijt kunt bij iemand die je niet kent. Bij lotgenoten is het fijn dat je weet dat iemand anders dat ook heeft doorstaan. Aan een half woord heb je hier genoeg. Je hoeft niet uit te leggen wat een behandeling bijvoorbeeld fysiek of emotioneel met je doet.”
Is het weleens zwaar om hier te zijn?
„Het is soms intensief. Ik krijg zelf ook weleens tranen in mijn ogen van de gesprekken die ik voer. Maar zwaar wil ik het niet noemen. Ik ga elke keer met energie en een voldaan gevoel weer naar huis.”
„Gelukkig is het ook niet alleen maar kommer en kwel. Er wordt gehuild, maar ook gelachen. Op sommige dagen praten we nauwelijks over persoonlijke verhalen. Het is niet alleen maar beladen, we hebben het ook gezellig en we zijn niet altijd alleen maar met die ziekte bezig.”
Waarom is het belangrijk dat er, naast die in Groningen, ook in Assen een vestiging zit?
„Hoe dichterbij huis, hoe makkelijker het is om te komen. Als je in een behandelingstraject zit, heb je weinig energie. Dan is ver reizen vaak te veel. Bovendien is het fijn dat je lotgenoten in je omgeving hebt. Ook buiten het Hamelhuys kun je dan iets voor elkaar betekenen. Elk dorp en iedere stad zou zo’n ontmoetingsplek moeten hebben.”
Hoe vaak ben jij hier te vinden?
„Ik ben er iedere week. We zijn nu nog alleen dinsdagmiddag en donderdagochtend open. Na de opening gaan we meer dagdelen open. Dat kan wel als je kijkt hoe druk we het nu al hebben. Daarom kunnen we altijd meer vrijwilligers gebruiken.”
Waarom zou jij dat mensen aanraden?Met andere woorden: wat vind jij mooi aan dit werk?
„Dat ik er voor mensen kan zijn, ondanks dat ik hun situatie niet kan veranderen. Ik heb zelf gemerkt hoe fijn dat is: dat mensen naar je luisteren.”
Paspoort
Naam: Wilma Voorzanger
Leeftijd: 48
Carrière: Voorzanger werkte als intercedent en later opleidingscoördinator bij een uitzendorganisatie, later bij een stichting als evenementorganisator, opleidingscoördinator en bestuursondersteuner
Privé: geboren in Tolbert, opgegroeid in Hoogezand en sinds 24 jaar woonachtig in Assen. Gehuwd en twee kinderen van 16 en 19 jaar.
Hobby’s: fietsen en wandelen
IPSO-centra
In Nederland zijn 100 ontmoetingsplekken voor mensen die leven met en na kanker. Dit zijn zogenoemde instellingen voor psychosociale oncologie (IPSO-centra). In Drenthe zitten ook in Emmen en Hoogeveen IPSO-centra.
Op zaterdag wordt het Hamelhuys officieel geopend. Van 13.00 tot 16.00 uur kunnen mensen kennismaken met het centrum aan de Pelikaanstraat in Assen.