Internationale vrijwilligers uit diverse Europese landen zaagden deze zomer boompjes om op de Drentsche Aa die snel opschieten door stikstofneerslag. Vermesting en verzuring zijn een groot probleem door stikstof. Foto: DVHN/Wouter Hoving
Wat doet een 41-jarige verpleegkundige uit Istanbul boompjes te zagen in de Drentsche Aa? 21 vrijwilligers uit allerlei landen werken zich ondanks de hitte in het zweet voor onze natuur.
Om 12 uur ’s middags liggen de vrijwilligers uit Spanje, Frankrijk, Turkije, Italië, Portugal, België en Tsjechië in de schaduw van een boom. Uitgeput zijn ze, want bomen zagen en knippen op de ongenaakbare hei van het Balloërveld is zwaar als het meer dan 30 graden is. ,,Al is het bij ons thuis nog wel tien graden warmer”, lacht Samime Durnaz (41) uit Istanbul.
Waarom kiest de 41-jarige verpleegkundige uit Istanbul ervoor om een zomer lang boompjes te zagen in de Drentsche Aa? „Ik werk thuis in een stressvolle omgeving waar burn-outs heel normaal zijn. Dit is lekker fysiek, daar kan ik even bij relaxen en alle serieuze kanten van mijn werk thuis vergeten”, vertelt Durnaz.
Vrijwilligers helpen met snoeiwerkzaamheden op het Balloërveld. Het is zwaar werk in de volle zon. Foto: DVHN/Wouter Hoving
21 vrijwilligers zijn hier bezig vanuit SIW Internationale Vrijwilligersprojecten. Ieder jaar komen er vanuit dit project zo’n 20 vrijwilligers naar de Drentsche Aa. Dat is handig, want het zijn voor Staatsbosbeheer gratis handjes die helpen met taken die machinaal moeilijk uit te voeren zijn. „Zij doen het natuurwerk waar wij niet de mensen voor hebben”, vertelt boswachter Kees van Son. Ze helpen in het behoud van Nederlands laatste gave beekdallandschap.
Hoogtepunt van het jaar
„Ik ben de tel kwijt”, biecht de boswachter op. Een keer of 18 is dit project hier al geweest. „Dit is wel altijd een van de hoogtepunten van mijn jaar.” Het is zijn laatste keer, Van Son gaat binnenkort met pensioen.
Durnaz is van plan om ook onder collega’s meer bekendheid te geven aan projecten als deze al remedie tegen burn-outs. Dit jaar deelt de verpleegkundige haar enthousiasme alvast met twee studerende nichtjes die ze heeft overtuigd om met haar mee te gaan. „Ik vind dit een goede ervaring. Het is heel divers”, vertelt een van hen, Nehir Caliskan (19).
De pauze zit erop. De Italiaanse Jori Mainardi (32) begint als een gek te zagen. Zijn pet van Staatsbosbeheer is doorweekt van het zweet. Hij doet elk jaar mee aan zulke programma’s, vorig jaar in Estland. „Dit is zwaar, maar je werkt lekker je hoofd leeg en het is nuttig voor de natuur en de gemeenschap.”
De Italiaanse Jori Mainardi (32) weet van aanpakken. Foto: DVHN/Wouter Hoving
Volledige vakantie
Zijn toewijding is groot. Dit is Mainardi’s volledige vakantie. Als dit project er na tweeënhalve week opzit, stapt hij in het vliegtuig en begint de daaropvolgende dag weer zijn werk als accountant in Italië. „Ik wilde eigenlijk met de trein terug, maar dat zou ik niet meer redden met mijn vakantiedagen.”
De vrijwilligers slapen in tenten en koken hun eigen maaltijd. Mainardi: „We zijn ’s avonds aardig moe en duiken dan vaak al wel om 10 uur in bed.” Op sommige dagen hoeven de vrijwilligers niet te zagen of maaien. Zo zijn er uitjes naar een molen, gingen ze wadlopen, fietsen, pannenkoeken eten en bezoeken vrijdag kamp Westerbork.
Veel van deze Europeanen doen dit omdat ze gewoon iets goeds willen doen, vertelt Van Son. „Ze maken zich zorgen om de natuur en het milieu wereldwijd en zeggen: ‘dit is onze toekomst’.”
Over de natuur leren
Voor sommigen is het ook een mogelijkheid om meer te leren van de natuur. Dat geldt voor de Belgische Nathan Duterme (20), die een opleiding doet tot politieofficier. „I’m dying”, verzucht hij in de hete zon. Tijd om het sjouwen even te staken en wat kennis op te doen. „Waarom moet dit boompje niet weggesnoeid?”, vraagt hij aan Van Son. „Dit is een vuilboompje”, is de reactie. „Die geeft veel nectar voor insecten en bessen voor vogels.”
De Belgische Nathan Duterme (20): ,,Ik werk liever in de regen dan in de volle zon." Foto: DVHN/Wouter Hoving
Van Son neemt Duterme een stukje mee op de hei en laat de invasieve Amerikaanse vogelkers zien die veel lijkt op de vuilboom. „Weet je hoe je deze kunt herkennen?” Van Son breekt de tak doormidden. Het ruikt overdadig naar amandelspijs. „Zo weet je altijd wat de Amerikaanse vogelkers is. Wist je trouwens dat je die kersjes kunt eten?”
Duterme is weer een verrijkt mens. „Ik leer veel over de natuur. En ik leer nieuwe mensen en andere culturen kennen.”
Wat de Turkse Samime Durnaz betreft snijdt dat culturele mes aan twee kanten. „Schrijf maar op dat alle Nederlanders van harte welkom zijn om dit najaar olijven te plukken in Çanakkale.” Dat is de provincie waar de oude stad Troje ook ligt.
Beversporen
Van Son is maar wat blij met deze vrijwilligers. Als hij terugrijdt naar kantoor, gaat hij langs bij de brug van Taarlo, waar de vrijwilligers twee dagen eerder het hele uitzicht weer vrij hebben gemaakt. Aan de zijkant van de weg ligt een grote bult berken en elzen. Er zitten knaagsporen in. „Moet je nou kijken. De bever helpt ons binnen een dag alweer mee opruimen. Geweldig!”
Boswachter Kees van Son wordt blij van het gesnoeide landschap bij Taarlo. Foto: DVHN/Wouter Hoving