Na zestig jaar lang keveronderzoek in het Mantingerbos in Drenthe blijken heide en vochtminnende keversoorten flink afgenomen. Nergens ter wereld is zo’n lange meetserie naar kevers gedaan.
Zestig jaar lang telden ecologen de loopkevers in het Mantingerbos. De provincie spreekt van een uniek onderzoek, omdat eentje met zo’n lange looptijd vrijwel nooit voorkomt.
De keveronderzoekers keken sinds 1959 hoe de populaties in het stuk bos veranderden door veranderingen in de omgeving, zoals ruilverkaveling en verdroging. Conclusie: het aantal keversoorten is niet significant afgenomen. En dat is opvallend, omdat ecologen, waaronder Caspar Hallmann, in 2017 nog concludeerden dat driekwart van de totale insectenpopulatie sinds 1989 verdwenen is in beschermde natuurgebieden.
Minder heide- en vochtminnende kevers
Toch zijn er wel negatieve trends te ontdekken. Onderzoeker en ecoloog Rikjan Vermeulen ziet dat veel heidesoorten en kevers die van nattigheid houden, zijn verdwenen. Voor keversoorten die gek zijn op het bos ligt het gecompliceerder. De bruine bosglimmer bijvoorbeeld is afgenomen. De blauwzwarte schallebijter nam juist flink toe.
Over het algemeen concludeert Vermeulen – een tikje pessimistisch – dat veel gebiedsspecifieke soorten zijn verruild voor meer algemeen voorkomende kevers. „Puur op het aantal keversoorten is de biodiversiteit niet afgenomen. Maar de kwaliteit ervan wel: specifieke habitatsoorten zijn verdwenen.”
Verdroging
De grootste oorzaak voor de veranderingen is de verdroging. Daardoor verdwenen loopkevers die van natte voeten houden. De heidesoorten zijn door verdwijning van heidegrond, zoals het grote Bruntinger Binnenveld, afgetaaid. Ook is de natuur in het Mantingerbos eentonig geworden. Vanwege stikstofneerslag zijn zeldzame planten zoals de eenbes en kranssalomonszegel verdwenen.
Het onderzoek werd gedaan door meerdere onderzoekers. Tot 2002 vanuit de universiteit van Wageningen (en voorlopers daarvan). Later namen biologen vanuit de Stichting Willem Beijerinck Biologisch Station de taak over. Met metalen blikjes vingen en telden zij de kevers. Metingen zijn gedaan tussen 1959 tot 1966, en later in 1972, 1983, 2019 en 2020. Er zitten dus wel forse gaten in de zestig jaar onderzoek.
Eikenprocessierups
Er werden in de meest recente metingen ook nieuwe soorten waargenomen. De kleine poppenrover bijvoorbeeld. Dat die is toegenomen is niet vreemd, meldt ecoloog Vermeulen. „De kleine poppenrover gaat gelijk op met eikenprocessierups. Die zit ook graag in jonge eikenbomen en eet die rupsen graag.”
Volgens de onderzoekers is er geen sprake van homogenisatie (alleen nog dezelfde paar soorten). Omdat de biodiversiteit niet sterk lijkt afgenomen, is de provincie Drenthe positief. De provincie prijst de ongestoordheid van het Mantingerbos. Het acht hectare grote gebied midden in het beekdallandschap even onder Westerbork, is nooit bebouwd geweest. Het werd door uitvoeringsdienst Prolander in 2016 als oerbos bestempeld.
Volgens gedeputeerde Henk Jumelet is het zaak dit stuk bos te behouden en verdroging in het bos tegen te gaan. Daar wil de provincie nu onderzoek naar doen. Zo moeten ook de gebiedskenmerkende kevers in het gebied terugkomen. „We blijven hard werken om de gevolgen van verdroging in dit bos tegen te gaan.”
Maar of vernatting van het bos de vochtminnende soorten weer kan laten terugkeren, durven de onderzoekers niet te zeggen.