Marcel Zantingh schreef een boek over de Sicherheitspolizei in Drenthe. Foto: Gerrit Boer
De Sicherheitspolizei was in de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk voor vele gruweldaden en voerde minstens 145 fusillades uit in Drenthe. Marcel Zantingh deed onderzoek naar de ‘Sipo’ in Drenthe en maakte een omvangrijk overzichtswerk.
„Het onderzoek voor dit boek begon al in 2020”, zegt Marcel Zantingh (36) op de bank in zijn net gekochte boerderijtje in Spier. „Toen woonde ik nog in Rotterdam. Dat scheelde, want de afgelopen jaren zat ik meerdere keren per week in het Nationaal Archief in Den Haag.”
Zantingh werd geboren in Aalden, studeerde geschiedenis in Groningen en werkt fulltime als explosievenadviseur: hij helpt mee bij het op de juiste manier in kaart brengen en verwijderen van bommen uit de Tweede Wereldoorlog.
Die oorlog loopt als een rode draad door zijn leven. Na zijn eerdere boek over de oorlogsjaren in de voormalige gemeente Zweeloo wilde hij de omvangrijke geschiedenis van de Sicherheitspolizei in Drenthe beschrijven. Dat resulteerde in het boek Mensenjacht. Het optreden van de Sicherheitspolizei in Drenthe tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Bijna 150 fusillades
„Een overzichtswerk over de Sipo in Drenthe bestond nog niet”, legt hij uit. „Tijdens eerdere onderzoeken kwam ik al allerlei interessante zaken tegen, waarover nog niet veel bekend was. Of bepaalde acties werden ten onrechte aan andere Duitse of collaborerende organisaties gelinkt.”
In Drenthe was in de eerste oorlogsjaren slechts een klein bureau, in Assen. Later, toen de geallieerden de Duitsers steeds verder naar het noorden dreven, kwamen daar kantoren in Meppel en Hoogeveen bij.
„In eerste instantie maakte de Sipo veel gebruik van de gemeentepolitie”, zegt Zantingh. „Er was altijd te veel werk. Naarmate de oorlog vorderde en het verzet groeide, kon de Sipo het eigenlijk niet meer bolwerken.”
De Sipo was gevestigd in een pand aan de Prins Hendrikstraat in Assen. Foto: Drents Archief
Van bijna 150 personen is met zekerheid te zeggen dat ze door de Sipo vermoord zijn op Drents grondgebied, maar er zijn ook daden die hij niet met 100 procent zekerheid aan de Sipo kon toeschrijven. Zantingh vond daarnaast nieuwe informatie over zaken die net anders liggen dan altijd gedacht. Sommige namen van daders gaan ten onrechte rond in de Drentse dorpsgemeenschappen.
Het zijn gevoelige kwesties, waar Zantingh nu nog niet veel over kwijt wil. „Eerst laat ik mijn boek landen, daarna ga ik contact zoeken met andere onderzoekers en bijvoorbeeld dorpsverenigingen over mijn resultaten.”
Boer Koops
Zantingh begint en eindigt zijn boek met boer Roelof Koops uit Hoogeveen. Die werd in oktober 1944 midden in de nacht door de Sipo uit huis gehaald, doodgeschoten en achtergelaten aan de kant van de weg, vlakbij het Nuilerbos bij Pesse. Zijn weduwe Elsje Koops overleed in 2004 en heeft nooit gesproken over wat er gebeurd was.
Daardoor heeft hun in 1942 geboren dochter nooit geweten waarom haar vader op 27-jarige leeftijd dood moest en wie daarvoor verantwoordelijk was. Ook haar kinderen zaten tot voor kort met diezelfde vragen. Tot Zantingh in Den Haag de archieven van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) in dook en verslagen vond van een rechtszaak die eind jaren 40 werd gevoerd tegen de daders.
„Daarin zaten bekentenissen van de daders en een getuigenverslag van weduwe Elsje. Zij had blijkbaar toch, één keer, een verklaring afgelegd.”
Uit de archieven bleek dat Roelof Koops meermaals had geweigerd om een SS’er melk te leveren. Uit wraak werd de Sipo ingelicht. Die probeerde Koops met een list tot anti-Duitse uitspraken en handelingen te verleiden. Dat lukte nauwelijks, maar toch haalde de Sipo Koops ‘s nachts uit huis. In Hoogeveen werd hij aan een gewelddadig verhoor onderworpen om hem verschillende bekentenissen af te dwingen.
Roelof Koops, hier op de foto met zijn vrouw Elsje, werd door de Sicherheitspolizei vermoord. Foto: Familie Koops
Ook dat lukte maar ten dele, maar dat weerhield de Sipo er niet van om hem nog diezelfde avond de fusilleren, langs de weg vlak bij Pesse.
„Deze informatie lag al die jaren in het archief in Den Haag, maar de dochter van Roelof en Elsje is onlangs overleden zonder dat zij ooit te weten is gekomen waarom haar vader is doodgeschoten.”
‘Dat doet wat met je’
Het onderzoek van Zantingh was een tijdrovende en kostbare klus, maar daar haalt hij zijn schouders over op. „Sommige mensen hebben een motor als hobby, ik doe dit soort onderzoek. Het kost allebei tijd en geld. Ik vind het leuk en heel belangrijk om te doen. Dat over bepaalde gebeurtenissen nu meer duidelijkheid is, daar doe ik het voor.”
Zantingh heeft in zijn boek een uitgebreide bronnenlijst en een flink notenapparaat opgenomen. „Ik vind het belangrijk dat het allemaal goed herleidbaar is. Dat maakt het voor nabestaanden wellicht ook makkelijker om informatie te vinden en verder te graven.”
De verhalen achter de vele fusillades die aan bod komen in het boek, maakten veel indruk op Zantingh. Zo las hij de verklaring van een weduwe van een in de oorlog vermoorde arts uit de buurt van Ruinen. Die werd op een avond met een smoes door leden van de Sipo uit huis gehaald.
„Hij moest eventjes mee naar het politiebureau in Zwolle. Hij liep naar boven, stak het hoofd achter de deur om zijn zwangere vrouw te zeggen dat hij zo terug zou zijn, en ging mee. Niet veel later werd hij langs de kant van de weg doodgeschoten. Als je dat leest, doet dat wel wat met je.”
16 jaar en onschuldig
Een ander gruwelijk voorbeeld in het boek van Zantingh is de moord op de 16-jarige Ritze Vos uit Een-West, die in opdracht van de Sipo werd gefusilleerd. Een doodgewone, onschuldige tiener die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was.
„Twee Sipo-mannen uit Groningen en enkele landwachters waren in de buurt op zoek naar wapens van droppings en klopten toevallig aan bij het huis van de ouders van Ritze Vos”, zegt Zantingh. „Nog toevalliger verbleven daar op dat moment vier gedeserteerde Nederlandse manschappen van het Duitse Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps, een organisatie die in de oorlog zorgde voor bevoorrading van de Duitse troepen. Zij waren naar dit adres gebracht door verzetsman Jantinus Bosker, die ook nog aanwezig was.”
Er ontstond een vuurgevecht waarbij een van de landwachters werd doodgeschoten. Twee van de gedeserteerden en de vader van Ritze, Alje Vos, konden ontkomen. De andere twee deserteurs werden samen met Bosker en de 16-jarige Ritze, die er eigenlijk niets mee te maken had, gearresteerd.
Ritze Vos werd op 16-jarige leeftijd doodgeschoten door de Sicherheitspolizei. Foto: NIOD
De vier arrestanten werden afgevoerd. Net over de grens in Groningen stopte de wagen. Een voor een werden de mannen naar buiten geroepen en onmiddellijk neergeschoten. Bosker was als laatste aan de beurt en overleefde op miraculeuze wijze, door uit het niets snel weg te sprinten.
Boskers getuigenissen over de laatste ogenblikken van de 16-jarige Ritze Vos zijn geen pretje om te lezen. „Dan ben je 16 en gebeurt er dit met je. De moord op verzetslieden is misschien niet minder erg, maar die namen een risico waarvan ze zich bewust waren. Ritze Vos wist nergens van en had botte pech”, zegt Zantingh. „Er staan eigenlijk alleen maar van dit soort nare verhalen in dit boek. De Sipo heeft vreselijke dingen gedaan.”
‘Mensenjacht. Het optreden van de Sicherheitspolizei in Drenthe tijdens de Tweede Wereldoorlog’ wordt uitgegeven door Noordboek-Van Gorcum en kost 39,90 euro. De boekpresentatie is op 29 november in het Drents Archief in Assen.
Wat was de Sicherheitspolizei?
De ‘Sipo’ was de politieke recherche van de Duitse bezetter en de Drentse afdeling stond onder leiding van Dietrich Ohlhoff en Johann Mählhop. De Sipo werkte nauw samen met de Sicherheitsdienst, de politieke inlichtingendienst die meer op de achtergrond werkte en informatie verzamelde over politieke tegenstanders.
„De Sipo deed het uitvoerende werk”, legt Marcel Zantingh uit. „Niet zoals de reguliere politie, maar de Sipo hield zich bijvoorbeeld bezig met de jacht op het verzet. Ook verrichtte zij arrestaties en werden vele fusillades uitgevoerd.”
In Drenthe zaten doorgewinterde Duitse oud-politiemannen bij de Sipo, maar ook mensen die altijd al bij de politie hadden gewild en nu een kans zagen. Zoals Hendrik de Kruijff uit Assen.
„Die zat voor de oorlog al bij de politie, was ontslagen en kreeg een tweede kans bij de Sipo”, weet Zantingh. „Daardoor was hij heel fanatiek en hij groeide uit tot een beruchte politieman. Het verzet pleegde een aanslag op hem, waarna hij Drenthe voor zijn eigen veiligheid verliet.”
Na de oorlog werden verschillende mannen die bij de Sipo in Drenthe zaten, berecht. Twee van hen, Jan Lamberts en Sander van Droffelaar, werden ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Anderen kwam er vanaf met gevangenisstraffen. Zo ook De Kruijff, die meerdere jaren in de cel heeft doorgebracht.
De Drentse afdeling stond onder leiding van Dietrich Ohlhoff (links) en Johann Mählhop. Foto's: collectie F. van Riet en Bundesarchiv Lichterfelde, Berlijn