Medewerkers van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging bij de kaartenbakken met namen. Foto: Nationaal Archief
Het is vanaf 1 januari mogelijk thuis op de bank onderzoek te doen naar ‘foute’ Nederlanders die ervan werden verdacht tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Duitse bezetter samen te werken. Het grootste oorlogsarchief van Nederland wordt openbaar.
Na de oorlog werden naar schatting ongeveer 425.000 Nederlanders verdacht van collaboratie, van wie een derde is berecht. De dertig miljoen pagina’s aan processtukken, die gezamenlijk ruim 3 kilometer beslaan, liggen in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) bij het Nationaal Archief in Den Haag. De eerste acht miljoen zijn vanaf begin januari beschikbaar.
De aantallen zijn schattingen. „Om hoeveel mensen en dossiers het echt gaat, zien we pas aan het eind’, legt Sandra Sacher van het Nationaal Archief uit.
Zoeken op namen slachtoffers
Alle stukken, ook die waarin de namen van verdachten staan, worden in fasen gedigitaliseerd. Dit is onderdeel van het project Oorlog voor de Rechter dat tot en met 2027 loopt en als doel heeft het CABR voor het publiek digitaal beschikbaar en doorzoekbaar te maken. „We vinden dat iedereen erbij moet kunnen”, zegt Sacher.
Deze digitalisering vergemakkelijkt de zoektocht voor nabestaanden van oorlogsslachtoffers die meer willen weten wat hun familie in de oorlog is overkomen, of wat er is gebeurd met Joods vastgoed. Mensen kunnen straks bijvoorbeeld zoeken op naam en adres. „Nu kom je alleen achter informatie als je toevallig de naam van de verdachte kent”, zegt Sacher. „De archieven zijn straks voor het eerst ook doorzoekbaar op slachtoffer.”
De eerste stukken die online komen, zijn rechtstukken die waarschijnlijk al voor een deel bekend waren. „De kans dat die uitspraken al een keer in de krant zijn gepubliceerd, is groter dan bij de andere archieven”, zegt Sacher.
Dossiers van levenden niet online
Dossiers van verdachten die nog in leven zijn, komen niet online beschikbaar. De namen worden jaarlijks gecontroleerd in het Nationaal Register Overledenen. Mensen in de archieven zijn overigens ook niet te vinden via Google. Bij de openbaarmaking komen bovendien teksten die context moeten geven en rechtstermen uitleggen.
Omdat het voor veel mensen moeilijke en pijnlijke archieven kunnen zijn, wordt een luisterlijn geopend bij de openbaring van de stukken. „In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als er privéomstandigheden in staan die niks met de oorlog te maken hebben, kunnen we het dan weer offline halen”, legt Sacher uit.
Bijeenkomsten
In de Drentse en Groninger Archieven vinden maandag en dinsdag informatiebijeenkomsten plaats over het project Oorlog voor de Rechter. Dit is een samenwerkingsverband van Nationaal Archief, het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust-, Genocidestudies, het Huygens Instituut en WO2Net.
Tijdens deze bijeenkomsten is er onder meer aandacht voor het besef dat de openbaarmaking confronterend is voor nabestaanden van verdachten, maar ook voor familie van slachtoffers en verzetsstrijders.