Regeringscommissaris Henk Nijboer (r) krijgt het rapport 'Staat van Groningen' uit handen van onderzoeker Bas Doets. Foto: Dennis Venema
Regeringscommissaris Henk Nijboer ergert zich groen en geel aan de landelijke discussie over nieuwe gaswinning. Hij maakte korte metten met voorstanders tijdens een bijeenkomst in Kielzog in Hoogezand.
Nijboer was daar om het jaarlijkse onderzoek ‘Staat van Groningen en Noord-Drenthe’ te ontvangen als regeringscommissaris voor de hersteloperatie in Groningen. Vanuit die functie mag hij ‘gevraagd en ongevraagd’ advies geven aan het kabinet over het aardbevingsgebied. Maar voordat hij inhoudelijk op het rapport reageerde, moest hij zijn hart luchten over de discussie omtrent de ‘gaswinning zelve’.
Roep om Groningenveld laait op
Die is de afgelopen maanden namelijk weer opgelaaid, nu de energieprijzen door de Iran-oorlog uit de pan rijzen. In de Tweede Kamer met de JA’21-fractie voorop klinkt de oproep de Groninger gasputten weer te openen of in ieder geval niet vol te storen met beton. Ook al is dat technisch helemaal niet haalbaar en heeft het ook geen effect op de prijzen, zoals DVHN eerder uitlegde.
Het was duidelijk dat Nijboer zich kapot ergert aan de landelijke discussie. De „keiharde conclusie” uit de parlementaire enquête was dat gas jarenlang boven de veiligheid van de Groningers is gesteld, zei Nijboer in Hoogezand. Niet voor niks was als titel gekozen voor ‘Groningers boven gas’: voortaan moest het andersom.
„En nu krijgen we binnen drie jaar alweer die fundamentele discussie”, moppert Nijboer. „Dat is echt de verkeerde weg. Niet alleen om de belofte die door het kabinet is gedaan, en de ereschuld die moet worden ingelost, maar ook om de veiligheid. Het was, is en blijft niet veilig. Dus we moeten dat niet meer willen.”
‘Diepongelukkige ellende’ is niet weg
Het schiet Nijboer ook in het verkeerde keelgat dat de politiek steeds opnieuw vraagtekens zet bij de ‘hoge’ schadevergoedingen voor de Groningers. „Het is logisch dat er veel geld wordt uitgekeerd, want het gaat om vaste bedragen voor herhaalschade.”
Hij wees op de situatie in de kern van het bevingsgebied: „Er is nog steeds sprake van diepongelukkige ellende. Er moet nog veel gebeuren, dat zie ik als mijn grootste opdracht als regeringscommissaris.”
Over het rapport zelf zei Nijboer dat het nog te vroeg komt om zichtbare verandering te zien qua welzijn en baangelegenheid onder Groningers. „Het is een marathon, geen sprint. Maar op den duur gaan we de maatregelen echt merken.”
Een volle zaal in het Kielzog in Hoogezand hoort de 'Staat van Groningen' aan. Foto: Dennis Venema
‘Zichtbare impact Nij Begun vergt geduld’
Ook onderzoeksleider Bas Doets gaf woensdag bij de presentatie van het rapport een winstwaarschuwing. Het gaat zeker drie jaar duren voor de eerste effecten van de Nij Begun-investeringen zichtbaar worden en echte impact laat nog langer op zich wachten.
Doets roept op tot ‘geduld’. Hij vergelijkt het Nij Begun-proces met een mammoettanker. „De economie van Groningen en Noord-Drenthe heeft een omvang van bijna 40 miljard, vergelijkbaar met IJsland. Een koerswijziging kost tijd.”
Die oproep is aan SP-Kamerlid Sandra Beckerman (SP) niet besteed. ‘Pijnlijk’, reageerde zij: „Het geduld is op. De overheid heeft er een enorme bende van gemaakt. (...) Een oproep om geduldig te zijn vind ik niet passend. We zien na al die jaren dat het nog steeds slecht gaat.”
De ‘Staat’? Veel cijfers, weinig mensen
Voor directeur Nienke Busscher van het Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen klinkt de presentatie als een echo van de vorige editie. Volgens de onderzoeker, verbonden aan de Rijksuniversiteit, heeft het kabinet sindsdien weinig stappen gezet om de regio te overtuigen dat het de komende dertig jaar goed komt.
Busscher ziet in het rapport „vooral veel cijfers en weinig mensen”, met bovendien weinig kritische noten richting Den Haag. Zij roept de onderzoekers op de bevolking nadrukkelijker te betrekken bij hun jaarlijkse rapportage. Ook Koert Fossen van de Groninger Bodembeweging dringt daarop aan: „Het is tijd om te lúisteren.”