Opnieuw brengen slechtvalken jongen groot in de nestkast aan de gevel van het Gasunie-hoofdkantoor in Groningen. De vier kuikens zijn maandag geringd, gemeten en gewogen. Foto: Corné Sparidaens
De slechtvalk broedt voor het tiende jaar op het Gasunie-gebouw in Groningen. Reden voor een bescheiden feestje op eenzame hoogte.
Het tweede jubileum van de slechtvalk in Groningen wordt bescheiden gevierd: geen gebak, geen slingers. Of nou ja, de bewoners van het tiende nest van het snelste dier ter wereld (tijdens duikvlucht bereikt ie een duizelingwekkende snelheid van meer dan 320 kilometer per uur) op het Gasunie-gebouw krijgen een aantal ringen.
Het ringen van de jonge slechtvalken is een jaarlijkse traditie, maar dat het voor de tiende keer is, vervult Jan Pieter Hovinga toch met trots. Met recht mag de 49-jarige Ulrumer, in het dagelijks leven projectmanager van Gasunie, de geestelijk vader van het nest op de ‘Apenrots’ worden genoemd.
Vogelaar Hovinga ziet de stand van de slechtvalk in Nederland dalen, zoekt in het 89 meter hoge gebouw een ideale broedplek en vindt de facilitaire dienst aan zijn zijde. In 2008 komt de nestkast aan de stadskant van het karakteristieke gebouw.
Het ringen van de jonge slechtvalken is een jaarlijkse traditie, maar dat het nu voor de tiende keer is, vervult projectmanager van Gasunie en vogelaar Jan Pieter Hovinga toch met trots. Foto: Corné Sparidaens
In 2013 komt de eerste bewoner: een torenvalk. Drie jaar later is het met de eerste broedende slechtvalk écht raak. En nu – inclusief het huidige nest van drie vrouwtjes en een mannetje – staat de teller op 41 Groningse jonkies.
De slechtvalk wordt door Gasunie gedragen: van de Raad van Bestuur tot de facilitaire dienst. Het zijn ‘onze’ slechtvalken’
De betrokkenheid van Gasunie met de slechtvalk groeit elk jaar. „De slechtvalk wordt door Gasunie gedragen: van de Raad van Bestuur tot de facilitaire dienst”, weet Hovinga. „Het zijn ‘onze’ slechtvalken.”
In 2016 trokken de eerste slechtvalken in de nestkast aan de gevel van het Gasunie-hoofdkantoor in Groningen. Hoog tegen de steile wand van het kantoorgebouw blijkt het de ideale plek te zijn voor slechtvalken. Foto: Corné Sparidaens
Dat gevoel groeit als er camera’s op het nest worden gericht waarop het wel en wee van de zorgzame ouders en opgroeiende jeugd gevolgd kan worden. Er ontstaat een heuse community van vogelliefhebbers die de vogels dagelijks volgen.
„Zo zorgden de slechtvalken voor Discovery Channel in Groningen”, blikt Gasunie-woordvoerder Michiel Bal terug op de jaren waarin de populariteit elk jaar groeit. „Mensen volgden wat er gebeurde. Eén keer belde een journalist en zei: ‘Ik heb denk ik slecht nieuws over de slechtvalk’. Zat ie in de dode hoek van de camera.”
Zelf schiet Bal in het tweede jaar van de slechtvalk een nu al memorabele foto van het mannetje dat majestueus boven de stad zweeft. „Een ‘lucky shot’ vanaf de vijftiende etage. Hij keek ook nog récht in de camera. Met de Martinitoren op de achtergrond.”
De memorabele foto van de slechtvalk van Michiel Bal. Foto: Michiel Bal
En zo bouwt de slechtvogel in Stad al een aardige historie op. Maar hoe lang zo’n levensloop van een slechtvalk is, is hoogst onzeker. Johan Bos van de werkgroep Roofvogel Nederland weet dat de jager wel vijftien tot twintig jaar kan worden. „Maar de gemiddelde leeftijd ligt veel lager omdat de meesten het eerste jaar niet overleven. Dan moet je een geluksvogel zijn.”
Van de vier jonkies die hij deze middag op het dakterras van Gasunie ringt, overleeft misschien eentje het eerste jaar, schat Bos. Pesticiden zijn de grootste vijand, terwijl ook de in ons land oprukkende Oehoe nogal eens een jong pakt. „Het eerste jaar is overleven”, weet Bos. „En daarna moet het jong snel en sterk genoeg worden om z’n eigen prooien te pakken.”
Met het ringen van de jongen volgen we hoe het met deze predator gaat, zegt Gasunie-woordvoerder Michiel Bal. Foto: Corné Sparidaens
Pa en ma Slechtvalk tonen het goede voorbeeld: Bos vindt diverse resten van middelgrote vogels als spreeuwen, meeuwen en duiven in het nest. De kleintjes groeien als kool. „Een gezond nest”, concludeert Bos, die het belang van het ringen benadrukt. „Op die manier volgen we hoe het met deze predator gaat. En als het goed gaat met de roofvogel, gaat het goed met ons ecosysteem. Zo niet, dan is er stront aan de knikker.”