Saman Amini: „Ik heb geleerd me te verplaatsen in de ander. Niet te denken vanuit woede.” Foto: Kamerich & Budwilowitz
Juichrecensies voor Saman Amini. Terecht, zagen we in Almere. Oordeel zelf in Groningen. Maar oordelen wil Amini zelf juist niet. Zijn nieuwste, geestige en letterlijk ontwapenende cabaretvoorstelling fileert de splijtkrachten in onze samenleving. Asielprotest? „Ik probeer me in te leven.”
Voor aanvang drentelt Saman Amini (Teheran, 1989) ogenschijnlijk ontspannen door de zaal, zijn binnenkomend publiek begroetend. Hij heeft er zin in. „Jullie zijn laat!”, zegt hij grijnzend tegen een groepje dat door de klok heen is gegaan. Bij een korte kennismaking eerder in zijn kleedkamer wekt hij al evenzeer de indruk dat een avond als deze hem moeiteloos af zal gaan.
„O nee”, zegt hij later. „De spanning heb je misschien niet gezien, maar angsten zijn er altijd voordat ik op het toneel sta. Want het móet goed gaan. Ik móet scherp zijn. Met hyperfocus. En dan, als ik eenmaal ben begonnen, met ontspanning.”
Wat dat betreft wordt hij op deze avond in theater Kunstmin in Almere een paar keer op de proef gesteld. Natuurlijk zingt weer ergens een telefoon. Daarna moet hij twee vrouwen op de eerste rij vragen om de hunne uit hun schoot te halen, want je weet maar nooit en ze leiden hem af. Dan is er dat zaalluide waarschuwingssignaal van een vrouw wier sondevoeding op is („dat kan natuurlijk, die mevrouw was ziek”).
Stommelend de zaal uit
Als klap op de vuurpijl verlaten zes mensen al stommelend vroegtijdig de zaal. „Nota bene theaterpersoneel, hoorde ik achteraf. Leuk, een stukje kijken en dan weer weg. Je gelooft het niet. Ze werken hier. Dat zelfs zij niet snappen dat ik mijn concentratie nodig heb.” Toch hindert het de belevenis in de zaal verder niet. „Ik moet op zo’n moment aardig blijven, anders neem je de boosheid mee in de voorstelling. En wordt het niks.”
De poster van Saman Amini’s integratieplan #2 - Alles is perspectief onthult al waar het heengaat met deze voorstelling. Amini zelf, de als 11-jarige met zijn moeder en zusje uit Iran gevluchte Nederlander, is verpakt in Het Melkmeisje van Vermeer, zoals hij voor deel #1 op het affiche als Meisje met de parel verscheen. In het eerste cabaretprogramma, uit 2022 – hij maakte en speelde eerder ‘gewoon’ theater – verhaalde hij vooral over zijn eigen integratie. Critici en publiek vonden het een van de beste van het jaar. De posters vormen een samenvatting: een nieuwe man van buiten in samenzang met oudhollandse cultuur.
Het decor verbeeldt een mensengroep, in de breedte van het toneel. „In al mijn werk is mijn decor een personage. Het leeft, het ademt, het ontwikkelt zich.” Mede door spel met veranderend licht. „De figuren zijn van binnenuit verlicht.”
Een terrarium met rode en zwarte mieren
Amini trapt af met een metafoor: de samenleving als een terrarium met rode en zwarte mieren en wat daarmee vervolgens gebeurt als je dat terrarium oppakt en die mieren door elkaar schudt. Ten aanval! Tenzij de mieren elkaar in de ogen willen kijken. „We zijn altijd op zoek naar de schuldigen. Ik heb geleerd me te verplaatsen in de ander. Niet te denken vanuit woede.”
Geleerd, dus gaandeweg is hij milder geworden. „Zeker! Dat heeft me rust gegeven. De afwezigheid van mijn vader heeft veel impact gehad, zoals ik in een eerdere voorstelling vertelde. Boosheid. Tot ik me verdiepte in zijn verleden, de trauma’s die hij heeft opgelopen. Begrip, daar draait het om.” Waarbij Iran nu slechts zijdelings een enkele keer wordt genoemd, terwijl daar veel aan de hand is. Daar de nadruk op leggen zou buiten de orde van deze productie vallen. „Die is een half jaar geleden gemaakt. Iran is een ander verhaal.”
Dat begrip vindt in ‘#2’ zijn hoogtepunt in de confrontatie met Harry, een personage gebaseerd op een extreemrechtse jongen die hij leerde kennen. „Met hem heb ik indertijd in het AZC veel te stellen gehad. Heel racistisch. Het ging ver hoor, met in de fik gestoken varkenskoppen in de tuin.”
Levenslange angst voor het onbekende
Voor de docusoap Puberruil verbleef hij later een paar dagen in Drenthe, in Langelo, in het gezin van zijn vroegere kwelgeest. „Iemand die levenslang bang was voor de toekomst. Zijn moeder vertelde in onze gesprekken waar hun standpunten vandaan kwamen. Ze zagen hun omgeving langzaam afbrokkelen, de voorzieningen, geen bus meer. En dan wel mensen van buiten.”
„Ik dacht na de gesprekken, o fuck, dit zijn gewoon heel lieve mensen. Wanneer je in het dorp Oranje op 400 inwoners op plompe wijze 1500 asielzoekers wil huisvesten, moet je niet vreemd opkijken van de problemen die dat geeft. Dan ben je als overheid gewoon dom bezig.” De Harry van zijn voorstelling zien we ook weer rellen op het Malieveld. De samenleving is weinig opgeschoten.
Amini windt het publiek speels om zijn vinger, met ernst vermomd als humor, en andersom. Foto: Kamerich & Budwilowitz
Waarbij Amini niks aardigs wil zeggen over die relschopperij. Hij haalt wel nog even uit naar – vooral – Rita Verdonk, de stiefmoeder van de confrontatie. En ook, maar ironischer naar Jesilgöz, waarbij Dilan volgens hem Perzisch is voor ‘Ik word nooit premier’. Hij windt het publiek speels om zijn vinger, met ernst vermomd als humor, en andersom.
Verkrampt in ‘Dit Was Het Nieuws’
Zo is er aan de ene kant het grote ongemak bij zijn optreden in het satirische tv-programma Dit Was Het Nieuws. Hij voelde zichals buitenlander neergezet, door het vaste team, terwijl hij juist van hier wil zijn. „Dat lag ook aan mezelf. Ik was er totaal nog niet aan toe om daar als cabaretier te zitten. Had niks te melden. Later, toen ik besefte waar die opmerkingen vandaan kwamen, gemaakt in al hun onschuld, wist ik dat er totaal geen kwaad in school.”
Aan de andere kant heb je het doorgeschoten ‘wokisme’, waarbij hij zich bij de toekenning van de Charlotte Köhler Prijs à 20 mille als een mascotte voelde aangeprezen: kijk eens wat goed we zijn voor kunstenaars met een migratieverleden. „Ik wil geen symbool zijn.”
Twee oneliners pakken de avond mooi in: monsters verdwijnen als je ze in de ogen kijkt, en: je kunt het verleden niet veranderen, wel hoe je ernaar kijkt. „Dit laatste komt uit een documentaire over een joodse vrouw, die in de oorlog vreselijke dingen meemaakte. En die later op zoek ging naar vergiffenis.”
Maar goed. Dat komt pas als je het monster niet in de ogen hebt kunnen kijken. Zoals dat uiteindelijk bij die mieren wel gebeurt.
Voorstelling
Black Sheep Can Fly | Saman Amini met ‘Saman Amini’s integratieplan #2 - Alles is perspectief’, 16/5 Stadsschouwburg Groningen