Jaro Eskes speelt een scène uit 'Sporen' met Yuna Huntjens (l) en Annafloor Tiggelaar (r). Foto: Rens Hooyenga
Het is blauwbekken voor de negen tieners van de vooropleiding van Garage TDI in Assen die in het mistige bos bij voormalig Kamp Westerbork repeteren voor ‘Sporen’. Het is een van de twee jongerenvoorstellingen in Nederland waarmee de Holocaust wordt herdacht.
Mistroostig, anders kun je de weersomstandigheden niet omschrijven deze zondag. Op een open plek in het bos bij een vennetje, langs een modderig trekkerpad, staan drie meiden en een jongen te bibberen, al proberen ze dat niet te laten zien.
Hun zachte, pastelkleurige kleren vormen een warm contrast met de kilte om hen heen – en de kilte die uit hun verhalen klinkt. De jongeren van de vooropleiding van Garage TDI in Assen repeteren vandaag voor het eerst op de locaties waar ze op dinsdag 27 januari, de internationale herdenkingsdag van de Holocaust, een bijzondere voorstelling spelen.
Veel mensen zijn wel eens op het voormalig terrein van Kamp Westerbork geweest, al dan niet na een lange boswandeling vanaf de parkeerplaats bij het Herinneringscentrum. Maar om het kampterrein heen liggen nog zoveel interessante plekken die vrijwel niemand kent, zegt regisseur Maris de Jong (28).
Maris de Jong regisseert samen met Mika But de voorstelling 'Sporen' bij Kamp Westerbork in het bos. Foto: Rens Hooyenga
Waterzuivering is er nog
„Op het kampterrein zelf is alles afgebroken. Er zijn alleen nog replica’s te zien. Maar naast het kamp in het bos ligt nog de waterzuivering die de kampgevangenen zelf hebben aangelegd. Dat is zelfs nog te zien in de beroemde film die door de Duitsers als propaganda van Kamp Westerbork werd gemaakt.”
Dat leidde tot het idee van de theatrale wandeling Sporen langs de route (de weg Schattenberg) die een voormalig smalspoortreintje aflegde, vanaf het Oranjekanaal naar het kampterrein, om het kamp te bevoorraden.
Het publiek hoeft het hobbelige pad niet zelf te lopen. De vijftig toeschouwers per voorstelling worden bij het Herinneringscentrum bij Hooghalen opgehaald door een trekker met huifkar en rijden daarmee langs verschillende locaties, waar ze uitstappen en op bankjes luisteren naar de jongeren die de verhalen vertellen, vermengd met stukjes toneelspel, legt De Jong uit.
Gaat het bij het vennetje over kunstschaatsster Ellen Burka-Danby die mede dankzij haar sport het kamp wist te overleven, bij de waterzuivering oefenen vier andere spelers nog een beetje hakkelend hun tekst over Werner Stertzenbach en zijn geliefde Stella Pach. Stertzenbach was een Duitse communist die na zijn gevangenneming naar Kamp Westerbork was gebracht.
Vier jonge acteurs repeteren bij de waterzuivering nabij voormalig Kamp Westerbork, die nog door de kampgevangenen is gemaakt. Foto: Rens Hooyenga
Liefdesverhaal
Het lukte hem daar bij de technische dienst te komen: eerst werkte hij bij de rioolwaterzuivering, later in het crematorium. Beide plekken lagen buiten het kamp en daarom kreeg Werner een ausweis. Zijn werk bood hem bescherming tegen deportatie, maar bood hem ook mogelijkheden voor verzet – al was dat zeker niet zonder risico.
Al voor de oorlog had hij Stella Pach leren kennen in Amsterdam. Zij werd verzetsstrijder en tijdens de oorlog bleven ze met elkaar schrijven, al kon dat natuurlijk niet over verzetszaken omdat alle brieven werden gelezen door de bezetter. Ze bezocht Werner meerdere keren in Westerbork.
Na de bevrijding ontdekte ze dat ze zwanger was, maar waar Werner – die uiteindelijk uit het kamp ontsnapte en door onder te duiken de oorlog overleefde – terug wilde naar Duitsland om daar goede dingen te doen, kon Pach dat niet over haar hart verkrijgen.
Ze bleef in Nederland, waar haar dochter Manja opgroeide tot de vrouw die het Herinneringscentrum Kamp Westerbork zou oprichten. Terwijl de barakken werden afgebroken omdat Nederlanders niet meer aan die akelige tijd wilden terugdenken, realiseerde Manja Pach zich dat zo’n plek juist kan helpen bij het herdenken, vooral voor de generaties die het zelf niet hebben meegemaakt.
Regisseur Mika But (l) geeft aanwijzingen aan Lene Nuus, Annafloor Tiggelaar, Nova Nijboer en Jaro Eskes (vlnr). Foto: Rens Hooyenga
Spitwerk
Het verhaal maakte diepe indruk op Feline van de Belt (15) uit Beilen, vertelt ze in de pauze, binnen, in de warmte. „Wat Werner durfde te doen voor het verzet, dat zou ik zelf nooit kunnen. Geld uit riolen halen... Het is net een ridderverhaal, maar dan deed hij dat voor de mensen in het kamp. En het gaat ook over liefde. Dat was er dus ook in de oorlog.”
Feline is een van de twaalf jongeren die verbonden zijn aan de vooropleiding van jeugdtheatergezelschap Garage TDI in Assen en die deze voorstelling maken. Want ja, het gaat verder dan spelen alleen: de jongeren hebben grondig onderzoek gedaan naar de verhalen die ze hun publiek vertellen.
Feline van de Belt (l) in een scène van 'Sporen' bij de waterzuivering nabij Kamp Westerbork. Naast haar Marit Frankema, Yuna Huntjens en Kasper Dijkstra (vlnr). Foto: Rens Hooyenga
„We hebben een miniredactie gebouwd waar we boeken doorspitten, interviews luisteren op internet, met elkaar documentaires hebben gekeken en gastsprekers hebben ontvangen”, vertelt Mika But (27), mederegisseur van het stuk. „We maakten een mindmap op een 4 meter lange muur waarop we ook de verbindingen tussen de verhalen in kaart brachten. Het eigen onderzoek helpt de jongeren om zelf na te denken waarom het zo belangrijk is dat we deze verhalen vertellen.”
Dat beaamt speler Jaro Eskes (16) uit Assen. „We kregen een schrijfopdracht over wat oorlog voor ons betekent en wat wij belangrijk vinden om te herdenken. Ik merkte dat, doordat wij ons er zo in hadden verdiept, het echt dichterbij kwam. Het zorgt bij mij voor een soort dankbaarheid dat ik hier wel vrij kan zijn en mag zijn wie ik ben.”
‘Ik huilde omdat we dit mochten maken’
Afgelopen jaar maakte Garage TDI de voorstelling Achter de façade, die werd gespeeld bij de woning van kampcommandant Gemmeker. Dat was ter ere van de 80-jarige Holocaustherdenking en viel net als de huidige voorstelling onder de vlag van Theatre of Remembrance, een theatrale manifestatie waarbinnen op 27 januari door heel Europa jongerenvoorstellingen worden gemaakt. In Nederland worden twee van zulke voorstellingen geproduceerd: in Amsterdam en bij Kamp Westerbork.
Lene Nuus (r) doet voor de tweede keer mee aan de Holocaustvoorstelling van Garage TDI. Foto: Rens Hooyenga
Lene Nuus (19) uit Hoogezand deed vorig jaar ook mee en greep de kans om het nog eens te beleven met beide handen aan. „Die saamhorigheid die je krijgt met degenen met wie je het maakt, maar ook met de mensen over wie je vertelt, dat is zo bijzonder. We speelden vorig jaar ook op 4 mei in het kader van Theater Na de Dam, samen met het NNO. Dat was echt zo mooi. Ik zat om de haverklap weer te huilen, omdat ik zo blij en gelukkig was dat wij dit mochten maken.”
Waar en wanneer
Sporen (12+) wordt gespeeld bij Kamp Westerbork op 27 januari om 14.00 uur en op 14 en 15 februari om 11.00 en 14.00 uur. Meer info en tickets via garagetdi.nl en theatreofremembrance.eu.