Beachvolleybalster Katja Stam bereidde zich in Den Haag voor op het WK in Australië. Foto: ANP/Koen van Weel
Zes maanden stond Katja Stam langs de kant met een serieuze rugblessure. Dankzij een wildcard staat ze zaterdag met haar partner Raïsa Schoon toch op het WK beachvolleybal.
„Het gaat goed, heel goed”, vertelt Stam in de aanloop naar de eerste poulewedstrijd op het wereldkampioenschap in Adelaide. „Ik ben redelijk pijnvrij. Ik kan mijn rugklachten nog wel opzoeken, maar tijdens trainingen en wedstrijden heb ik geen last.”
De recente resultaten die ze behaalde met haar vaste teamgenoot Schoon bevestigen de opgaande lijn. Na de rentree van Stam won het herenigde koppel een Challenge-toernooi in Mexico en pakte het duo een zilveren medaille op het Elite-toernooi in Kaapstad. De beachvolleybalsters lijken net op tijd in goede doen voor het WK.
Realistisch
„We moeten ook realistisch zijn”, zegt Stam. „Ik sta nog geen twee maanden met Raïsa op het veld. We haalden de finale in Kaapstad, maar daar was een groot deel van de wereldtop afwezig. Natuurlijk is het WK een piekmoment, we gaan voor niets minder dan goud. Maar de grote doelen liggen in 2027, wanneer het WK in Nederland wordt gehouden, en op de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles. Ons doel moet zijn om steeds beter te spelen.”
Katja Stam (rechts) en Raïsa Schoon. Foto: ANP/Iris van den Broek
Infectie
Het voorbehoud van Stam, opgegroeid in Klijndijk, is begrijpelijk. De wereldtopper kreeg in maart plotseling ernstige pijn in haar rug, tijdens het eerste toernooi van het seizoen. Een bacteriële infectie in de tussenwervelschijf hield Stam uiteindelijk zes maanden uit het zand. „De arts zei: ‘Dit zien we nooit bij jonge mensen en nooit bij fitte mensen’. Twee categorieën waaronder ik mezelf wel had geschaard eigenlijk. De oorzaak is nooit duidelijk geworden.”
Dankzij antibiotica verdween de infectie. Ondertussen vormde Raïsa Schoon, de vaste partner van de geblesseerde Stam, een gelegenheidsduo met de jonge Mila Konink. „Onder de afspraak: ga lekker spelen, doe ervaring op en leer volleyballen op het hoogste niveau. Maar zodra ik fit zou zijn, zou Raïsa weer een team vormen met mij”, zegt Stam.
Wennen
Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan, erkent de 1,92 meter lange beachvolleybalster. „In het begin had ik onbewust nog wat angst om naar een bal toe te duiken. Dat mijn lijf zei: ga nog maar even niet. Dat gevoel is nu helemaal weg.” Ook naar de afstemming met Schoon was het aanvankelijk zoeken. „De eerste toernooien samen waren echt wel wat minder. In wedstrijden werd ik met de neus op de feiten gedrukt. In mijn bovenkamer ging het twee seconden sneller dan in het echt.”
De goede prestaties in Mexico en Zuid-Afrika zijn dan ook een welkome steun in de rug. Bovendien leerde Schoon tijdens de tijdelijke samenwerking met Konink om meer de leiding te nemen. „Voorheen hobbelde ik buiten het veld gewoon wat achter Katja aan, die fixte altijd alles wel”, zei Schoon daarover op de website van TeamNL. Stam: „Achteraf gezien hebben we het snel opgepakt samen. Daar ben ik heel erg blij mee.”
Katja Stam tijdens de Olympische Spelen in Parijs. Foto: AFP/Aris Messinis
Zware tegenstand
Stam en Schoon spelen in poule J tegen duo’s uit Frankrijk, Canada en Marokko. „In Kaapstad hebben we tegen het Franse koppel gespeeld. Op papier is dat een supergoed team. Ze zijn vice-Europees kampioen. Dat wordt een spannende eerste wedstrijd, maar in Zuid-Afrika wonnen we laatst wel van ze. De Canadese vrouwen behoren tot de top van de wereld. Ze pakten zilver op de Olympische Spelen in Parijs, maar wij hebben nog steeds een positieve balans tegen dat team. Van het Marokkaanse koppel moeten we in principe winnen.”
Klijndijk
Wat vast staat: na afloop van het wereldkampioenschap is het internationale beachvolleybalseizoen voorbij. Dat biedt wereldreiziger Stam wat ruimte om in eigen land de banden aan te halen. „Het voordeel van mijn blessure was dat ik minder hoefde te reizen en tijd had voor familie en vrienden, maar inmiddels zit ik weer volle bak in de sport. Mijn thuisbasis is tegenwoordig in Den Haag en ik ben de laatste tijd veel te weinig in het Noorden geweest. Straks kom ik graag weer naar Klijndijk.”