Columnist Maaike Borst Foto: Marcel Jurian de Jong
„Hee”, zeg ik tegen mijn zoon als ik het nieuws lees. „Er is een beroemde filosoof overleden.”
„Mooi zo”, bromt hij.
De filosofen kunnen hem gestolen worden. Ik heb hem de hele middag geholpen met leren en zijn brein is er dol van. Plato, Aristoteles, Descartes, Sartre, De Beauvoir, Foucault; ze maken het leven voor een 17-jarige nodeloos ingewikkeld.
Is de mens een lichaam of een ziel? Zijn we dieren of cyborgs? Zijn we vrij om te worden wie we willen zijn?
„Wat een onzin.” Voor de havoleerling zijn het puur theoretische gedachtenkronkels waar niemand iets mee opschiet – en hijzelf al helemaal niet. Of het nou zijn geest is of zijn lichaam dat moe is, wat maakt het uit, hij kan niet meer.
Ik heb geprobeerd hem te vertellen dat onze ideeën over de mens bepalen hoe we onze samenleving inrichten, en dus meer zijn dan hersenspinsels. Maar mijn pogingen gingen verloren in een brei van moeilijke termen als substantiedualisme, fenomenologie en existentialisme.
Dus ja, dat die ouwe Duitse filosoof Jürgen Habermas van 96 is gestorven, kan hij met louter gejuich begroeten.
Habermas, ik kende slechts zijn naam. Nu lees ik in de necrologieën dat hij al zijn hele carrière bezig was met hoe je de democratie en rechtsstaat overeind houdt. Hoe je tegenwicht biedt aan de onderbuikgevoelens. Habermas maakte de Tweede Wereldoorlog mee, en vond dat we altijd waakzaam moesten blijven voor nazisme. Daarin was hij optimistisch: rationele communicatie tussen burgers zou de democratie overeind houden!
Habermas speelt in deze 4-havotoets geen rol. De lesstof raast door de filosofiegeschiedenis. Nietzsche krijgt nauwelijks een alinea om te stellen dat de mens een onaf dier is (niet snel, niet sterk, geen vacht, geen vleugels) en daarom wel móet denken om te kunnen overleven.
„Sorry, we zijn even bezig met de verschillen tussen mens en dier”, zeg ik tegen een vriendin die belt tijdens het leren. „Nou”, reageert ze zonder nadenken. „Dieren zijn liever, leuker en socialer.”
De vriendin is jaloers op mijn zoon. „Ik wou dat ik op school filosofie had gehad.” Vroeger vond ze filosofen moeilijk en intimiderend, maar nu ze houvast zoekt in een losgeslagen samenleving, worden ze haar vrienden.
Als we verder leren over verschillen tussen mens en machine, stelt zoon dat AI verboden zou moeten worden. „Het lijkt te echt. Dat is eng.” Maar hij vindt het stiekem toch wel interessant als zijn vader suggereert dat ChatGPT hem die filosofie waarschijnlijk simpeler kan uitleggen dan het lesboek, en dan zijn moeder.
Met AI blijkt een paar jaar geleden zelfs een ‘Habermas-machine’ te zijn gemaakt. Een taalmodel dat groepsstandpunten kan formuleren die voor iedereen acceptabel zijn, en dat beter doet dan leden van de groep zelf. Misschien, denk ik, had Nietzsche in deze tijd wel gezegd dat de mens een onaffe machine is.
Ondertussen stemt de dood van de 96-jarige filosoof me steeds verdrietiger.